23/09/2020

Uniek waterhergebruik bij Vlaams tankcleaningbedrijf

Voor tankcleaningbedrijven is water een primaire grondstof. Het reinigen van de diverse tankwagens vraagt dagelijks immers duizenden liters zacht, warm water. Veel bedrijven zijn daarvoor nog steeds afhankelijk van stadswater, en betalen hoge kosten voor de watervoorziening enerzijds en het ontharden en verwarmen anderzijds. Met een Europese primeur rond het hergebruik van afvalwater als drinkwater voor gebruik op onder meer foodbanen, opent Aaqua echter de deur naar forse besparingen.

De ruim 80 afvalwaterzuiveringsprojecten bij tankcleaningbedrijven in binnen- en buitenland liegen er niet om. Waterzuiveringsspecialist Aaqua, met vestiging in Sint-Katelijne-Waver, heeft zich in zijn 21-jarig bestaan weten te profileren als een referentie van formaat voor deze uitdagende sector. Met het huidig project, waarbij het afvalwater van een tankcleaningbedrijf opgezuiverd wordt tot drinkwaterkwaliteit en vervolgens ingezet wordt voor het reinigen van tankwagens die voor voedingswaren gebruikt worden, schrijft het bedrijf nu ook een Europese primeur op zijn naam. Al was de stap naar hergebruik volgens Applications Manager Rob Van den Broeck toch vooral een logisch gevolg van de uitdagingen in de sector.

“Een typisch tankcleaningbedrijf reinigt dagelijks zo’n 60 à 120 tankwagens”, legt Van den Broeck uit. “Afhankelijk van het te reinigen product wordt er per tankwagen 1,5 tot 3,0 m3 water gebruikt. Dat betekent niet alleen een groot waterverbruik, maar tevens een enorme hoeveelheid en variatie aan chemicaliën en andere verontreinigingen in het afvalwater. Om aan de lozingsnormen te voldoen, moeten deze bedrijven daarom vaak al een erg verregaande afvalwaterzuivering doorvoeren. De uitbreiding van zo’n installatie om hergebruik mogelijk te maken vergt in verhouding geen grote middelen, maar ze kunnen er wel enorme besparingen mee realiseren.”

Uitdagend afvalwater vereist maatwerk

Geen grote middelen, maar wel de juiste. In dit project werd de bestaande zuiveringstrein – buffer, fysico-chemische voorbehandeling, SBR – na een reeks pilootproeven aangevuld met twee opeenvolgende membraaninstallaties (UF + RO), en werd de oorspronkelijke batch-biologie omgevormd tot een continu-biologie. “Aangezien we hier met erg moeilijke afvalwaters werken, waren de chemische en fysische resistentie van de toegepaste membranen alsook hun terugspoelbaarheid cruciale aandachtspunten”, benadrukt Van den Broeck. “Om dat te verzekeren werden de geselecteerde membraanprocessen vorig jaar eerst met onze pilootinstallatie op locatie beproefd.”

Die testen bleken erg positief en ondertussen zijn de membranen permanent geïnstalleerd, zij het niet in de reactor. “We kozen er bewust voor om de membranen naast de reactor op te stellen. Dat geeft ons meer controle over het proces en biedt bij onderhoud enkele praktische voordelen. Bovendien wisten we ook de benodigde pompenergie, die in een dergelijke MBR opstelling traditioneel hoog ligt, dankzij een slimme sturing tot ongeveer een derde te beperken.”

Naast de algemene engineering en de bouw van de skids, werd ook die automatisatie volledig door Aaqua ontwikkeld. “Uiteindelijk kan iedereen een membraan aankopen,” motiveert Van den Broeck, “maar het is de manier waarop het geïnstalleerd en aangestuurd wordt die de levensduur en operationele kosten van de installatie zal bepalen. Zeker wanneer de samenstelling van de afvalstromen al eens fluctueert, zoals bij een tankcleaningbedrijf. Door alles in eigen beheer te doen, kunnen we alles optimaliseren en aanpassen wanneer nodig. En doet er zich een probleem voor? Dan laat de automatisatie ons toe om dat vanop afstand te detecteren en zelfs op te lossen.”

Betrouwbare drinkwaterkwaliteit

Die betrouwbaarheid was voor het tankcleaningbedrijf een belangrijke vereiste. Niet alleen in termen van bedrijfszekerheid, maar evenzeer wat betreft de waterkwaliteit. “Aangezien het opgezuiverd afvalwater hier ingezet wordt op de foodbanen, moet de drinkwaterkwaliteit te allen tijde gegarandeerd zijn”, verklaart Aaqua CEO Marc Feyten. “Daarvoor moest er naast de technische studie dus ook een HACCP-studie of risico-analyse uitgevoerd worden.”

De grootste uitdaging in het waarborgen van de drinkwaterkwaliteit was alvast snel duidelijk. “Bij het reinigen van tankwagens wordt het water opgewarmd tot 80°C,” zegt Feyten, “met als gevolg dat ook het afvalwater nog een relatief hoge temperatuur heeft, namelijk zo’n 25 à 30°C. Dat is helaas een ideale temperatuur voor de snelle ontwikkeling van bacteriën zoals legionella. Bovenop de twee fysische barrières gerealiseerd door de ultrafiltratie en omgekeerde osmose, die samen al ruim 99,9999% van de bacteriën verwijderen, voorzien we daarom nog een derde, ditmaal chemische, barrière door het permeaat finaal te ontsmetten door een lichte chlorering. Op die manier kunnen we de kwaliteit van het gezuiverde hergebruikwater verzekeren.”

“Daarenboven doen we, als aanvulling op de wettelijk verplichte analyses in een erkend labo, continu online metingen van de waterkwaliteit. Loopt er dus toch ergens iets mis, dan wordt de installatie meteen automatisch afgeschakeld en valt de klant terug op zijn oorspronkelijke waterbron en installatie.”

Meer dan waterbesparing alleen

Dankzij de nieuwe installatie kan het tankcleaningbedrijf uiteindelijk ongeveer 70% van zijn afvalwater hergebruiken. “Dat zorgt niet alleen voor een besparing op de stadswaterfactuur,” verduidelijkt Feyten, “maar drukt ook heel wat andere kosten. Zo betekent 70% hergebruik ook 70% minder lozing, moet er dankzij de hogere temperatuur van het gerecupereerde water minder gestookt worden en zal ook het gebruik van de ontharder aanzienlijk gereduceerd worden. En dat heeft dan weer het voordeel dat er minder zouten in het milieu geloosd worden en de verzilting van de omgeving vertraagd wordt.”

Van den Broeck maakt de eindsom: “Rekening houdende met de oorspronkelijke situatie, waarbij de watertoevoer via stadswater gebeurde en het afvalwater geloosd werd op de riolering, zal deze klant de upgrade van zijn installatie in zo’n drie jaar tijd terugverdienen. Voor wie vandaag op oppervlaktewater loost, zal de terugverdientijd van een gelijkaardige ingreep wellicht niet meer dan vijf jaar bedragen. Dat zijn mooie cijfers, en we zien dan ook nog vele mogelijkheden in en buiten de tankcleaningsector. De volgende projecten staan alvast in de steigers.”

Door: Elise Noyez

Foto’s: Aaqua

www.aaqua.be

“Door de membranen naast de reactor op te stellen, hebben we meer controle over het proces.”

(Rob Van den Broeck, Applications Manager Aaqua)

“De klant bespaart niet alleen op de waterfactuur, maar ook op het gebruik van de ontharder en de stook- en lozingskosten.”

(Marc Feyten, CEO Aaqua)

Uniek waterhergebruik bij Vlaams tankcleaningbedrijf

Voor tankcleaningbedrijven is water een primaire grondstof. Het reinigen van de diverse tankwagens vraagt dagelijks immers duizenden liters zacht, warm water. Veel bedrijven zijn daarvoor nog steeds afhankelijk van stadswater, en betalen hoge kosten voor de watervoorziening enerzijds en het ontharden en verwarmen anderzijds. Met een Europese primeur rond het hergebruik van afvalwater als drinkwater voor gebruik op onder meer foodbanen, opent Aaqua echter de deur naar forse besparingen.

De ruim 80 afvalwaterzuiveringsprojecten bij tankcleaningbedrijven in binnen- en buitenland liegen er niet om. Waterzuiveringsspecialist Aaqua, met vestiging in Sint-Katelijne-Waver, heeft zich in zijn 21-jarig bestaan weten te profileren als een referentie van formaat voor deze uitdagende sector. Met het huidig project, waarbij het afvalwater van een tankcleaningbedrijf opgezuiverd wordt tot drinkwaterkwaliteit en vervolgens ingezet wordt voor het reinigen van tankwagens die voor voedingswaren gebruikt worden, schrijft het bedrijf nu ook een Europese primeur op zijn naam. Al was de stap naar hergebruik volgens Applications Manager Rob Van den Broeck toch vooral een logisch gevolg van de uitdagingen in de sector.

“Een typisch tankcleaningbedrijf reinigt dagelijks zo’n 60 à 120 tankwagens”, legt Van den Broeck uit. “Afhankelijk van het te reinigen product wordt er per tankwagen 1,5 tot 3,0 m3 water gebruikt. Dat betekent niet alleen een groot waterverbruik, maar tevens een enorme hoeveelheid en variatie aan chemicaliën en andere verontreinigingen in het afvalwater. Om aan de lozingsnormen te voldoen, moeten deze bedrijven daarom vaak al een erg verregaande afvalwaterzuivering doorvoeren. De uitbreiding van zo’n installatie om hergebruik mogelijk te maken vergt in verhouding geen grote middelen, maar ze kunnen er wel enorme besparingen mee realiseren.”

Uitdagend afvalwater vereist maatwerk

Geen grote middelen, maar wel de juiste. In dit project werd de bestaande zuiveringstrein – buffer, fysico-chemische voorbehandeling, SBR – na een reeks pilootproeven aangevuld met twee opeenvolgende membraaninstallaties (UF + RO), en werd de oorspronkelijke batch-biologie omgevormd tot een continu-biologie. “Aangezien we hier met erg moeilijke afvalwaters werken, waren de chemische en fysische resistentie van de toegepaste membranen alsook hun terugspoelbaarheid cruciale aandachtspunten”, benadrukt Van den Broeck. “Om dat te verzekeren werden de geselecteerde membraanprocessen vorig jaar eerst met onze pilootinstallatie op locatie beproefd.”

Die testen bleken erg positief en ondertussen zijn de membranen permanent geïnstalleerd, zij het niet in de reactor. “We kozen er bewust voor om de membranen naast de reactor op te stellen. Dat geeft ons meer controle over het proces en biedt bij onderhoud enkele praktische voordelen. Bovendien wisten we ook de benodigde pompenergie, die in een dergelijke MBR opstelling traditioneel hoog ligt, dankzij een slimme sturing tot ongeveer een derde te beperken.”

Naast de algemene engineering en de bouw van de skids, werd ook die automatisatie volledig door Aaqua ontwikkeld. “Uiteindelijk kan iedereen een membraan aankopen,” motiveert Van den Broeck, “maar het is de manier waarop het geïnstalleerd en aangestuurd wordt die de levensduur en operationele kosten van de installatie zal bepalen. Zeker wanneer de samenstelling van de afvalstromen al eens fluctueert, zoals bij een tankcleaningbedrijf. Door alles in eigen beheer te doen, kunnen we alles optimaliseren en aanpassen wanneer nodig. En doet er zich een probleem voor? Dan laat de automatisatie ons toe om dat vanop afstand te detecteren en zelfs op te lossen.”

Betrouwbare drinkwaterkwaliteit

Die betrouwbaarheid was voor het tankcleaningbedrijf een belangrijke vereiste. Niet alleen in termen van bedrijfszekerheid, maar evenzeer wat betreft de waterkwaliteit. “Aangezien het opgezuiverd afvalwater hier ingezet wordt op de foodbanen, moet de drinkwaterkwaliteit te allen tijde gegarandeerd zijn”, verklaart Aaqua CEO Marc Feyten. “Daarvoor moest er naast de technische studie dus ook een HACCP-studie of risico-analyse uitgevoerd worden.”

De grootste uitdaging in het waarborgen van de drinkwaterkwaliteit was alvast snel duidelijk. “Bij het reinigen van tankwagens wordt het water opgewarmd tot 80°C,” zegt Feyten, “met als gevolg dat ook het afvalwater nog een relatief hoge temperatuur heeft, namelijk zo’n 25 à 30°C. Dat is helaas een ideale temperatuur voor de snelle ontwikkeling van bacteriën zoals legionella. Bovenop de twee fysische barrières gerealiseerd door de ultrafiltratie en omgekeerde osmose, die samen al ruim 99,9999% van de bacteriën verwijderen, voorzien we daarom nog een derde, ditmaal chemische, barrière door het permeaat finaal te ontsmetten door een lichte chlorering. Op die manier kunnen we de kwaliteit van het gezuiverde hergebruikwater verzekeren.”

“Daarenboven doen we, als aanvulling op de wettelijk verplichte analyses in een erkend labo, continu online metingen van de waterkwaliteit. Loopt er dus toch ergens iets mis, dan wordt de installatie meteen automatisch afgeschakeld en valt de klant terug op zijn oorspronkelijke waterbron en installatie.”

Meer dan waterbesparing alleen

Dankzij de nieuwe installatie kan het tankcleaningbedrijf uiteindelijk ongeveer 70% van zijn afvalwater hergebruiken. “Dat zorgt niet alleen voor een besparing op de stadswaterfactuur,” verduidelijkt Feyten, “maar drukt ook heel wat andere kosten. Zo betekent 70% hergebruik ook 70% minder lozing, moet er dankzij de hogere temperatuur van het gerecupereerde water minder gestookt worden en zal ook het gebruik van de ontharder aanzienlijk gereduceerd worden. En dat heeft dan weer het voordeel dat er minder zouten in het milieu geloosd worden en de verzilting van de omgeving vertraagd wordt.”

Van den Broeck maakt de eindsom: “Rekening houdende met de oorspronkelijke situatie, waarbij de watertoevoer via stadswater gebeurde en het afvalwater geloosd werd op de riolering, zal deze klant de upgrade van zijn installatie in zo’n drie jaar tijd terugverdienen. Voor wie vandaag op oppervlaktewater loost, zal de terugverdientijd van een gelijkaardige ingreep wellicht niet meer dan vijf jaar bedragen. Dat zijn mooie cijfers, en we zien dan ook nog vele mogelijkheden in en buiten de tankcleaningsector. De volgende projecten staan alvast in de steigers.”

Door: Elise Noyez

Foto’s: Aaqua

www.aaqua.be

“Door de membranen naast de reactor op te stellen, hebben we meer controle over het proces.”

(Rob Van den Broeck, Applications Manager Aaqua)

“De klant bespaart niet alleen op de waterfactuur, maar ook op het gebruik van de ontharder en de stook- en lozingskosten.”

(Marc Feyten, CEO Aaqua)