02/10/2023

De koelinstallaties van Colruyt Group lopen op hemelwater

Het distributiecentrum in Dassenveld (Halle) is de grootste gekoelde site van Colruyt Group. Zowel de versproducten als de diepvriesproducten voor de winkels worden er gekoeld. Die koeling vergt water. Heel veel water. In de zomer, op de warmste dagen, slokt de verdampingscondensor tot 20 m3 per uur. Dat water komt nu vooral uit de eigen regenwaterbuffers van 9.500 m³.

“Met het water dat we in de winter opslaan, koelen we tijdens de zomer”, zegt Peter Basteleus, afdelingshoofd engineering. Wat er tekort is, wordt aangevuld met stadswater. Maar ook die laatste afhankelijkheid wil hij zoveel mogelijk elimineren.

Alle hemelwater

Het grootste deel van het hemelwater dat op de site valt, op zo’n 100.000 m2 daken én parking, wordt opgevangen en bewaard. Dat gebeurt in een buffer van 3.600 m3 onder hall 1, die een 55.000 m2 groot dak heeft, en in een betonnen tank van 500 m3 onder hall 5. Voor de 35.000 m2 oppervlakte van hal 5 is dat een relatief kleine tank, die snel vol maar ook weer snel leeg is. Sinds 2020 biedt een oude ondergrondse tunnel tussen hall 7  en hall 5 een extra 5.400 m3. “Het gaat ons vooral om de bedrijfscontinuïteit.”

“In 2020 kenden we een heel warm jaar. Ik woon zelf in Halle waar de gemeente ons aanspoorde minder water te verbruiken, geen gazon te besproeien noch de auto te wassen. Maar op het werk was het alsof er niks aan de hand was”, zegt Basteleus voor wie dat geen steek hield. “Ons doel is om zo min mogelijk afhankelijk te zijn van stadswater, vooral als er in de toekomst mogelijk waterrestricties komen. We willen voldoende water achter de hand hebben om onze bedrijfscontinuïteit te waarborgen.”

Er is even gedacht aan rubberen/kunststoffen waterzakken als alternatief voor de opslag van hemelwater. Reken dat je voor elke kubieke meter een vierkante meter grond nodig hebt. “Daar hebben we geen grondoppervlak genoeg voor.” Bovendien zou de temperatuur van het water in zo’n reservoir snel hoog oplopen -tot 40 à 50°C in de zomer- wat naderhand extra energie vergt om te koelen. Een bijkomende buitentank zou ook ‘immens’ moeten zijn. Een dure investering. “Water is daar eigenlijk nog te goedkoop voor.”

Tunnel met visie

Jaren geleden is onder Dassenveld een tunnel gegraven met wanden van gewapend beton. Daarin zou een automatisch transport komen tussen verschillende hallen. Maar uiteindelijk werd die nooit geïnstalleerd. Basteleus wist van die ongebruikte tunnel die 450  m lang is, 3 tot 6 m breed en soms tot 5 m hoog. “Er is toen goed voor gezorgd dat er geen water van buiten naar binnen kon. We gingen er dan ook van uit dat er geen water van binnen naar buiten kan.”

De ‘watertunnel’ is in 2021 in gebruik genomen. Er hoefden alleen enkele houten brandpoorten verwijderd te worden. De verlichtingsinstallatie is behouden. De voorbije jaren is hij dan stapsgewijs hoger gevuld. Nu tot 3 m hoog. “De onderste meter van de tunnel beschouwen we als onze strategische voorraad. Als de watermaatschappij de kraan dicht draait, kunnen we nu nog een hele week verder produceren, dus koelen bij de maximum buitentemperatuur”, zegt Basteleus.

In de tunnel heeft het water een vrij constante temperatuur van 14-15°C. “De tunnel was echter niet gemaakt om water te stockeren. We gingen dus voorzichtig tewerk. Eerst testten we de tunnel op één meter vulling.” Met de niveaumeting is bepaald hoeveel de tunnel lekt. Er sijpelt inderdaad wat door de wand. Hoe hoger de tunnel wordt gevuld, des te meer lekt hij. Een niveaumeting vertelt wel niet waar precies gelekt wordt. “In september, wanneer de tunnel leeg is, gaan we inspecteren en zien waar hij lekt. Dat herstellen we indien nodig.” Bij lekken is er immers gevaar van onderspoeling.

Slimme sturing

Niveaumeting meet de waterstand in de buffers. In de tunnel zijn er meerdere sensoren om het rimpeleffect, wanneer water toegevoegd wordt, uit te vlakken. De tunnel heeft zelf geen directe voeding. Het niveau en het gebruik van de verschillende waterbuffers wordt datagestuurd. “We houden de buffers in de twee tanks stabiel. Bij teveel pompen we het surplus naar de tunnel. En dan weer terug naar de buffers als die leeg dreigen te komen.” Daarbij houdt de automatische sturing rekening met de buitentemperatuur en het verwachtte verbruik maar ook met de weersvoorspellingen van het KMI. “Als er regen beloofd wordt pompen we niet terug van de tunnel.” Zo wordt tegelijk op het elektriciteitsverbruik bespaard. Natuurlijk, hoe verder je vooruitkijkt, des te minder betrouwbaar zijn de voorspellingen.

Minder dan een derde stadswater dan voorheen

Basteleus haalt er een grafiek bij van het cumulatieve stadswaterverbruik op Dassenveld en laat zien hoe het gebruik van stadswater aanzienlijk is afgenomen sinds de implementatie van het hemelwateropvangsysteem. De bovenste blauwe curve wijst naar 2020, toen de tunnel en waterzuivering nog niet in dienst waren. Er was een totaalverbruik van 90.000 m³. “De volgende jaren hebben we veel beter gestuurd naar de opvang en het verbruik van regenwater en is ook onze waterzuiveringsinstallatie opgestart.” De onderste lijn, die van 2023, leert dat Dassenveld pas vanaf half juni een beroep begon te doen op stadswater.

“Van 12 april tot 15 mei viel er geen druppel regen. Dan zien we dat we afhankelijk zijn van de regenval. Gelukkig was de maand juli heel nat zodat we het stadswaterverbruik zeer laag konden houden. Met de reserves die we ondertussen konden aanvullen, schatten we het jaar rond te komen met 15.000 m³ stadswater wat een aanzienlijke besparing is.”

Het gebruik van regenwater heeft meerdere voordelen. “We hebben het hele gebeuren zelf meer in de hand.” Voorts is er de kostprijs. Ook hoeft het regenwater niet ontkalkt te worden. “Stadswater moeten we verzachten. Dat verzachten gaat gepaard met een extra 15% waterverbruik, spui en terugspoelen.”

Lessen trekken uit waterdata

Sinds 2019 volgt Colruyt Group op Dassenveld nauwgezet zijn waterverbruik op. “Sinds 2020 is het onze focus om uit de data ook inzichten te halen”, zegt Basteleus. “Je moet echter een heel duidelijk dashboard hebben. Dat is ook het geval voor de filialen. Water is immers nog heel erg goedkoop.”

Pas de laatste paar jaar kent men langere droge periodes, vooral in de lente. “De buffer moet berekend worden op die 4 à 6 weken droogte. Maar uiteindelijk regent het evenveel, als je het over een heel jaar bekijkt”, zegt het afdelingshoofd. Nu de site vrijwel helemaal dicht is gebouwd, is er geen voor de hand liggende mogelijkheid om nog extra buffers aan te leggen. “Misschien komen we ook wel toe met wat we hebben.”

Door Luc Desmedt

technics.colruytgroup.com

Colruyt Group koelt zijn vers- en diepvriesproducten maar ook zijn transporten. In tegenstelling tot anderen hebben haar vrachtwagens echter geen koelinstallatie aan boord. De producten komen gekoeld in een dubbelwandige kar die voorzien wordt van vloeibaar ijs -water met ijskristallen dat zijn koude afgeeft door het afsmelten van de ijskristallen. Dat gebeurt steeds op dezelfde temperatuur. Na uitleveren keren deze karren terug naar het DC waar ze opnieuw worden opgeladen, met producten en vers vloeibaar ijs.

Vroeger was het Dassenveld een drassig gebied. Hall 1 staat daarom op palen, verticale betonkernen die in de grond geboord zijn. Onder een diepvriesruimte wordt typisch vloerverwarming geïnstalleerd om te voorkomen dat de vrieskoude steeds verder doorvriest in de grond. Peter Basteleus, nu afdelingshoofd Engineering, vond dat wat van het goede teveel. Onder de diepvriesruimte van Hall 1 bouwde hij, als een van zijn eerste projecten zo’n 25 jaar geleden, een vide, een ruimte van zowat één meter hoog. “De eerste 25 cm bestaat uit een isolerende luchtlaag. De 75 cm daaronder kon ik vullen met water dat op het 35.000 m2 grote dak van hall 1 werd opgevangen.” Goed voor 3.600 m3. De wanden van de vide zijn van ondoordringbaar beton. Een goed begin.

“We hebben al serieuze inspanningen geleverd op vlak van waterretentie”, stelt Peter Basteleus, afdelingshoofd Engineering bij Colruyt Group. “We vangen op de site heel veel regenwater op zodat dit niet naar stad Halle loopt en zo de kans op overstroming van de lager gelegen stadskern verkleint. Bovendien ontlasten we met onze voorraden ook het stadswaterbedrijf.”

De koelinstallaties van Colruyt Group lopen op hemelwater

Het distributiecentrum in Dassenveld (Halle) is de grootste gekoelde site van Colruyt Group. Zowel de versproducten als de diepvriesproducten voor de winkels worden er gekoeld. Die koeling vergt water. Heel veel water. In de zomer, op de warmste dagen, slokt de verdampingscondensor tot 20 m3 per uur. Dat water komt nu vooral uit de eigen regenwaterbuffers van 9.500 m³.

“Met het water dat we in de winter opslaan, koelen we tijdens de zomer”, zegt Peter Basteleus, afdelingshoofd engineering. Wat er tekort is, wordt aangevuld met stadswater. Maar ook die laatste afhankelijkheid wil hij zoveel mogelijk elimineren.

Alle hemelwater

Het grootste deel van het hemelwater dat op de site valt, op zo’n 100.000 m2 daken én parking, wordt opgevangen en bewaard. Dat gebeurt in een buffer van 3.600 m3 onder hall 1, die een 55.000 m2 groot dak heeft, en in een betonnen tank van 500 m3 onder hall 5. Voor de 35.000 m2 oppervlakte van hal 5 is dat een relatief kleine tank, die snel vol maar ook weer snel leeg is. Sinds 2020 biedt een oude ondergrondse tunnel tussen hall 7 en hall 5 een extra 5.400 m3. “Het gaat ons vooral om de bedrijfscontinuïteit.”

“In 2020 kenden we een heel warm jaar. Ik woon zelf in Halle waar de gemeente ons aanspoorde minder water te verbruiken, geen gazon te besproeien noch de auto te wassen. Maar op het werk was het alsof er niks aan de hand was”, zegt Basteleus voor wie dat geen steek hield. “Ons doel is om zo min mogelijk afhankelijk te zijn van stadswater, vooral als er in de toekomst mogelijk waterrestricties komen. We willen voldoende water achter de hand hebben om onze bedrijfscontinuïteit te waarborgen.”

Er is even gedacht aan rubberen/kunststoffen waterzakken als alternatief voor de opslag van hemelwater. Reken dat je voor elke kubieke meter een vierkante meter grond nodig hebt. “Daar hebben we geen grondoppervlak genoeg voor.” Bovendien zou de temperatuur van het water in zo’n reservoir snel hoog oplopen -tot 40 à 50°C in de zomer- wat naderhand extra energie vergt om te koelen. Een bijkomende buitentank zou ook ‘immens’ moeten zijn. Een dure investering. “Water is daar eigenlijk nog te goedkoop voor.”

Tunnel met visie

Jaren geleden is onder Dassenveld een tunnel gegraven met wanden van gewapend beton. Daarin zou een automatisch transport komen tussen verschillende hallen. Maar uiteindelijk werd die nooit geïnstalleerd. Basteleus wist van die ongebruikte tunnel die 450 m lang is, 3 tot 6 m breed en soms tot 5 m hoog. “Er is toen goed voor gezorgd dat er geen water van buiten naar binnen kon. We gingen er dan ook van uit dat er geen water van binnen naar buiten kan.”

De ‘watertunnel’ is in 2021 in gebruik genomen. Er hoefden alleen enkele houten brandpoorten verwijderd te worden. De verlichtingsinstallatie is behouden. De voorbije jaren is hij dan stapsgewijs hoger gevuld. Nu tot 3 m hoog. “De onderste meter van de tunnel beschouwen we als onze strategische voorraad. Als de watermaatschappij de kraan dicht draait, kunnen we nu nog een hele week verder produceren, dus koelen bij de maximum buitentemperatuur”, zegt Basteleus.

In de tunnel heeft het water een vrij constante temperatuur van 14-15°C. “De tunnel was echter niet gemaakt om water te stockeren. We gingen dus voorzichtig tewerk. Eerst testten we de tunnel op één meter vulling.” Met de niveaumeting is bepaald hoeveel de tunnel lekt. Er sijpelt inderdaad wat door de wand. Hoe hoger de tunnel wordt gevuld, des te meer lekt hij. Een niveaumeting vertelt wel niet waar precies gelekt wordt. “In september, wanneer de tunnel leeg is, gaan we inspecteren en zien waar hij lekt. Dat herstellen we indien nodig.” Bij lekken is er immers gevaar van onderspoeling.

Slimme sturing

Niveaumeting meet de waterstand in de buffers. In de tunnel zijn er meerdere sensoren om het rimpeleffect, wanneer water toegevoegd wordt, uit te vlakken. De tunnel heeft zelf geen directe voeding. Het niveau en het gebruik van de verschillende waterbuffers wordt datagestuurd. “We houden de buffers in de twee tanks stabiel. Bij teveel pompen we het surplus naar de tunnel. En dan weer terug naar de buffers als die leeg dreigen te komen.” Daarbij houdt de automatische sturing rekening met de buitentemperatuur en het verwachtte verbruik maar ook met de weersvoorspellingen van het KMI. “Als er regen beloofd wordt pompen we niet terug van de tunnel.” Zo wordt tegelijk op het elektriciteitsverbruik bespaard. Natuurlijk, hoe verder je vooruitkijkt, des te minder betrouwbaar zijn de voorspellingen.

Minder dan een derde stadswater dan voorheen

Basteleus haalt er een grafiek bij van het cumulatieve stadswaterverbruik op Dassenveld en laat zien hoe het gebruik van stadswater aanzienlijk is afgenomen sinds de implementatie van het hemelwateropvangsysteem. De bovenste blauwe curve wijst naar 2020, toen de tunnel en waterzuivering nog niet in dienst waren. Er was een totaalverbruik van 90.000 m³. “De volgende jaren hebben we veel beter gestuurd naar de opvang en het verbruik van regenwater en is ook onze waterzuiveringsinstallatie opgestart.” De onderste lijn, die van 2023, leert dat Dassenveld pas vanaf half juni een beroep begon te doen op stadswater.

“Van 12 april tot 15 mei viel er geen druppel regen. Dan zien we dat we afhankelijk zijn van de regenval. Gelukkig was de maand juli heel nat zodat we het stadswaterverbruik zeer laag konden houden. Met de reserves die we ondertussen konden aanvullen, schatten we het jaar rond te komen met 15.000 m³ stadswater wat een aanzienlijke besparing is.”

Het gebruik van regenwater heeft meerdere voordelen. “We hebben het hele gebeuren zelf meer in de hand.” Voorts is er de kostprijs. Ook hoeft het regenwater niet ontkalkt te worden. “Stadswater moeten we verzachten. Dat verzachten gaat gepaard met een extra 15% waterverbruik, spui en terugspoelen.”

Lessen trekken uit waterdata

Sinds 2019 volgt Colruyt Group op Dassenveld nauwgezet zijn waterverbruik op. “Sinds 2020 is het onze focus om uit de data ook inzichten te halen”, zegt Basteleus. “Je moet echter een heel duidelijk dashboard hebben. Dat is ook het geval voor de filialen. Water is immers nog heel erg goedkoop.”

Pas de laatste paar jaar kent men langere droge periodes, vooral in de lente. “De buffer moet berekend worden op die 4 à 6 weken droogte. Maar uiteindelijk regent het evenveel, als je het over een heel jaar bekijkt”, zegt het afdelingshoofd. Nu de site vrijwel helemaal dicht is gebouwd, is er geen voor de hand liggende mogelijkheid om nog extra buffers aan te leggen. “Misschien komen we ook wel toe met wat we hebben.”

Door Luc Desmedt

technics.colruytgroup.com

Koelen met vloeibaar ijs

Colruyt Group koelt zijn vers- en diepvriesproducten maar ook zijn transporten. In tegenstelling tot anderen hebben haar vrachtwagens echter geen koelinstallatie aan boord. De producten komen gekoeld in een dubbelwandige kar die voorzien wordt van vloeibaar ijs -water met ijskristallen dat zijn koude afgeeft door het afsmelten van de ijskristallen. Dat gebeurt steeds op dezelfde temperatuur. Na uitleveren keren deze karren terug naar het DC waar ze opnieuw worden opgeladen, met producten en vers vloeibaar ijs.

Vroeg begonnen is…

Vroeger was het Dassenveld een drassig gebied. Hall 1 staat daarom op palen, verticale betonkernen die in de grond geboord zijn. Onder een diepvriesruimte wordt typisch vloerverwarming geïnstalleerd om te voorkomen dat de vrieskoude steeds verder doorvriest in de grond. Peter Basteleus, nu afdelingshoofd Engineering, vond dat wat van het goede teveel. Onder de diepvriesruimte van Hall 1 bouwde hij, als een van zijn eerste projecten zo’n 25 jaar geleden, een vide, een ruimte van zowat één meter hoog. “De eerste 25 cm bestaat uit een isolerende luchtlaag. De 75 cm daaronder kon ik vullen met water dat op het 35.000 m2 grote dak van hall 1 werd opgevangen.” Goed voor 3.600 m3. De wanden van de vide zijn van ondoordringbaar beton. Een goed begin.

Waterretentie

“We hebben al serieuze inspanningen geleverd op vlak van waterretentie”, stelt Peter Basteleus, afdelingshoofd Engineering bij Colruyt Group. “We vangen op de site heel veel regenwater op zodat dit niet naar stad Halle loopt en zo de kans op overstroming van de lager gelegen stadskern verkleint. Bovendien ontlasten we met onze voorraden ook het stadswaterbedrijf.”