Radar ondersteunt betrouwbare, maar ook kostenefficiënte getijmetingen
Het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust beheert een hele resem metingen en meetstations in het kustgebied. Via sensoren op golfboeien, meetpalen op zee en meethutten aan de kust worden dagelijks gegevens ingewonnen over onder meer wind, neerslag, zichtbaarheid, stroming, golfhoogte en getij. “Wij verzamelen en leveren de data, maar in eerste instantie zijn het externe partijen die er gebruik van maken”, vertelt Alec De Kuyper. “Voor de getijmetingen zijn dat onder meer de scheepvaart, loodsen, het KMI, aannemers die infrastructuurwerken uitvoeren en onderzoeksinstellingen. Zelf gebruiken we de data onder meer voor het opstellen van de astronomische voorspellingen voor onze jaarlijkse getijboekjes, maar ook om de stijging van de zeespiegel op te volgen.”
Vlottermeting
In totaal gebeuren de getijmetingen op vijf punten in vier verschillende kuststeden, met name Blankenberge, Nieuwpoort, Oostende en Zeebrugge. De hoofdmeting is telkens een vlottermeting, die elke seconde het waterniveau registreert. “Deze meting biedt ons de nodige nauwkeurigheid en frequentie om de getijdes nauwgezet op te volgen. Een lagere frequentie is hier niet aan de orde, want dat zou omwille van de golfslag een vertekend beeld kunnen geven.”
Het grote nadeel van de vlottermeting, zo geeft De Kuyper toe, is de hoge onderhoudsdruk. “Elke twee weken moeten de peilbuizen nagekeken en gereinigd worden; één keer per jaar voeren duikers een volledig onderhoud uit. Aangezien de metingen historisch gezien altijd op deze manier uitgevoerd zijn, is het echter belangrijk dat we ze aanhouden. Zo kunnen we continuïteit garanderen en bijvoorbeeld aan langetermijnmonitoring doen van een stijging van de zeespiegel. Maar dat betekent niet dat we voor onze secundaire metingen geen kostenefficiëntere oplossing konden inzetten.”
Optimale betrouwbaarheid
Om betrouwbaarheid te garanderen, zijn secundaire metingen volgens De Kuyper in ieder geval absoluut noodzakelijk. Enerzijds om de onderhoudsperiodes van de vlottermeting te overbruggen, anderzijds omdat er af en toe ook problemen met de meting kunnen optreden. “Hoewel de metingen niet onder exact dezelfde omstandigheden gebeuren en dus niet zomaar één op één inwisselbaar zijn, kunnen we door twee datasets naast elkaar te leggen, afwijkingen wel heel snel identificeren. Zo verzekeren we dat er geen fouten in onze gegevens sluipen.”
In het verleden werden de meethutten voor deze secundaire metingen al uitgerust met radarsensoren. Het ging toen om gespecialiseerde maritieme toestellen die naast het getij ook de golven meten. “Op onze meetpalen op zee maken we nog steeds gebruik van deze radars, maar voor de getijmetingen aan de kust was het eigenlijk overkill. Omdat deze sensoren stilaan einde levensduur zijn, hebben we ze dan ook stuk voor stuk vervangen door sensoren van VEGA. Daarvoor deden we onder meer inspiratie op bij andere meetnetten in het buitenland. Dat is een voordeel van internationale samenwerking, want de nieuwe sensoren bieden ons de nodige performantie aan een fractie van de prijs.”
Robuuste radarsensor
Concreet gaat het om vijf VEGAPULS C23 sensoren met een bereik van 30 m. “In eerste instantie werden ook testen uitgevoerd met de VEGAPULS 6X, die een nog hoger dynamisch bereik en een hogere bandbreedte heeft, maar met de zeer korte meetcyclus en een nauwkeurigheid beter dan 2 mm was de C23 hier de correcte keuze”, vertelt Kris Voet van VEGA. “Dankzij de kleine uitzendhoek van 4° ondervindt de meting bovendien geen hinder van de nabijheid van de kade of eventuele andere constructies, terwijl het volledig ingesloten ontwerp met kunststofbehuizing (PVDF) en aangegoten kabel de sensor zelfs in kustgebied tegen corrosie beschermt. Op vlak van onderhoud heeft het Agentschap dan ook geen enkele zorg.” De Kuyper gaat inderdaad uit van een levensduur van 15 jaar of meer.
Vlotte ingebruikname
Toch was het niet alleen het product dat het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust ervan overtuigde om met VEGA in zee te gaan. Doorslaggevend was tevens de compatibiliteit met de eigen dataloggers en de ondersteuning. De Kuyper: “Bij de initiële tests werd nog gebruikgemaakt van de kosteloze VEGA app, maar bij de daadwerkelijke ingebruikname werden de sensoren door onze aannemer via Modbus op de bestaande loggers aangesloten. Het fijne was dat er bij die eerste installatie ook daadwerkelijk iemand van VEGA aanwezig was. Heel complex was het weliswaar niet, maar een beetje ondersteuning schept toch altijd extra vertrouwen.”
Bovenop de vijf reeds geïnstalleerde sensoren, kocht het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust inmiddels ook een aantal extra toestellen aan. “In de nabije toekomst wordt er nog eentje geïnstalleerd op de stormvloedkering van Nieuwpoort; andere kunnen we gebruiken voor toekomstige projecten of eventuele interventies. Dankzij de ervaring van dit project, weten we in ieder geval dat dat vlot zal verlopen.”
Door Elise Noyez
Zelf benieuwd naar de metingen?
Net zoals andere metingen van het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust zijn de getijmetingen publiek toegankelijk via het Meetnet Vlaamse Banken. Het gaat daarbij weliswaar om gemiddeldes per vijf minuten, afkomstig van de primaire vlottermeting. “In functie van databeheer, en omdat de meeste toepassingen geen nood hebben aan hoogfrequente data, wordt het aantal gegevens op de website beperkt”, legt De Kuyper uit. “Intern houden we uiteraard wel alle data bij. Indien nodig kunnen zowel de hoogfrequente data van de vlottermeting als die van de radarmetingen dan ook eenvoudig bij ons opgevraagd worden.”