Bedrijfskosten doorslaggevend in slibverwerking
Bedrijfskosten doorslaggevend in slibverwerking
Het Duitse Hiller mag binnenkort twee nieuwe decanters plaatsen op de rioolwaterzuiveringsstations van Aquafin in Ninove en Waregem. Een doorslaggevende factor in de gunning van de opdrachten waren de bedrijfskosten. “Vandaag is deze manier van aanbesteden nog enigszins ongebruikelijk,” merkt Gert Snijders van Hiller op, “maar in wezen zou het vaker moeten gebeuren. De potentiële winsten op operationeel vlak zijn immers veel groter dan de verschillen in aankoopprijs.”
In 2024 schreef Aquafin een tender uit voor nieuwe decanters op de rioolwaterzuiveringsinstallaties van Ninove en Waregem. In Ninove waren de twee bestaande toestellen einde levensduur; in Waregem was er nood aan extra capaciteit. Hiller stelde voor beide sites de DecaPress DP574 voor, een centrifuge met een hoog ontwateringsrendement en een capaciteit van 500 kg droge stof per uur. Op piekcapaciteit kan zelfs tot 800 kg droge stof per uur verwerkt worden.
Een waaier aan bedrijfskosten
Opmerkelijk is dat niet de aankoopprijs, maar wel de bedrijfskosten het centraal beoordelingscriterium voor de gunning van het project vormden. Een goede zaak, meent Snijders. “Stilaan begint het bewustzijn te groeien dat de aankoopprijs slechts een heel klein deeltje van de totale investering vertegenwoordigt. Daarnaast betaal je namelijk nog voor het energieverbruik, het onderhoud, het hulpstoffenverbruik en de finale slibverwerking. Als je rekening houdt met een gemiddelde levensduur van 20 jaar, dan zie je dat die operationele kosten een veel groter deel van de koek innemen dan de aankoop an sich. Maar dan moet je het ook wel overkoepelend kunnen en willen bekijken. In veel ondernemingen zitten die budgetten vooralsnog immers gescheiden.”
De meest bepalende factoren in het totale kostenplaatje zijn volgens Snijders de afvoer- en verwerkingskosten voor het slib. “Die vertegenwoordigen al snel meer dan 60% van alle kosten. Hoe meer je daarop kan besparen – met name door een hoger drogestofgehalte te realiseren – hoe groter de impact op de bedrijfskosten met andere woorden zal zijn. Daarenboven betekent een hoger drogestofgehalte ook minder verbranding en bijgevolg minder CO2-uitstoot.”
Gevalideerde prestaties
Voor Hiller, dat installaties ontwerpt in functie van onderhoud en performantie, Om aan te tonen dat de DP574 daadwerkelijk aan de beloftes inzake onder meer verbruik en prestaties kon voldoen, werd vóór de gunning van de opdrachten in zowel Ninove als Waregem een week lang een containerunit geplaatst. In Waregem werd tijdens die testen een drogestofgehalte van 30% gerealiseerd; in Ninove behaalde Hiller zelfs een drogestofgehalte van 36%. “Die resultaten zijn op een rioolwaterzuiveringsinstallatie eerder uitzonderlijk”, zegt Snijders. “In Ninove heeft het hoge drogestofgehalte mede te maken met het hoge aandeel zand in het slib, al betekent zand natuurlijk ook altijd slijtage. Precies daarom zullen we op dat toestel extra beschermingsonderdelen voorzien. Zo beperken we meteen ook het onderhoud, verlengen we de levensduur en zorgen we dus voor de laagst mogelijke bedrijfskosten.”
Tekst: Elise Noyez
Beeld: Hiller

