Grootse regenwaterbehandeling in Antwerpse haven
Grootse regenwaterbehandeling in Antwerpse haven
In de Antwerpse haven bouwde Novotec de voorbije maanden een van zijn grootste projecten ooit, goed voor de opvang en behandeling van al het regenwater dat terechtkomt op een bulkopslagterrein van 58 hectare. “Voor het eerst kregen we ook effectief de plaats om alles ruim op te bouwen,” lacht technical commercial engineer Kris Kellens, “al neemt dat natuurlijk niet alle uitdagingen weg. Vandaag wordt er op het terrein bijvoorbeeld steenkool opgeslagen; volgend jaar kan dat iets helemaal anders zijn.”
In het verleden werd het regenwater dat op het terrein viel via een bezinkbekken van 3.000 m3 behandeld en vervolgens op het dok geloosd. Strengere lozingsnormen en een herverdeling van de concessies, waardoor de bezinktank niet langer op eigen terrein viel, stelde het bulkopslagbedrijf voor een voldongen feit: er moest een nieuwe regenwaterbehandelinginstallatie komen. Enkele recente en vergelijkbare projecten in de haven van Gent en Antwerpen wezen daarvoor in de richting van Novotec.
Behandelingsdebiet tot 200 m3/u
Novotec ontwierp, bouwde, leverde en installeerde een uitgebreide en flexibele installatie met een behandelingsdebiet tot 200 m3/u. “Omdat de hoeveelheid neerslag die op het omvangrijke terrein valt meteen enorm is, wordt de eigenlijke zuivering voorafgegaan door onder meer een zandvanger van 1.000 m3/u voor het afvangen van grove materialen en twee buffertanks van 4.000 m3, uitgerust met mixers om het influent te egaliseren,” aldus Kellens.
De fysicochemische waterbehandelingsinstallatie bestaat uit twee roerflocculatoren van elk 50 m3. “Naast een coagulant wordt hier ook kalkmelk gedoseerd. Zo behalen we de hoge pH-waardes die nodig zijn om de zware metalen uit te vlokken. Het doseren van polymeer zorgt er vervolgens voor dat kleine vlokken gaan samenklitten tot grotere, vlot afscheidbare exemplaren.” Water en vlokken worden uiteindelijk in een lamellenseparator van 200 m3/u van elkaar gescheiden, waarna een extra roertank met HCl-dosering de hoge pH opnieuw neutraliseert. Het effluent gaat, na controle via turbiditeitsmeting, naar een schoonwatertank van 500 m3 voor hergebruik of rechtstreeks naar het dok; het slib wordt verder middels een Squeez-R ontwaterd. “Mocht het nodig blijken, kunnen we eenvoudig bijkomende zandfilters voorzien om te allen tijde een optimale effluentkwaliteit te garanderen.”
Afgelegen terrein
Opmerkelijk is dat de volledige installatie best wat ruimte in beslag neemt. “Doorgaans krijgen we de vraag om alles zo compact mogelijk te bouwen, maar in dit geval kregen we inderdaad alle ruimte”, aldus Kellens. “Geen overbodige luxe natuurlijk, gezien de enorme debieten en de vraag om zoveel mogelijk gravitair op te bouwen.”
De keerzijde van de medaille is dat de installatie geïsoleerd ligt. “Dat betekent enerzijds dat er geen voorzieningen in de buurt liggen; anderzijds dat de installatie grotendeels autonoom moet draaien. Er was met andere woorden een grote nood aan automatisering en opvolging vanop afstand. In plaats van hiervoor een volledig nieuw gebouw op te trekken, besloten we de nodige componenten hiervoor in containers onder te brengen. Bovenop de centrale stuurkast voorzagen we daarenboven nog negen kleinere exemplaren in het veld, die via PLC communiceren. Zo kon het bekabelingswerk aanzienlijk vereenvoudigd worden.”
Tekst: Elise Noyez
Beeld: Novotec

