Geoptimaliseerd doseerprogramma voor koelcircuits zetmeelfabriek
Geoptimaliseerd doseerprogramma voor koelcircuits zetmeelfabriek
Een historische fabriek in het centrum van de stad … het is op z’n minst een uitdaging te noemen. Zo moet ook de Tereos zetmeel- en suikerfabriek in Aalst – opgericht in 1873 en in de volksmond ‘Den Amylum’ genoemd – de verontreiniging via water en lucht zoveel mogelijk beperken. Met twintig koeltorens, verdeeld over zes koelcircuits, en suppletiewater met hoge concentraties COD vroeg dat om gespecialiseerde ondersteuning. Die vond Tereos bij Clarflok.
In Aalst verwerkt Tereos tarwe en suiker tot talloze eindproducten voor onder meer de voedings-, diervoeder-, papier- en golfkartonindustrie. Het gaat om zetmeel en zoetstofingrediënten in vloeibare en poedervorm, vezels, eiwitten, bijproducten en, sinds 2008, bio-ethanol. Hiervoor is de fabriek onderverdeeld in diverse afdelingen, met elk een eigen koelcircuit: het glucosesysteem bevat zo maar liefst zeven koeltorens, het fermentatie- en het destillatiesysteem elk vijf koeltorens en de dextrose-, WKK- en tarwesystemen elk één. Naast het voorzien van de nodige vlokmiddelen, antischuim en producten voor geurbehandeling en ketelwater bestond de opdracht van Clarflok erin om alle koelcircuits van Legionella te vrijwaren alsook de javel/chlorideconcentraties, en bijgevolg de vorming van AOX en pitting corrosie, te verlagen.
De uitdaging
Een eenvoudige opdracht was het in ieder geval niet. Enerzijds bevat het suppletiewater naar de koeltorens namelijk erg hoge concentraties COD – wat de vorming van een biofilm bevordert – en anderzijds kan een suikerlek via één van de warmtewisselaars een snelle bacteriële groei in de hand werken. Door snelle en frequente bacteriologische controles via zowel ATP metingen als Legionella sneltesten kon Clarflok echter kort op de bal spelen.
De oplossing
Om alle biofilm los te weken, werd de biodispersant dosering overal op punt gezet. Naast een reiniging van de koeltorens zorgt de fijne en continue dosering er tevens voor dat de vorming van nieuwe biofilm preventief vermeden wordt. Het biocide doseerprogramma werd met behulp van de Clarflok Optimus C10 controller aangepast en op het koelcircuit van het dextrosesysteem werd ook de locatie van de doseerpunten veranderd.
Om de javeldoseringen te optimaliseren, worden regelmatig metingen van vrij chloor en totale chloor uitgevoerd. Bij twee van de zes koelcircuits, met name die van het WKK- en het dextrosesysteem, werd de javeldosering daarenboven door NovoClean 152 (op basis van H2O2) vervangen. Hoewel dit in eerste instantie tot wisselende ATP-waarden leidde, konden dankzij enkele procesaanpassingen, met name het verplaatsen van de doseerpunten en extra automatisatie om te voorkomen dat biocide via de overloop wegstroomt, toch de gewenste lage ATP’s behaald worden. Hierdoor is de AOX-concentratie in het afvalwater sterk gedaald.
Opvolging
De aanwezige concentraties ATP in het koelwater worden wekelijks opgevolgd. Doet er zich een uitschieter boven de norm voor, dan kan dit teruggebracht worden tot een ogenblikkelijk probleem met de doseerinstallatie, zoals een panne van de doseerpomp of een leeg doseervat. Wordt zo’n probleem meteen aangepakt, dan zal de ATP ook ondanks de hoge organische belasting van het suppletiewater weer snel tot op zijn baseline zakken. Aan de hand van de vastgelegde baseline ATP-waarden kan een probleem met andere woorden heel eenvoudig opgespoord worden.
Tekst: Elise Noyez
Foto’s: Clarflok

