22/06/2020

Strijden tegen microplastics

Dr. Colin Janssen is gewoon hoogleraar ecotoxicologie en toegepaste mariene ecologie. Hij is gepassioneerd door de kwaliteit van water. Onder meer staat hij bekend voor zijn onderzoek naar microplastics daarin. Hij vertelt over de stand van zaken wat dat betreft in zee- en zoetwater. De situatie lijkt ook Europa ter ore te zijn gekomen, want die bereidt nieuwe richtlijnen ter zake voor.

Wat zijn dat precies, microplastics? Professor Colin Janssen legt het uit. “Ten eerste heb je de primaire microplastics. Die zijn bewust klein gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de kleine bolletjes plastic met diameter van enkele micrometer tot enkele honderden micrometer in zeepjes, in scrubbers, in allerhande cosmeticaproducten. Dan zijn er nog de secundaire microplastics. Dat zijn fragmenten van grote plastic producten, daarvan losgekomen onder invloed van factoren zoals uv-licht, krachten van het water, schuring op zand en bodems,… Microplastics worden gedefinieerd als stukjes plastic van vijf millimeter en kleiner. Er is geen vaste ondergrens.”

Nano… of niet?

De laatste jaren is ook sprake van nanoplastics. Die zou je kunnen omschrijven als de kleinste microplastics. “Er is nog geen overeenstemming wat daarvoor de definitie zou zijn. Je zou kunnen zeggen: deze die kleiner zijn dan een micrometer. Tot nu toe zijn er slechts één of twee publicaties geweest die aangeven dat ze nanoplastics kunnen meten.”

Veel van de publicaties over microplastics houden eigenlijk geen rekening met de kleinste deeltjes, hoewel ook zij er natuurlijk zijn. “Velen die microplastics bestuderen, vissen in zee met een net met mazen van 0,33 millimeter. Dus alles wat groter is, vangen ze, wat kleiner is niet. Al zijn er natuurlijk plastics van minder dan 0,33 millimeter. Helaas is er inderdaad een ondergrens: microplastics die we niet kunnen zien. In de wetenschappelijke literatuur staan dan ook bijna nooit vermeldingen over plastics van minder dan 20 micrometer. Dat is het kleinste wat je met een lichtmicroscoop kan zien.”

In slib en water

Intussen is er veel onderzoek naar plastics in zeewater. Dat naar microplastics in zoetwater, staat nog in de kinderschoenen. “We zien intussen dat de concentraties die we in rivieren vinden, meestal hoger zijn dan in zee. Sinds 2015 zijn we aan het onderzoeken hoe het zit met microplastics in zoetwater in Vlaanderen. Bijvoorbeeld hebben we stalen genomen in de Schelde en de Leie. Voor Oudenaarde vonden we vijfduizend deeltjes microplastic per kilogram droog sediment – één kilogram, dat past in nauwelijks twee handjes. In sommige gevallen telden we zelfs 50.000 microplastics per kilo. Ook in het water vinden we er. Het gaat over een paar tot enkele tientallen microplastics per liter in deze waterlopen. We zijn nu bezig aan een groot project samen met de Vlaamse Milieumaatschappij, om die microplasticsvervuiling beter in kaart te brengen. We gaan na wat in het water zit, wat er in het sediment zit, of er daar patronen in zitten, wat komt via de waterzuiveringsstations, en wat in ons drinkwater zit.”

“Voor Oudenaarde vonden we vijfduizend deeltjes microplastic per kilogram droog sediment.”

Colin Janssen, hoogleraar ecotoxicologie en toegepaste mariene ecologie

Waterzuiveringsstations

Er is nog maar weinig geweten over hoeveel microplastics waterzuiveringsstations tegenhouden: “We hebben dat in de jaren 2014, 2015 met enkele studenten onderzocht, op een rioolwaterzuiveringsstation in Destelbergen. Het was een heel kleine steekproef. We stelden vast dat de verwijderingsefficiëntie voor microplastics er ongeveer 50 % was. Dus de helft ging erdoorheen. Als we kijken naar onderzoek dat daaromtrent in andere landen is gebeurd, vinden we eveneens getallen die variëren tussen 50 en 60 % verwijderingsefficiëntie. Al zijn er ook die meer verwijderen: 90, 95, tot zelfs 99 %.”

Eigenlijk moet je het plasticprobleem, zowel voor micro- als macroplastics, aanpakken zo dicht mogelijk bij de bron, vindt hij. “Je moet niet wachten tot het in de zee komt om te trachten het eruit te krijgen. 80 % van wat in zee terechtkomt, is daar aangekomen via rivieren en kanalen. Daar is het meer geconcentreerd dan in zee. En vanwaar komen de microplastics in rivieren en kanalen? In onze landen onder meer via waterzuiveringsstations. Zij zijn een verzamelpunt waar we snel en effectief kunnen werken. Aquafin test dan ook verschillende technologieën om te zien wat de efficiëntie in dat verband is. De meeste gaan uit van membranen. Aan zo’n technologie hangt wel een significant prijskaartje.”

Zoeken naar oplossingen

“Het einde van het probleem met plastics in water zal er komen van vele kleine oplossingen”, gaat de professor verder. “Het is nodig het probleem aan te pakken aan de bron, en onmiddellijk ook het productieproces aan te pakken – met vervangingsmiddelen bijvoorbeeld. Maar ik denk dat we een versnelling hoger moeten schakelen, want ondertussen komt er nog altijd tussen de 5 à 12 miljoen ton plastiek in onze oceanen. Ieder jaar opnieuw. We zijn slim genoeg om het probleem met microplastics op te lossen. Maar eigenlijk moeten we een paradigmashift maken. Verstandiger omgaan met de Aarde. Niet alleen voor onszelf, maar ook – misschien vooral – voor de natuur. Van daar komt het overigens terecht bij ons, in ons lichaam. Er zijn grenzen aan alles… Daarmee moeten we rekening houden.”

“Voor microplastics zal de Europese Commissie tegen 2023 een methode moeten geven om deze te meten.”

Baptiste Chatain, persvoorlichter Europees Parlement

Verplicht monitoren

In oktober 2018 stemde het Europees Parlement voor een strengere waterrichtlijn: de ‘Directive of the European Parliamant and of the Council on the quality of water intended for human consumption’. Daarin is onder meer de melding te vinden dat de concentraties microplastic in water zullen moeten gecontroleerd worden. Baptiste Chatain, persvoorlichter van het Europees Parlement: “Intussen hebben onderhandelingen met de raad plaatsgevonden. De definitieve tekst, die nog formeel door het parlement moet worden goedgekeurd, is intussen een klein beetje veranderd. Wat microplastics betreft, zal de Europese Commissie tegen 2023 een methode moeten geven om deze te meten.”

Meer bepaald staat dit in die nieuwe tekst: “Wanneer oppervlaktewater wordt gebruikt voor de productie van water voor menselijke consumptie, moeten de lidstaten bij hun risicobeoordeling bijzondere aandacht besteden aan microplastics en hormoonontregelende stoffen. Tevens moeten ze, waar nodig, waterleveranciers verplichten ook toezicht te houden en/of te reageren op deze en andere parameters die op de watchlist staan, indien ze worden beschouwd als een potentieel gevaar voor de menselijke gezondheid.”

Voor de hormoonontregelende stoffen die uit plastics kunnen lekken, stelt Colin Janssen: “Of ze, aan hun hoeveelheden in water, schadelijk zijn voor de mens, is nog niet duidelijk. Een regulator zoals de EU zegt: vanuit een voorzorgsprincipe gaan we sommige ervan op een lijst zetten zodat ze minder gebruikt worden. Wat begrijpelijk is. Het is ook mogelijk deze stoffen uit het water te halen. Dat vraagt heel speciale technieken, zoals actieve kool en ozonisatie. Ook die zijn duur.”

Door Koen Vandepopuliere

www.europarl.europa.eu

www.ugent.be

www.vliz.be/

Strijden tegen microplastics

Dr. Colin Janssen is gewoon hoogleraar ecotoxicologie en toegepaste mariene ecologie. Hij is gepassioneerd door de kwaliteit van water. Onder meer staat hij bekend voor zijn onderzoek naar microplastics daarin. Hij vertelt over de stand van zaken wat dat betreft in zee- en zoetwater. De situatie lijkt ook Europa ter ore te zijn gekomen, want die bereidt nieuwe richtlijnen ter zake voor.

Wat zijn dat precies, microplastics? Professor Colin Janssen legt het uit. “Ten eerste heb je de primaire microplastics. Die zijn bewust klein gemaakt. Denk bijvoorbeeld aan de kleine bolletjes plastic met diameter van enkele micrometer tot enkele honderden micrometer in zeepjes, in scrubbers, in allerhande cosmeticaproducten. Dan zijn er nog de secundaire microplastics. Dat zijn fragmenten van grote plastic producten, daarvan losgekomen onder invloed van factoren zoals uv-licht, krachten van het water, schuring op zand en bodems,… Microplastics worden gedefinieerd als stukjes plastic van vijf millimeter en kleiner. Er is geen vaste ondergrens.”

Nano… of niet?

De laatste jaren is ook sprake van nanoplastics. Die zou je kunnen omschrijven als de kleinste microplastics. “Er is nog geen overeenstemming wat daarvoor de definitie zou zijn. Je zou kunnen zeggen: deze die kleiner zijn dan een micrometer. Tot nu toe zijn er slechts één of twee publicaties geweest die aangeven dat ze nanoplastics kunnen meten.”

Veel van de publicaties over microplastics houden eigenlijk geen rekening met de kleinste deeltjes, hoewel ook zij er natuurlijk zijn. “Velen die microplastics bestuderen, vissen in zee met een net met mazen van 0,33 millimeter. Dus alles wat groter is, vangen ze, wat kleiner is niet. Al zijn er natuurlijk plastics van minder dan 0,33 millimeter. Helaas is er inderdaad een ondergrens: microplastics die we niet kunnen zien. In de wetenschappelijke literatuur staan dan ook bijna nooit vermeldingen over plastics van minder dan 20 micrometer. Dat is het kleinste wat je met een lichtmicroscoop kan zien.”

In slib en water

Intussen is er veel onderzoek naar plastics in zeewater. Dat naar microplastics in zoetwater, staat nog in de kinderschoenen. “We zien intussen dat de concentraties die we in rivieren vinden, meestal hoger zijn dan in zee. Sinds 2015 zijn we aan het onderzoeken hoe het zit met microplastics in zoetwater in Vlaanderen. Bijvoorbeeld hebben we stalen genomen in de Schelde en de Leie. Voor Oudenaarde vonden we vijfduizend deeltjes microplastic per kilogram droog sediment – één kilogram, dat past in nauwelijks twee handjes. In sommige gevallen telden we zelfs 50.000 microplastics per kilo. Ook in het water vinden we er. Het gaat over een paar tot enkele tientallen microplastics per liter in deze waterlopen. We zijn nu bezig aan een groot project samen met de Vlaamse Milieumaatschappij, om die microplasticsvervuiling beter in kaart te brengen. We gaan na wat in het water zit, wat er in het sediment zit, of er daar patronen in zitten, wat komt via de waterzuiveringsstations, en wat in ons drinkwater zit.”

“Voor Oudenaarde vonden we vijfduizend deeltjes microplastic per kilogram droog sediment.”

Colin Janssen, hoogleraar ecotoxicologie en toegepaste mariene ecologie

Waterzuiveringsstations

Er is nog maar weinig geweten over hoeveel microplastics waterzuiveringsstations tegenhouden: “We hebben dat in de jaren 2014, 2015 met enkele studenten onderzocht, op een rioolwaterzuiveringsstation in Destelbergen. Het was een heel kleine steekproef. We stelden vast dat de verwijderingsefficiëntie voor microplastics er ongeveer 50 % was. Dus de helft ging erdoorheen. Als we kijken naar onderzoek dat daaromtrent in andere landen is gebeurd, vinden we eveneens getallen die variëren tussen 50 en 60 % verwijderingsefficiëntie. Al zijn er ook die meer verwijderen: 90, 95, tot zelfs 99 %.”

Eigenlijk moet je het plasticprobleem, zowel voor micro- als macroplastics, aanpakken zo dicht mogelijk bij de bron, vindt hij. “Je moet niet wachten tot het in de zee komt om te trachten het eruit te krijgen. 80 % van wat in zee terechtkomt, is daar aangekomen via rivieren en kanalen. Daar is het meer geconcentreerd dan in zee. En vanwaar komen de microplastics in rivieren en kanalen? In onze landen onder meer via waterzuiveringsstations. Zij zijn een verzamelpunt waar we snel en effectief kunnen werken. Aquafin test dan ook verschillende technologieën om te zien wat de efficiëntie in dat verband is. De meeste gaan uit van membranen. Aan zo’n technologie hangt wel een significant prijskaartje.”

Zoeken naar oplossingen

“Het einde van het probleem met plastics in water zal er komen van vele kleine oplossingen”, gaat de professor verder. “Het is nodig het probleem aan te pakken aan de bron, en onmiddellijk ook het productieproces aan te pakken – met vervangingsmiddelen bijvoorbeeld. Maar ik denk dat we een versnelling hoger moeten schakelen, want ondertussen komt er nog altijd tussen de 5 à 12 miljoen ton plastiek in onze oceanen. Ieder jaar opnieuw. We zijn slim genoeg om het probleem met microplastics op te lossen. Maar eigenlijk moeten we een paradigmashift maken. Verstandiger omgaan met de Aarde. Niet alleen voor onszelf, maar ook – misschien vooral – voor de natuur. Van daar komt het overigens terecht bij ons, in ons lichaam. Er zijn grenzen aan alles… Daarmee moeten we rekening houden.”

“Voor microplastics zal de Europese Commissie tegen 2023 een methode moeten geven om deze te meten.”

Baptiste Chatain, persvoorlichter Europees Parlement

Verplicht monitoren

In oktober 2018 stemde het Europees Parlement voor een strengere waterrichtlijn: de ‘Directive of the European Parliamant and of the Council on the quality of water intended for human consumption’. Daarin is onder meer de melding te vinden dat de concentraties microplastic in water zullen moeten gecontroleerd worden. Baptiste Chatain, persvoorlichter van het Europees Parlement: “Intussen hebben onderhandelingen met de raad plaatsgevonden. De definitieve tekst, die nog formeel door het parlement moet worden goedgekeurd, is intussen een klein beetje veranderd. Wat microplastics betreft, zal de Europese Commissie tegen 2023 een methode moeten geven om deze te meten.”

Meer bepaald staat dit in die nieuwe tekst: “Wanneer oppervlaktewater wordt gebruikt voor de productie van water voor menselijke consumptie, moeten de lidstaten bij hun risicobeoordeling bijzondere aandacht besteden aan microplastics en hormoonontregelende stoffen. Tevens moeten ze, waar nodig, waterleveranciers verplichten ook toezicht te houden en/of te reageren op deze en andere parameters die op de watchlist staan, indien ze worden beschouwd als een potentieel gevaar voor de menselijke gezondheid.”

Voor de hormoonontregelende stoffen die uit plastics kunnen lekken, stelt Colin Janssen: “Of ze, aan hun hoeveelheden in water, schadelijk zijn voor de mens, is nog niet duidelijk. Een regulator zoals de EU zegt: vanuit een voorzorgsprincipe gaan we sommige ervan op een lijst zetten zodat ze minder gebruikt worden. Wat begrijpelijk is. Het is ook mogelijk deze stoffen uit het water te halen. Dat vraagt heel speciale technieken, zoals actieve kool en ozonisatie. Ook die zijn duur.”

Door Koen Vandepopuliere

www.europarl.europa.eu

www.ugent.be

www.vliz.be/