22/06/2020

Meer zoetwater voor bedrijven in kuststreek?

Steeds vaker zijn er jaren waarbij landbouwbedrijven kampen met droogte. Voor hen zijn enkele vernieuwende oplossingen op komst. Zo onderzocht de Vlaamse Milieumaatschappij, in het kader van het Europese project Topsoil, een aantal maatregelen die boeren helpt zoet water in hun gebied te houden in plaats van het naar zee te laten afstromen. In Nederland zijn daar al bedrijven mee aan de slag.

Veel land- en tuinbouwers hadden het de voorbije jaren moeilijk aan voldoende water te geraken. Ook in West-Vlaanderen. Een Europees project, Topsoil, dat startte in december 2015 en duurde tot februari 2020, wou soelaas brengen. Daarvoor konden de projectpartners onder meer kijken naar Nederland, dat op dat vlak enkele jaren voorsprong heeft.

Een van de projectpartners van Topsoil is de VMM, de Vlaamse Milieumaatschappij. Dieter Vandevelde is er projectmanager grondwater. Om project Topsoil goed te begrijpen, is het nuttig eerst een blik te werpen op enkele vroegere, verwante projecten.

Go-Fresh

West-Vlaanderen grenst aan de Nederlandse provincie Zeeland, waar vergelijkbare problemen voor water bestaan. Een poging om een oplossing te vinden was daar project Go-Fresh; de resultaten ervan zijn bekend gemaakt in november 2018. Het doel van het project was overtollig zoet water tijdens natte periodes op te vangen en ondergronds op te slaan, zodat landbouwers het opnieuw kunnen gebruiken als er een watertekort is. Er zijn toen drie oplossingen getest. In november 2018 werden de resultaten voorgesteld tijdens een symposium.

Een eerste oplossing, het ‘Kreekrug Infiltratie Systeem’, is geïnstalleerd in Walcheren, bij een akkerbouw- en een tuinbouwperceel. Bij dat systeem gaat het om verhoging van de grondwaterstand. Dat gebeurt door zoet oppervlaktewater via drainagebuizen in het perceel te brengen. Meer bepaald gaat het om grondwater van percelen op ‘kreekruggen’: zandige verhogingen in het reliëf die restanten zijn van oude zeegeulen. Onder kreekruggen zit meestal grondwater onder vorm van een zoetwaterlens: dat is een bel zoet grondwater die bovenop het zoute grondwater drijft. Die zoetwaterlenzen blijken vaak geschikt om extra zoet water in op te slaan.

“Zout water werd teruggedrongen, boeren konden beregeningsbeurten uitsparen en ze kregen dus zoetere waterlopen.”

Dieter Vandevelde, projectmanager grondwater bij VMM, over de Nederlandse resultaten

In tijden van wateroverschot, vaak is dat in de winter, kan de landbouwer het zoete water ondiep infiltreren, via omgekeerde drainage, over de volle breedte van de kreekrug. Daardoor groeit de zoetwaterlens. Het grondwater van die lens kan de landbouwer in tijden van droogte gebruiken om, met een horizontale onttrekkingsdrain, landbouwgewassen (extra) te irrigeren. Bijkomend voordeel van die maatregel is dat door de hogere grondwaterstanden droogteschade in de percelen op de kreekrug vermindert. De resultaten van dat kreekruginfiltratiesysteem bleken positief.

De tweede en derde techniek die in het Go-Fresh-project zijn getest, waren de Freshmaker en de Drains2Buffer. Volgens Vandevelde is de Freshmaker een variatie op de kreekruginfiltratie die als nadeel heeft dat het duurder is en dat je een lozing hebt van zilt water. En Drains2buffer, waar het de bedoeling is dunne regenwaterlenzen te doen aangroeien, zou in onze polders weinig effect hebben omdat in onze polders meestal nog wat zoet water boven het zoute zit, wat die methode daar weinig geschikt maakt.

Waterhouderij

De Nederlanders zetten het Go-Fresh-onderzoek onder meer voort in de ‘Waterhouderij’. In een deelproject daarvan werken zeven bedrijven, met in totaal 350 hectare, samen. Er is een melkveebedrijf bij, en er zijn enkele fruittelers en akkerbouwbedrijven. Ze besloten te gaan voor een gezamenlijke, gebiedsgerichte aanpak. Daartoe richtten ze Waterhouderij Walcheren op. De voorzitter daarvan is een bioboer die van het West-Vlaamse Loppem naar die streek was verhuisd. Het team wil dat evenveel water de bodem ingaat als de hoeveelheid die ze eraan onttrekken. Om dat te bereiken, bufferen ze onder meer het neerslagoverschot in herfst, winter en lente, zodat ze het later kunnen benutten. Regen die stoomopwaarts is gevallen, vangen ze op met peilgestuurde drainage en infiltreren ze in een kreekrug. Ook houden ze op diverse plekken zoetwater vast met schotten en stuwen. Voorts hebben ze een bovengronds zoetwaterbassin aangelegd van 4.000 kubieke meter, al willen ze dergelijke oplossing liefst niet te vaak toepassen, want ze willen zo weinig mogelijk landbouwgrond bezetten. En dat alles is nog maar het begin: intussen begonnen ze aan nog meer maatregelen. Om alles voor mekaar te krijgen, ontvingen ze 650.000 euro subsidie.

Dieter Vandevelde, VMM’s projectmanager, is onder de indruk van de Nederlandse resultaten daar. “Bij de kreekruginfiltratie groeide de zoetwaterwaterlens in enkele jaren tijd met een aantal meter, waardoor zout water werd teruggedrongen. Door de hogere grondwaterstanden konden de landbouwers beregeningsbeurten uitsparen. En waar stuwen werden geplaatst, konden ze meer water in het gebied houden en zoute kwel tegengaan. Netto kregen ze dus zoetere waterlopen.”

Topsoil

In het kader van Interreg North Sea Region-project Topsoil is in 2017 onder meer een helikopter over het Westkustgebied gevlogen. Die had spitstechnologie aan boord om de geleidbaarheid in de bodem te meten. Dat helpt om een kaart op te stellen waarop staat waar in de bodem zoet en zout grondwater te vinden is. Dieter Vandevelde: “Dankzij de kaart weten we nu hoe groot de zoetwaterlenzen in het gebied zijn. Dat helpt ons na te gaan welke mogelijkheden we in dat gebied hebben om water ondergronds te bergen. Uit een enquête bleek dat heel wat landbouwers interesse vertonen in zo’n maatregel. Er is al heel wat kennis over dergelijke systemen in Nederland, maar het is belangrijk een aantal pilootinstallaties in onze polders te plaatsen om kennis en ervaring op te doen. Daarmee zullen we dan kijken of het ook bij ons in de praktijk werkt, en of het rendabel is. We onderzoeken drie maatregelen die hierbij kunnen helpen: kreekruginfilratie, peilgestuurde drainage en waterconservering door stuwtjes.”

De kreekruginfiltratie is vergelijkbaar met de kreekruginfiltratie die te Walcheren plaatsvond in het kader van Go-Fresh, en ook gebruikt wordt bij Waterhouderij Walcheren.

“We kozen kreekruginfiltratie voor ons eerste demonstratieproject.”

Dieter Vandevelde, projectmanager grondwater VMM

Er zijn nog een tweede en derde piste die de VMM en de andere projectpartners onderzoeken. Die roepen vooral herinneringen op aan oplossingen die worden gebruikt in Waterhouderij Walcheren. Zo denken ze, als tweede piste, aan peilgestuurde drainage. Dieter Vandevelde: “Daarmee kunnen de landbouwers flexibel het grondwaterpeil onder hun perceel beheren, dat in tegenstelling tot klassieke drainage waar het drainagepeil vast ligt, zodat dan het risico bestaat dat je te veel water verliest. Met peilgestuurde drainage kunnen ze meer grondwater vasthouden en hogere grondwaterstanden in het groeiseizoen realiseren door een hoger drainageniveau in te stellen. Omgekeerd kunnen ze in natte perioden het drainageniveau verlagen om natschade te voorkomen.”

De derde piste is die van de waterconservering met stuwtjes. “Dan zal het oppervlaktewaterpeil stijgen doordat het tijdelijk wordt tegengehouden met een stuw. Dat doet het grondwaterniveau in naburige percelen stijgen. En omdat je meer zoetwater vasthoudt, ga je verzouting van het oppervlaktewater door te zout grondwater tegen.”

Maar niet elk gebied binnen de polders leent zich tot uitvoering van elk van deze maatregelen. Daarom bekeek de VMM samen met de rest van het consortium waar welke maatregel de hoogste kans heeft op succes. Dieter Vandevelde: “Kreekruginfiltratie bleek uiteindelijk de grootste potentie te vertonen om in poldergebied lokaal zoet water op te slaan. Daarom kozen wij die piste voor ons eerste demonstratieproject. Er wordt onderzocht of we dat van start kunnen laten gaan in Veurne. Peilgestuurde drainage en waterconservering door stuwtjes hebben zeker hun eveneens hun nut, maar daarvoor zijn nog geen concrete initiatieven genomen.”

Samen sterk

“Het is interessant om te bekijken of samenwerking tussen landbouwers mogelijk is zodat grotere systemen kunnen uitgebaat worden”, gaat VMM’s projectmanager grondwater verder. “Ik verwijs hierbij naar de samenwerkende bedrijven in de Nederlandse provincie Zeeland, bij Waterhouderij Walcheren. Hun ervaring kan helpen om dergelijke systemen in Vlaanderen optimaal in te richten.”

Dat blijkt ook uit een ruwe kostenanalyse die voor Topsoil is gemaakt. “Hieruit bleek dat de rendabiliteit toeneemt naarmate het systeem groter wordt. Als je de prijs voor leidingwater als norm neemt, wordt het pas interessant vanaf een watervraag van meer dan 3.000 kubieke meter per jaar. Kleinere systemen zijn dus niet rendabel.”

Een belangrijk aspect is het vergunningsluik. “Vandaag is de wetgeving vooral geformuleerd voor grote infiltratiesystemen. Een aanpassing van het wetgevend kader is nodig om infiltratie via kleinere systemen praktisch mogelijk te maken.”

De implementatie van dergelijke systemen staat dus nog in de kinderschoenen. Maar het lijkt er steeds meer op dat ze hoogst welkom zijn. “Toen we in 2015 dit project hebben opgestart, speelde de problematiek van droogte en waterschaarste nog niet sterk. Ondertussen heeft de actualiteit ons ingehaald,” merkt VMM’s projectmanager op.

Door Koen Vandepopuliere

northsearegion.eu/topsoil

www.vmm.be/water/projecten/topsoil

Meer zoetwater voor bedrijven in kuststreek?

Steeds vaker zijn er jaren waarbij landbouwbedrijven kampen met droogte. Voor hen zijn enkele vernieuwende oplossingen op komst. Zo onderzocht de Vlaamse Milieumaatschappij, in het kader van het Europese project Topsoil, een aantal maatregelen die boeren helpt zoet water in hun gebied te houden in plaats van het naar zee te laten afstromen. In Nederland zijn daar al bedrijven mee aan de slag.

Veel land- en tuinbouwers hadden het de voorbije jaren moeilijk aan voldoende water te geraken. Ook in West-Vlaanderen. Een Europees project, Topsoil, dat startte in december 2015 en duurde tot februari 2020, wou soelaas brengen. Daarvoor konden de projectpartners onder meer kijken naar Nederland, dat op dat vlak enkele jaren voorsprong heeft.

Een van de projectpartners van Topsoil is de VMM, de Vlaamse Milieumaatschappij. Dieter Vandevelde is er projectmanager grondwater. Om project Topsoil goed te begrijpen, is het nuttig eerst een blik te werpen op enkele vroegere, verwante projecten.

Go-Fresh

West-Vlaanderen grenst aan de Nederlandse provincie Zeeland, waar vergelijkbare problemen voor water bestaan. Een poging om een oplossing te vinden was daar project Go-Fresh; de resultaten ervan zijn bekend gemaakt in november 2018. Het doel van het project was overtollig zoet water tijdens natte periodes op te vangen en ondergronds op te slaan, zodat landbouwers het opnieuw kunnen gebruiken als er een watertekort is. Er zijn toen drie oplossingen getest. In november 2018 werden de resultaten voorgesteld tijdens een symposium.

Een eerste oplossing, het ‘Kreekrug Infiltratie Systeem’, is geïnstalleerd in Walcheren, bij een akkerbouw- en een tuinbouwperceel. Bij dat systeem gaat het om verhoging van de grondwaterstand. Dat gebeurt door zoet oppervlaktewater via drainagebuizen in het perceel te brengen. Meer bepaald gaat het om grondwater van percelen op ‘kreekruggen’: zandige verhogingen in het reliëf die restanten zijn van oude zeegeulen. Onder kreekruggen zit meestal grondwater onder vorm van een zoetwaterlens: dat is een bel zoet grondwater die bovenop het zoute grondwater drijft. Die zoetwaterlenzen blijken vaak geschikt om extra zoet water in op te slaan.

“Zout water werd teruggedrongen, boeren konden beregeningsbeurten uitsparen en ze kregen dus zoetere waterlopen.”

Dieter Vandevelde, projectmanager grondwater bij VMM, over de Nederlandse resultaten

In tijden van wateroverschot, vaak is dat in de winter, kan de landbouwer het zoete water ondiep infiltreren, via omgekeerde drainage, over de volle breedte van de kreekrug. Daardoor groeit de zoetwaterlens. Het grondwater van die lens kan de landbouwer in tijden van droogte gebruiken om, met een horizontale onttrekkingsdrain, landbouwgewassen (extra) te irrigeren. Bijkomend voordeel van die maatregel is dat door de hogere grondwaterstanden droogteschade in de percelen op de kreekrug vermindert. De resultaten van dat kreekruginfiltratiesysteem bleken positief.

De tweede en derde techniek die in het Go-Fresh-project zijn getest, waren de Freshmaker en de Drains2Buffer. Volgens Vandevelde is de Freshmaker een variatie op de kreekruginfiltratie die als nadeel heeft dat het duurder is en dat je een lozing hebt van zilt water. En Drains2buffer, waar het de bedoeling is dunne regenwaterlenzen te doen aangroeien, zou in onze polders weinig effect hebben omdat in onze polders meestal nog wat zoet water boven het zoute zit, wat die methode daar weinig geschikt maakt.

Waterhouderij

De Nederlanders zetten het Go-Fresh-onderzoek onder meer voort in de ‘Waterhouderij’. In een deelproject daarvan werken zeven bedrijven, met in totaal 350 hectare, samen. Er is een melkveebedrijf bij, en er zijn enkele fruittelers en akkerbouwbedrijven. Ze besloten te gaan voor een gezamenlijke, gebiedsgerichte aanpak. Daartoe richtten ze Waterhouderij Walcheren op. De voorzitter daarvan is een bioboer die van het West-Vlaamse Loppem naar die streek was verhuisd. Het team wil dat evenveel water de bodem ingaat als de hoeveelheid die ze eraan onttrekken. Om dat te bereiken, bufferen ze onder meer het neerslagoverschot in herfst, winter en lente, zodat ze het later kunnen benutten. Regen die stoomopwaarts is gevallen, vangen ze op met peilgestuurde drainage en infiltreren ze in een kreekrug. Ook houden ze op diverse plekken zoetwater vast met schotten en stuwen. Voorts hebben ze een bovengronds zoetwaterbassin aangelegd van 4.000 kubieke meter, al willen ze dergelijke oplossing liefst niet te vaak toepassen, want ze willen zo weinig mogelijk landbouwgrond bezetten. En dat alles is nog maar het begin: intussen begonnen ze aan nog meer maatregelen. Om alles voor mekaar te krijgen, ontvingen ze 650.000 euro subsidie.

Dieter Vandevelde, VMM’s projectmanager, is onder de indruk van de Nederlandse resultaten daar. “Bij de kreekruginfiltratie groeide de zoetwaterwaterlens in enkele jaren tijd met een aantal meter, waardoor zout water werd teruggedrongen. Door de hogere grondwaterstanden konden de landbouwers beregeningsbeurten uitsparen. En waar stuwen werden geplaatst, konden ze meer water in het gebied houden en zoute kwel tegengaan. Netto kregen ze dus zoetere waterlopen.”

Topsoil

In het kader van Interreg North Sea Region-project Topsoil is in 2017 onder meer een helikopter over het Westkustgebied gevlogen. Die had spitstechnologie aan boord om de geleidbaarheid in de bodem te meten. Dat helpt om een kaart op te stellen waarop staat waar in de bodem zoet en zout grondwater te vinden is. Dieter Vandevelde: “Dankzij de kaart weten we nu hoe groot de zoetwaterlenzen in het gebied zijn. Dat helpt ons na te gaan welke mogelijkheden we in dat gebied hebben om water ondergronds te bergen. Uit een enquête bleek dat heel wat landbouwers interesse vertonen in zo’n maatregel. Er is al heel wat kennis over dergelijke systemen in Nederland, maar het is belangrijk een aantal pilootinstallaties in onze polders te plaatsen om kennis en ervaring op te doen. Daarmee zullen we dan kijken of het ook bij ons in de praktijk werkt, en of het rendabel is. We onderzoeken drie maatregelen die hierbij kunnen helpen: kreekruginfilratie, peilgestuurde drainage en waterconservering door stuwtjes.”

De kreekruginfiltratie is vergelijkbaar met de kreekruginfiltratie die te Walcheren plaatsvond in het kader van Go-Fresh, en ook gebruikt wordt bij Waterhouderij Walcheren.

“We kozen kreekruginfiltratie voor ons eerste demonstratieproject.”

Dieter Vandevelde, projectmanager grondwater VMM

Er zijn nog een tweede en derde piste die de VMM en de andere projectpartners onderzoeken. Die roepen vooral herinneringen op aan oplossingen die worden gebruikt in Waterhouderij Walcheren. Zo denken ze, als tweede piste, aan peilgestuurde drainage. Dieter Vandevelde: “Daarmee kunnen de landbouwers flexibel het grondwaterpeil onder hun perceel beheren, dat in tegenstelling tot klassieke drainage waar het drainagepeil vast ligt, zodat dan het risico bestaat dat je te veel water verliest. Met peilgestuurde drainage kunnen ze meer grondwater vasthouden en hogere grondwaterstanden in het groeiseizoen realiseren door een hoger drainageniveau in te stellen. Omgekeerd kunnen ze in natte perioden het drainageniveau verlagen om natschade te voorkomen.”

De derde piste is die van de waterconservering met stuwtjes. “Dan zal het oppervlaktewaterpeil stijgen doordat het tijdelijk wordt tegengehouden met een stuw. Dat doet het grondwaterniveau in naburige percelen stijgen. En omdat je meer zoetwater vasthoudt, ga je verzouting van het oppervlaktewater door te zout grondwater tegen.”

Maar niet elk gebied binnen de polders leent zich tot uitvoering van elk van deze maatregelen. Daarom bekeek de VMM samen met de rest van het consortium waar welke maatregel de hoogste kans heeft op succes. Dieter Vandevelde: “Kreekruginfiltratie bleek uiteindelijk de grootste potentie te vertonen om in poldergebied lokaal zoet water op te slaan. Daarom kozen wij die piste voor ons eerste demonstratieproject. Er wordt onderzocht of we dat van start kunnen laten gaan in Veurne. Peilgestuurde drainage en waterconservering door stuwtjes hebben zeker hun eveneens hun nut, maar daarvoor zijn nog geen concrete initiatieven genomen.”

Samen sterk

“Het is interessant om te bekijken of samenwerking tussen landbouwers mogelijk is zodat grotere systemen kunnen uitgebaat worden”, gaat VMM’s projectmanager grondwater verder. “Ik verwijs hierbij naar de samenwerkende bedrijven in de Nederlandse provincie Zeeland, bij Waterhouderij Walcheren. Hun ervaring kan helpen om dergelijke systemen in Vlaanderen optimaal in te richten.”

Dat blijkt ook uit een ruwe kostenanalyse die voor Topsoil is gemaakt. “Hieruit bleek dat de rendabiliteit toeneemt naarmate het systeem groter wordt. Als je de prijs voor leidingwater als norm neemt, wordt het pas interessant vanaf een watervraag van meer dan 3.000 kubieke meter per jaar. Kleinere systemen zijn dus niet rendabel.”

Een belangrijk aspect is het vergunningsluik. “Vandaag is de wetgeving vooral geformuleerd voor grote infiltratiesystemen. Een aanpassing van het wetgevend kader is nodig om infiltratie via kleinere systemen praktisch mogelijk te maken.”

De implementatie van dergelijke systemen staat dus nog in de kinderschoenen. Maar het lijkt er steeds meer op dat ze hoogst welkom zijn. “Toen we in 2015 dit project hebben opgestart, speelde de problematiek van droogte en waterschaarste nog niet sterk. Ondertussen heeft de actualiteit ons ingehaald,” merkt VMM’s projectmanager op.

Door Koen Vandepopuliere

northsearegion.eu/topsoil

www.vmm.be/water/projecten/topsoil