23/09/2020

Meer samenwerking is nodig

Ons watersysteem moet duurzamer en robuuster. Dat vinden Rilke Raes van Ovadis en Lies Bamelis, consulent milieu bij Profex. De waterexperts vinden dat bedrijven meer moeten diversifiëren in hun waterkwaliteiten. Ze moeten ook meer met elkaar samenwerken in bedrijvenclusters om waterstromen uit te wisselen.

Rilke Raes ziet alvast een opportuniteit in de opbouw van meer kennis bij bedrijven over hun waterhuishouding. “Ik zie wel een positieve trend, maar het moet sneller. Er zijn nog te veel bedrijven die water als onuitputtelijke bron beschouwen en over onvoldoende kennis beschikken over de waterstromen in hun productie of activiteiten. Men ziet de urgentie niet en is er niet echt bewust mee bezig. Er wordt ook te weinig water vastgehouden en te veel water afgevoerd. Reserves worden te traag aangevuld met regenwater. Op termijn is dat niet houdbaar. Het water zal hen (n)ooit aan de lippen staan.” Lies Bamelis treedt Raes bij: “Veel bedrijven kennen de details niet van hun waterbalans en hun waterkwaliteiten. Zeker kleinere bedrijven – of bedrijven met een beperkte watervraag – zouden hun waterbalansen in kaart moeten brengen en beter moeten beheren. Volg je waterproces goed op, zodat lekken en andere inefficiënties sneller in kaart kunnen worden gebracht. Hoe minder water bedrijven tijdens in hun productieproces gebruiken, hoe beter. Maar ook in de landbouw zijn er veranderingen nodig – waardoor zoveel mogelijk water in de bodem gecapteerd kan worden, zodat er minder waterverbruik nodig is om hun akkers te bevloeien. Dat is het meest duurzame.” Raes vindt dat een geleidelijke transitie naar een meer waterrobuuste landbouw eveneens een belangrijke pijler moet worden in het waterbeleid.

Nadenken over de waterhuishouding kan zowel bij particulieren als bij bedrijven een waardevolle oefening zijn. “Het zit hem soms in simpele dingen”, zegt Raes. Het water waarmee je je handen wast, zou je in principe kunnen gebruiken om je toilet mee door te spoelen. Uiteraard moeten de systemen hiertoe anders worden uitgedacht zodat hygiëne gewaarborgd blijft, maar het gaat om de alternatieve denkpiste. Er moet worden nagedacht over diverse waterkwaliteiten in het hele systeem. Een sterk verouderde infrastructuur is eveneens een heikel punt, zoals lekkende rioleringen en drinkwaterleidingen. Alleen al het vervangen van oude sanitaire infrastructuur in schoolgebouwen en sociale complexen bij onder andere bedrijven, kan een nuttige bijdrage leveren. Dan denk ik onder meer aan waterbesparende toiletten. Gebruik ook geen hoogwaardig water meer om industriële pompen te koelen. Naast diversifiëren moeten er meer maatregelen komen om het water vast te houden.”

Verschillende waterkwaliteiten

Bedrijven diversifiëren te weinig als het om waterkwaliteiten gaat. Er moet meer onderscheid worden gemaakt in waterkwaliteiten. “Een bedrijf moet in kaart brengen welke waterkwaliteiten ze nodig hebben voor welke toepassingen”, zeggen Bamelis en Raes. “Het is niet nodig om alles te zuiveren tot de hoogste kwaliteit. Dat vraagt energie en houdt ook waterverlies in.” Bamelis vindt dat bedrijven meer moeten samenwerken om water met elkaar te delen. “Ondernemingen die naast elkaar liggen weten vaak niets over elkaars waterverbruik. Een oplossing is bedrijven samenbrengen in een cluster. Vorig jaar lanceerde de Vlaamse Milieu Maatschappij een oproep om bedrijven op dat vlak te laten samenwerken. Er gingen 8 bedrijven op in. Op die samenwerking moet meer worden ingezet. De watervraag in Vlaanderen is eigenlijk nog veel te individueel en bedrijfsspecifiek geïmplementeerd. Het is ieder voor zich in de industrie en de landbouw.” Zeker voor bedrijven uit de landbouw en industrie heeft zo’n bedrijvencluster veel voordelen. Bamelis geeft enkele voorbeelden. “In een loods kan er hemelwater worden opgevangen, dat dan door een nabijgelegen grootwaterverbruiker kan worden gebruikt. Het regenwater van het logistiek bedrijf, dat zelf geen water verbruikt, zou opgevangen kunnen worden en kunnen worden gebruikt door bijvoorbeeld een zuivelbedrijf, als de kwaliteitsgaranties maar gegarandeerd zijn. Het afvalwater van het ene bedrijf kan dan weer worden gebruikt voor processen bij een ander bedrijf, zonder dat er een doorgedreven zuivering nodig is. Daar is veel winst te halen.”

Lies Bamelis beseft wel dat dergelijke projecten de nodige technische aanpassingen vergen. “Sommige oudere industrieterreinen zijn daar niet op aangepast. Zeker bij de bouw van nieuwe industrieterreinen moet daar rekening mee worden gehouden. Er moet gekeken worden of er een combinatie van de verschillende activiteiten mogelijk is. Er wordt wel altijd gekeken of industrieterreinen wel CO2-neutraal zijn. Maar ik pleit er ook voor dat er meer naar het water wordt gekeken. En dat je dus een waterneutraal industrieterrein hebt. In Vlaanderen is er sowieso al weinig water beschikbaar.” Als bedrijven meer gaan hergebruiken, wordt er ook minder geloosd op het oppervlaktewater. Dat zal ook zijn impact hebben, beseft Bamelis. “Dan wordt er alleen maar een geconcentreerde stroom geloosd in het oppervlaktewater. Maar er is totaal geen zekerheid of de kwaliteit van het oppervlaktewater erop vooruit gaat. De landbouwer die verderop het water nodig, zal daar dus zeker hinder van ondervinden. Maar ook drinkwatermaatschappijen. We moeten goed nadenken hoe we dit kunnen vertalen naar de toekomst.”

Duidelijkere wetgeving

Beide experts hopen wel op een duidelijkere wetgeving voor het hergebruik van laagwaardig water. “Het wettelijk kader rond drinkwaterkwaliteit is duidelijk, maar niet voor laagwaardige waterstromen”, zegt Bamelis. “Het is moeilijk om duidelijke regelgeving te stellen, zonder marktverstorend te werken. Sommige gebieden zijn gevoeliger voor droogte dan andere. West-Vlaanderen is strikter qua grondwater dan Limburg. In heel Vlaanderen gebruiken we dezelfde elektriciteit, maar voor water is dat anders.” Duidelijke richtlijnen zouden misschien stimulerend kunnen werken. “Ik zit in een operationele groep van de dienst landbouw en visserij van het departement landbouw”, zegt Bamelis. “Daar proberen we een duidelijk kader te scheppen voor wat betreft het effluent van waterzuiveringsinstallaties als irrigatiewater in de landbouw. Dat is nodig, zodat bedrijven met een gerust hart het watereffluent kunnen hergebruiken.” Rilke Raes is opgetogen: “Regelmatig vragen bedrijven hiernaar en we hebben al dossiers opgestart. Maar het blijft erg ad hoc en er is nood aan een duidelijk kader. Ook de kostenbatenaanpak is belangrijk. Waterbesparing zal pas common ground worden als hoogwaardig water de correcte prijs krijgt toegemeten. Hoogwaardig drinkwater mag zeker duurder zijn voor het zogenaamde comfortverbruik. Er moet meer verschil zitten op de kosten voor het basisrecht op water en een oververbruik of zogenaamd comfortverbruik. De normen voor waterhergebruik zijn streng en wat betreft hygiënische parameters is dat absoluut verdedigbaar. Voor dergelijke initiatieven waar water in de onmiddellijke omgeving een tweede functie krijgt, wordt het met deze strikte regelgeving financieel minder interessant. Bedrijven betalen bovendien heffingen op het water dat ze ter beschikking stellen voor de landbouw. Ik pleit dat die belastingen worden verlaagd. Daar zie ik een belangrijke rol voor het beleid. Geef dus toch nog een financiële incentive om water te hergebruiken in plaats van er belastingen op te heffen.

“Volg je waterproces goed op, zodat lekken en andere inefficiënties sneller in kaart kunnen worden gebracht.”

Lies Bamelis

Veel bedrijven kennen de details niet van hun waterbalans en hun waterkwaliteiten.

Lies Bamelis

“Ondernemingen die naast elkaar liggen weten vaak niets over elkaars waterverbruik.”

Lies Bamelis

“Er zijn nog te veel bedrijven die water als onuitputtelijke bron beschouwen”

Rilke Raes

“Er moet worden nagedacht over diverse waterkwaliteiten in het hele systeem”

Rilke Raes

“Geef een financiële incentive om water te hergebruiken in plaats van er belastingen op te heffen.”

Rilke Raes

Meer samenwerking is nodig

Ons watersysteem moet duurzamer en robuuster. Dat vinden Rilke Raes van Ovadis en Lies Bamelis, consulent milieu bij Profex. De waterexperts vinden dat bedrijven meer moeten diversifiëren in hun waterkwaliteiten. Ze moeten ook meer met elkaar samenwerken in bedrijvenclusters om waterstromen uit te wisselen.

Rilke Raes ziet alvast een opportuniteit in de opbouw van meer kennis bij bedrijven over hun waterhuishouding. “Ik zie wel een positieve trend, maar het moet sneller. Er zijn nog te veel bedrijven die water als onuitputtelijke bron beschouwen en over onvoldoende kennis beschikken over de waterstromen in hun productie of activiteiten. Men ziet de urgentie niet en is er niet echt bewust mee bezig. Er wordt ook te weinig water vastgehouden en te veel water afgevoerd. Reserves worden te traag aangevuld met regenwater. Op termijn is dat niet houdbaar. Het water zal hen (n)ooit aan de lippen staan.” Lies Bamelis treedt Raes bij: “Veel bedrijven kennen de details niet van hun waterbalans en hun waterkwaliteiten. Zeker kleinere bedrijven – of bedrijven met een beperkte watervraag – zouden hun waterbalansen in kaart moeten brengen en beter moeten beheren. Volg je waterproces goed op, zodat lekken en andere inefficiënties sneller in kaart kunnen worden gebracht. Hoe minder water bedrijven tijdens in hun productieproces gebruiken, hoe beter. Maar ook in de landbouw zijn er veranderingen nodig – waardoor zoveel mogelijk water in de bodem gecapteerd kan worden, zodat er minder waterverbruik nodig is om hun akkers te bevloeien. Dat is het meest duurzame.” Raes vindt dat een geleidelijke transitie naar een meer waterrobuuste landbouw eveneens een belangrijke pijler moet worden in het waterbeleid.

Nadenken over de waterhuishouding kan zowel bij particulieren als bij bedrijven een waardevolle oefening zijn. “Het zit hem soms in simpele dingen”, zegt Raes. Het water waarmee je je handen wast, zou je in principe kunnen gebruiken om je toilet mee door te spoelen. Uiteraard moeten de systemen hiertoe anders worden uitgedacht zodat hygiëne gewaarborgd blijft, maar het gaat om de alternatieve denkpiste. Er moet worden nagedacht over diverse waterkwaliteiten in het hele systeem. Een sterk verouderde infrastructuur is eveneens een heikel punt, zoals lekkende rioleringen en drinkwaterleidingen. Alleen al het vervangen van oude sanitaire infrastructuur in schoolgebouwen en sociale complexen bij onder andere bedrijven, kan een nuttige bijdrage leveren. Dan denk ik onder meer aan waterbesparende toiletten. Gebruik ook geen hoogwaardig water meer om industriële pompen te koelen. Naast diversifiëren moeten er meer maatregelen komen om het water vast te houden.”

Verschillende waterkwaliteiten

Bedrijven diversifiëren te weinig als het om waterkwaliteiten gaat. Er moet meer onderscheid worden gemaakt in waterkwaliteiten. “Een bedrijf moet in kaart brengen welke waterkwaliteiten ze nodig hebben voor welke toepassingen”, zeggen Bamelis en Raes. “Het is niet nodig om alles te zuiveren tot de hoogste kwaliteit. Dat vraagt energie en houdt ook waterverlies in.” Bamelis vindt dat bedrijven meer moeten samenwerken om water met elkaar te delen. “Ondernemingen die naast elkaar liggen weten vaak niets over elkaars waterverbruik. Een oplossing is bedrijven samenbrengen in een cluster. Vorig jaar lanceerde de Vlaamse Milieu Maatschappij een oproep om bedrijven op dat vlak te laten samenwerken. Er gingen 8 bedrijven op in. Op die samenwerking moet meer worden ingezet. De watervraag in Vlaanderen is eigenlijk nog veel te individueel en bedrijfsspecifiek geïmplementeerd. Het is ieder voor zich in de industrie en de landbouw.” Zeker voor bedrijven uit de landbouw en industrie heeft zo’n bedrijvencluster veel voordelen. Bamelis geeft enkele voorbeelden. “In een loods kan er hemelwater worden opgevangen, dat dan door een nabijgelegen grootwaterverbruiker kan worden gebruikt. Het regenwater van het logistiek bedrijf, dat zelf geen water verbruikt, zou opgevangen kunnen worden en kunnen worden gebruikt door bijvoorbeeld een zuivelbedrijf, als de kwaliteitsgaranties maar gegarandeerd zijn. Het afvalwater van het ene bedrijf kan dan weer worden gebruikt voor processen bij een ander bedrijf, zonder dat er een doorgedreven zuivering nodig is. Daar is veel winst te halen.”

Lies Bamelis beseft wel dat dergelijke projecten de nodige technische aanpassingen vergen. “Sommige oudere industrieterreinen zijn daar niet op aangepast. Zeker bij de bouw van nieuwe industrieterreinen moet daar rekening mee worden gehouden. Er moet gekeken worden of er een combinatie van de verschillende activiteiten mogelijk is. Er wordt wel altijd gekeken of industrieterreinen wel CO2-neutraal zijn. Maar ik pleit er ook voor dat er meer naar het water wordt gekeken. En dat je dus een waterneutraal industrieterrein hebt. In Vlaanderen is er sowieso al weinig water beschikbaar.” Als bedrijven meer gaan hergebruiken, wordt er ook minder geloosd op het oppervlaktewater. Dat zal ook zijn impact hebben, beseft Bamelis. “Dan wordt er alleen maar een geconcentreerde stroom geloosd in het oppervlaktewater. Maar er is totaal geen zekerheid of de kwaliteit van het oppervlaktewater erop vooruit gaat. De landbouwer die verderop het water nodig, zal daar dus zeker hinder van ondervinden. Maar ook drinkwatermaatschappijen. We moeten goed nadenken hoe we dit kunnen vertalen naar de toekomst.”

Duidelijkere wetgeving

Beide experts hopen wel op een duidelijkere wetgeving voor het hergebruik van laagwaardig water. “Het wettelijk kader rond drinkwaterkwaliteit is duidelijk, maar niet voor laagwaardige waterstromen”, zegt Bamelis. “Het is moeilijk om duidelijke regelgeving te stellen, zonder marktverstorend te werken. Sommige gebieden zijn gevoeliger voor droogte dan andere. West-Vlaanderen is strikter qua grondwater dan Limburg. In heel Vlaanderen gebruiken we dezelfde elektriciteit, maar voor water is dat anders.” Duidelijke richtlijnen zouden misschien stimulerend kunnen werken. “Ik zit in een operationele groep van de dienst landbouw en visserij van het departement landbouw”, zegt Bamelis. “Daar proberen we een duidelijk kader te scheppen voor wat betreft het effluent van waterzuiveringsinstallaties als irrigatiewater in de landbouw. Dat is nodig, zodat bedrijven met een gerust hart het watereffluent kunnen hergebruiken.” Rilke Raes is opgetogen: “Regelmatig vragen bedrijven hiernaar en we hebben al dossiers opgestart. Maar het blijft erg ad hoc en er is nood aan een duidelijk kader. Ook de kostenbatenaanpak is belangrijk. Waterbesparing zal pas common ground worden als hoogwaardig water de correcte prijs krijgt toegemeten. Hoogwaardig drinkwater mag zeker duurder zijn voor het zogenaamde comfortverbruik. Er moet meer verschil zitten op de kosten voor het basisrecht op water en een oververbruik of zogenaamd comfortverbruik. De normen voor waterhergebruik zijn streng en wat betreft hygiënische parameters is dat absoluut verdedigbaar. Voor dergelijke initiatieven waar water in de onmiddellijke omgeving een tweede functie krijgt, wordt het met deze strikte regelgeving financieel minder interessant. Bedrijven betalen bovendien heffingen op het water dat ze ter beschikking stellen voor de landbouw. Ik pleit dat die belastingen worden verlaagd. Daar zie ik een belangrijke rol voor het beleid. Geef dus toch nog een financiële incentive om water te hergebruiken in plaats van er belastingen op te heffen.

“Volg je waterproces goed op, zodat lekken en andere inefficiënties sneller in kaart kunnen worden gebracht.”

Lies Bamelis

Veel bedrijven kennen de details niet van hun waterbalans en hun waterkwaliteiten.

Lies Bamelis

“Ondernemingen die naast elkaar liggen weten vaak niets over elkaars waterverbruik.”

Lies Bamelis

“Er zijn nog te veel bedrijven die water als onuitputtelijke bron beschouwen”

Rilke Raes

“Er moet worden nagedacht over diverse waterkwaliteiten in het hele systeem”

Rilke Raes

“Geef een financiële incentive om water te hergebruiken in plaats van er belastingen op te heffen.”

Rilke Raes