Droogte maar 34% meer jobs in waterintensieve sectoren
Droogte maar 34% meer jobs in waterintensieve sectoren
In 2013 bracht het Vlaams Kenniscentrum Water (Vlakwa/VITO) zijn eerste studie uit naar het socio-economisch belang van water in Vlaanderen. Onlangs presenteerde Vlakwa in samenwerking met Vito een geactualiseerde versie op basis van de recentste gegevens van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), de Nationale Bank van België en andere.
Uit de studie schuiven Vlakwa en Vito enkele conclusies naar voren.
Vlaamse tewerkstelling steeds afhankelijker van waterbeschikbaarheid
De directe tewerkstelling in de waterintensieve sectoren (de vijftien meest water gebruikende sectoren in Vlaanderen) bedraagt 22,3%. In de analyse van 2013 bedroeg dit percentage nog 16,7% – goed voor een toename met 34%. 1 op de 5 Vlamingen is aan de slag in een waterintensieve sector.
Het aandeel van de waterintensieve sectoren in de bruto toegevoegde waarde van de Vlaamse economie bedraagt 33% of 73 miljard euro (2016).
De waterintensieve sectoren situeren zich in belangrijke mate binnen de maakindustrie waaraan tevens een belangrijke indirecte tewerkstelling is gekoppeld. Een gegarandeerde waterbevoorrading en -beschikbaarheid tegen een internationaal competitieve prijs is van cruciaal strategisch belang.
De kost als gevolg van het niet voldoende ter beschikking hebben van water wordt hiermee alvast scherp gesteld. Het belang van een robuust watersysteem voor alle watergebruikers (watergebonden transport, energie, industrie, landbouw, natuur…) wordt onderstreept (zie ook Visienota 2050 van de Vlaamse Overheid).
‘Waterstress’ blijft zorgwekkend hoog ondanks gunstige evolutie waterverbruik en waterefficiëntie van bedrijfsleven
Niveau van waterstress moet verder naar beneden
Het “Niveau van Waterstress” is een indicator die de Verenigde Naties gebruikt bij de opvolging van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals).
Die indicator geeft de verhouding weer tussen de totale opgenomen hoeveelheid zoetwater en de totale hoeveelheid beschikbare hernieuwbare zoetwaterbronnen. Landen of regio’s beginnen waterstress te vertonen wanneer deze indicator meer dan 25% bedraagt. Voor België bedraagt de indicator 56%. Dat bewijst dat er nog grote inspanningen nodig zijn om het watersysteem robuust en duurzaam te maken.
Watergebruik en waterefficiëntie evolueren gunstig
In de periode 2010 tot 2016 daalde het watergebruik binnen de Vlaamse economie met ruim één miljard kubieke meter, in hoofdzaak als gevolg van een daling in het gebruik van koelwater. Daarmee steeg de waterefficiëntie aanzienlijk. Waterefficiëntie is een nieuwe (door de Verenigde Naties gelanceerde) indicator die de gecreëerde economische toegevoegde waarde per eenheid water uitdrukt in Amerikaanse dollar per kubieke meter ($/m3).
In 2010 gebruikte de Vlaamse economie 3.5 miljard m³ water (zie socio-economisch belang van water 2013) en creëerde deze een bruto toegevoegde waarde van 187.820 miljoen euro . De water-efficiëntie bedroeg hiermee in 2010 53 euro/m3 of 60 $/m3.
In 2016 gebruikte de Vlaamse economie 2.5 miljard m3 water en creëerde deze een bruto toegevoegde waarde van 222.048 miljoen euro . De waterefficiëntie bedroeg dus 89 euro/m3 of 100 $/m3.
De cijfers tonen een mooie vooruitgang van de Vlaamse bedrijfswereld met een aanzienlijke daling van het gebruik en een sterk gestegen waterefficiëntie.
De vijftien meest waterintensieve sectoren zijn goed voor 1/3 van de bruto toegevoegde waarde en 1 op de 5 jobs in Vlaanderen
Blijvende beschikbaarheid van kwalitatieve waterbronnen essentieel
De belangrijkste waterverbruikers (excl. koelwater) en dus meest waterafhankelijke sectoren zijn de chemie, de landbouw en op een gedeelde derde plaats de energiesector, de metaalindustrie, de sector van cokes en raffinaderijproducten en de voedingssector.
Voor de landbouw werd in deze analyse regenwater dat op de velden valt en door de gewassen opgenomen wordt niet in rekening gebracht. Mochten dat wel zijn gedaan, dan zou de waterafhankelijkheid voor de landbouw nog groter uitvallen. (De normale watervraag voor landbouwgewassen is ongeveer 500l/m2. Met een landbouwareaal van 600.000 ha in Vlaanderen zou er bijgevolg een bijkomende watervraag zijn van ongeveer 3 miljard m³).
De belangrijkste verbruikers van grondwater zijn de landbouw, de voeding en de drankenindustrie goed voor 63% van het totaal grondwaterverbruik.
De belangrijkste verbruikers van drinkwater zijn de chemiesector, de sector van cokes en raffinaderijproducten, de groothandel en de voedingssector- samen goed voor 45% van het drinkwaterverbruik binnen de sectoren.
Koeling van processen wordt een uitdaging
Het watergebruik is de som van koelwater en verbruikt water. De belangrijkste gebruikers van koelwater in Vlaanderen zijn: de energiesector, de chemie, de sector van de cokes en raffinaderijproducten, gevolgd door de voedingssector, samen goed voor 99,6% van het koelwatergebruik.
Voor die sectoren stelt zich naar de toekomst een mogelijke uitdaging. Zoals de zomer van 2017 en 2018 aantoonde, neemt de betrouwbaarheid van koelwater gebaseerde installaties af bij langdurige droogte. Wanneer de watertemperatuur van oppervlaktewater immers te hoog wordt, legt de overheid restricties op over de hoeveelheid koelwater dat geloosd kan worden, wat een directe impact heeft op de productiecapaciteit en vaak ook op de bedrijfsomzet.
Integratie van water- en mobiliteitsuitdagingen
De scheepvaart onttrekt geen grote hoeveelheden water, maar die sector heeft desondanks een grote watervraag. Bij het versassen van schepen wordt een belangrijke hoeveelheid water verplaatst van het opwaartse naar het afwaartse kanaalpand, met een daling van het waterpeil in het opwaartse kanaalpand tot gevolg. Bij onvoldoende wateraanvoer stroomopwaarts, zoals ook vastgesteld deze zomer, stellen zich belangrijke uitdagingen om de scheepvaart optimaal te laten verlopen en is men soms genoodzaakt de wateronttrekking van andere watergebruikers aan banden te leggen.
De totale waterkost en watergevoeligheid van de sectoren
De totale waterkosten (voor levering en zuivering) voor de bedrijven bedroeg in 2016 761 miljoen euro.
De sectoren die in absolute cijfers de grootse waterfactuur betalen zijn in volgorde van belangrijkheid de chemie, energie, voeding en cokes, goed voor 293 miljoen euro/jaar of 40% van de totale jaarlijkse gezamenlijke waterfactuur.
De sectoren die stijgende waterprijzen het sterkst voelen (dat zijn sectoren met een hoge waterkost op de bruto toegevoegde waarde en een lage bruto toegevoegde waarde op bedrijfsopbrengsten) zijn onder andere de sectoren voeding, dranken, cokes, chemie en papier.
Conclusie
Dirk Van der Stede (CEO Vlakwa): “De cijfers tonen de positieve effecten aan van de inspanningen van industrie en landbouw. Toekomstgericht is meer nodig om effectief tot een robuust watersysteem te komen. Hoe die ambitie vertalen naar concrete doelstellingen en maatregelen is evenwel nog onvoldoende duidelijk. Vandaag wordt bij acute problemen (overstromingen, schaarste, etc.) vanuit een bepaalde invalshoek snel overgegaan tot het formuleren van remediërende maatregelen. En dat zonder het adequaat verkennen van het brede pallet aan oplossingen en de langetermijnsynergieën (onder andere met mobiliteit, energie en gezondheid) die kunnen resulteren in een win-winsituatie op meerdere vlakken, een grotere gedragenheid en aldus een besparing in geld en tijd bij uitvoering.”
Interactieve tool voor analyses op maat
De resultaten van de studie over het socio-economisch belang van water in Vlaanderen werd uitgewerkt via een interactieve tool, die toelaat aan de gebruikers om analyses te maken voor een bepaalde sector of provincie: www.vlakwa.be/index.php?id=184
Tekst Vlakwa


