VITO en VMM lanceren nieuwe tool om impact van afvalwater te berekenen
VITO en VMM lanceren nieuwe tool om impact van afvalwater te berekenen
De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) heeft samen met VITO een uitgebreid stappenplan ontwikkeld om na te gaan welke impact het afvalwater heeft op het oppervlaktewater en of bijkomende zuiveringstechnieken financieel haalbaar zijn. Met de tool kunnen bedrijven zelf berekenen of ze aan de normen voldoen. De geautomatiseerde Excel-tool werd voorgesteld op het van de Vlaamse textielbedrijven op 7 december.
Op de jaarlijkse studienamiddag van Centexbel-Fedustria – die in het teken stond van water – gaf de VMM meer uitleg over het Wezer-arrest en de gevolgen voor afvalwaterlozingen. “Een bestaande of nieuwe lozing van bedrijfsafvalwater mag nooit leiden tot een achteruitgang van de toestand van het waterlichaam”, zegt Jeroen Vanhooren van de VMM. “Ook de doelstellingen voor dat waterlichaam moeten haalbaar blijven. Anders wordt een project geweigerd. Enkel in de mengzone – een zone beperkt tot de omgeving van de lozing – mogen de normen overschreden worden.” Voor bedrijven is deze berekening vaak een ingewikkelde technische oefening. De VMM heeft een nieuwe Exeltool ontwikkeld die antwoorden biedt op vragen die voortvloeien uit het Wezer-arrest. “Zo kunnen bedrijven proactief nagaan of een lozing een probleem vormt voor het oppervlaktewater waarin wordt geloosd”, zegt Joke Van Damme van de VMM. “Met ons stappenplan kunnen ze hun lozingen in detail bekijken. Het stappenplan fungeert als een soort trechter waarbij enkel de lozingen met een impact op het halen van de doelstellingen of het risico op achteruitgang worden weerhouden.” Jeroen Vanhooren beaamt. “Met de tool kan je goed inschatten wat het effect van de geloosde concentraties is op het oppervlaktewater. Je kan nagaan welke parameters nu effectief voor een probleem zorgen. Voor elke parameter wordt er een uitspraak gedaan. Met de tool kan je berekenen of er een achteruitgang is en of ze de doelstellingen halen. Er wordt eveneens een terugrekening gedaan naar een concentratie waar er geen achteruitgang is. Als aan deze waarden kan voldaan worden is de impact van de lozing op het ecosysteem aanvaardbaar. Dankzij een financiële tool van VITO kunnen bedrijven voor bestaande lozingen de haalbaarheid van extra zuiveringstechnieken nagaan, rekening houdend met de financiële draagkracht en kunnen ze het effect van bijkomende waterzuiveringstechnieken berekenen.” Fa Quix, directeur-generaal van Fedustria, blijft toch bezorgd over de mogelijke gevolgen van het Wezer-arrest voor de toekomstige lozingsvoorwaarden van de textielbedrijven en hun rechtszekerheid.
BBT-studie
Op Europees vlak beweegt er veel. Momenteel is de herziening van de Europese BBT-studie voor de textielindustrie (BREF TXT) in uitvoering. Die handelt over de voorbehandeling (bewerkingen zoals wassen, bleken, merceriseren) of het verven van textielvezels of textiel met een verwerkingscapaciteit van meer dan 10 ton per dag. Ook de onafhankelijke afvalwaterzuiveringsinstallaties die specifiek bedoeld zijn voor het zuiveren van textielafvalwater, worden binnen de reikwijdte van deze BREF meegenomen. De BREF selecteert de BBT (Beste Beschikbare Technieken) op basis van technisch-inhoudelijke informatie uitwisseling waarbij zowel EU-lidstaten, sectorfederaties en niet-gouvernementele organisaties betrokken zijn via vertegenwoordigers in de Technische Werkgroep. Wanneer de BBT-conclusies uit de BREF gepubliceerd zijn in het Europese Publicatieblad, worden de conclusies geïmplementeerd door de lidstaten. In Vlaanderen gebeurt dat via VLAREM III, specifiek van toepassing op GPBV-bedrijven die onder de Richtlijn Industriële Emissies (2010/75/EU) vallen. “De textielindustrie staat in Vlaanderen aan de top en beantwoordt aan de strenge lozingsnormen”, zegt Fa Quix. “Men zal de lat wellicht nog hoger leggen. Bepaalde individuele bedrijven kunnen voor bepaalde normen strengere parameters krijgen. We waken er wel op dat er in de BREF geen technieken worden voorgesteld die technologisch maar niet economisch haalbaar zijn. Anders kan er activiteit verloren gaan.”
Geïntegreerde aanpak
Volgens An Derden van het Vlaams Kenniscentrum voor Beste Beschikbare Technieken van VITO (BBT-kenniscentrum) moet deze studie alle lidstaten op hetzelfde niveau krijgen. “Je moet een geïntegreerde aanpak volgen, inclusief preventie en procesoptimalisaties, en de analyse stapsgewijs doen. Je moet zicht krijgen op je stromen. Er moeten zoveel mogelijk emissies van moeilijk biodegradeerbare substanties naar water voorkomen worden. Er moet dus een gepaste combinatie van afvalwaterzuiveringstechnieken voorzien worden. Stromen die een storende werking op je waterzuiveringsinstallatie kunnen hebben, moet je voorbehandelen of afvoeren naar externe verwerkers. Het uiteindelijke doel is om de impact van je bedrijfsvoering op het milieu te beperken. Er zijn al heel wat waterreductieprogramma’s geweest, waar veel textielbedrijven actief aan deelnamen. Water is immers een belangrijke grondstof voor de sector. Je moet bij toepassing van technieken zorgen voor een goed design en hoe de technieken zijn uitgevoerd en onderhouden. Hergebruik en recyclage maken eveneens deel uit van de BBT-conclusies. Er wordt bij recente BREFs meer ingezet op informatieverzameling, monitoring en data-generatie. Er zal ook meer rekening gehouden worden met de achtergronden van deze gegevens.”
Uitdagingen
Volgens de VMM hebben de Vlaamse textielbedrijven de afgelopen jaren heel wat inspanningen geleverd om hun emissies te reduceren en water te besparen. Uit de cijfers die door de verschillende lidstaten zijn aangeleverd in het kader van de BREF TXT herziening, blijkt dat de Vlaamse bedrijven op vlak van milieu goed scoren. Toch staan ze in de toekomst nog voor uitdagingen. “In de BREF gaat bijvoorbeeld veel aandacht naar de selectie van chemicaliën met een zo laag mogelijke impact naar mens en milieu”, zegt Lut Hoebeke van de VMM. “Concreet betekent dit dat men kiest voor bio-afbreekbare stoffen met lage acute en chronische toxiciteit. Textielbedrijven worden tegenwoordig ook door hun klanten gestimuleerd om textiel zonder gevaarlijke stoffen te produceren, doch in de praktijk blijkt het niet altijd gemakkelijk om correcte informatie betreffende de samenstelling van de producten te krijgen.”
Voorbehandelen
Indien een afvalwaterstroom biologisch niet goed kan behandeld worden, dan is het belangrijk dat die voorbehandeld wordt. “Dit gebeurt momenteel nog niet in alle textielbedrijven”, zegt Lut Hoebeke van de VMM. “Zo merken we dat overschotten van printpasta’s nog regelmatig mee het afvalwater ingaan. Daardoor krijg je een hoge CZV-concentratie in je effluent. Het is belangrijk om op zoek te gaan naar goede technieken voor de voorbehandeling van dergelijke deelstromen. Een voorbeeld van een interessante techniek is het Zero Liquid Discharge (ZLD) systeem omdat men enerzijds het permeaat van zo’n systeem hergebruikt en anderzijds het concentraat behandelt. Men loost niet en haalt er de waardevolle stoffen uit. Op die manier bespaart men zowel water als chemicaliën.” Fa Quix geeft toe dat er individueel bij bedrijven problemen kunnen zijn, maar dat de textielsector globaal een grote verbetering doormaakt. “20 jaar geleden waren er nog problemen met bedrijven. De laatste 10 jaar zijn er geen problemen meer. Veel grote bedrijven gebruiken moderne technieken als omgekeerde osmose (RO). We hebben een technologiecentrum, Centexbel, die bedrijven meteen kan helpen bij bijvoorbeeld problemen met afvalwaterzuivering. Ons waterverbruik is de laatste 30 jaar met 80 procent verminderd. We stellen maar 1 procent van het industriële waterverbruik meer voor.”
Oproepen
TerraCorrect stelde op het laatste Centexbel-Fedustria-trefpunt alvast enkele oplossingen voor. “De textielmarkt wordt geviseerd en met onze ecologische aanpak hebben we veel te bieden”, zegt Hilde Henderickx van TerraCorrect. “Met ons eigen gamma polymeren kunnen we op een ecologisch bewuste manier zeer snel en zelfs meer water recupereren en zuiveren om weer in het proces of andere, mogelijks externe, toepassing te brengen. Omdat we altijd voorafgaandelijk stalen nemen, kunnen we precies en efficiënt te werk gaan. Hierdoor is de tijds- en energie-impact ook fel gereduceerd. Ecologisch en economisch gaan zeker hand in hand.” Volgens de VMM zijn er ook interessante oproepen vanuit Europa, zoals de Green Deal 2020, die gericht zijn op het verwijderen van persistente en polaire micropolluenten. “Dat zijn de moeilijkste stoffen om te verwijderen omdat die niet goed weggenomen worden met actief kool”, zegt Lut Hoebeke van de VMM. “Binnen de Green Deal zijn er heel wat consortiums begonnen die oplossingen zoeken voor afvalwaters. Dat is een heel interessante evolutie waar bedrijven en federaties op de hoogte van moeten zijn.”
Meer samenwerken
Victor Dries van het kabinet van Vlaams minister van Omgeving Zuhal Demir wil dat bedrijven alvast meer samenwerken en inzetten op robuuste watersystemen en slimme business modellen. “We moeten met z’n allen het enorme potentieel van regenwater beter benutten en investeren in grootschalige hemelwateropvang en -buffering. Bovendien eist de brandweer capaciteiten om zelf te voorzien in bluswater. We moeten bekijken hoe we die zaken kunnen combineren; ook kunnen bedrijven best samenwerken voor de aanleg van dergelijke buffers. Dat is efficiënter én verhoogt het rendement voor het gebruik van water. In de Blue Deal is opgenomen dat de mogelijkheden onderzocht zullen worden voor het invoeren van ‘balancering’ van buffercapaciteit: als je als bedrijf 2 uur lang van het waternetwerk af kan, dan kan daar in de toekomst misschien een vergoeding tegenover staan. Voedingsbedrijven kunnen met hun overtollig water rechtstreeks het drinkwaternet voeden. Het is namelijk zeer duur om op piekdebieten en piekcapaciteiten water te produceren. Deze dure investeringen kan je nooit rendabel kan afschrijven. Waterbesparing en waterhergebruik zijn van groot belang, zeker in sectoren waar water cruciaal is. Technologieproviders en studiebureaus zeggen ons dat bedrijven vaak niet willen investeren als de terugverdientijd maar 1,5 jaar is. Dat werkt niet.”
Nuttige links:
https://www.vmm.be/water/afvalwater/impactbeoordeling-bedrijfsafvalwater


