17/03/2020

Sucr’eau pakt uit met eerste resultaten

De Sucr’eau-projectpartners willen op een kostenefficiënte manier komen tot de juiste waterbehandelingstechnologieën om suikers en zetmeel uit blancheerwater te halen. Hun eerste open event vond plaats op 21 januari.

Bianca Lefevere is innovation manager bij Flanders’ Food. “De meeste aardappelbedrijven blancheren één of twee keer”, geeft ze aan. “Dat blancheerwater is nog redelijk proper water. Vooral suikers en zetmeel zitten erin. We gaan dit na. Hoe kunnen we dat karakteriseren? Hoe kunnen we dat blancheerwater in dezelfde stap hergebruiken om op die manier water te besparen maar ook energie te recupereren? Uiteindelijk hebben we besloten over te gaan tot een COOCK-project. COOCK staat voor Collectief Onderzoek & Ontwikkeling en Collectieve Kennisverspreiding/-transfer, en is een nieuw soort project van Vlaio. Het duurt drie jaar en zal waarschijnlijk verlengd worden met vier maanden. Het is een project met Universiteit Gent, Flanders’ Food en watercircle.be. We krijgen ook steun van Belgapom.”

Werkpakketten

Ze schetst ze in een notendop het project. “Het eerste werkpakket is de karakterisering met technologieverkenning, met oog op waterrecuperatie. Dat is het werkpakket dat de kennisopbouw bevat. Universiteit Gent stelt zich daarbij volgende vragen. Wat zit in het blancheerwater? Over welke concentratie spreken we? We kijken naar de conventionele parameters maar ook de waterspecifieke, en gaan die koppelen met procesparameters en met seizoensgebonden variatie. We zoken ook uit welke aardappelvariëteiten worden gebruikt. We doen een benchmarking van vooropgestelde watertechnologieën en maken een kosten-batenanalyse om een eerste selectie te maken van een aantal watertechnologieën.”

“De technologie kan ook van toepassing zijn in andere sectoren. In de groentesector wordt eveneens geblancheerd, in de zuivelindustrie hebben ze tevens suikerrijke stromen.”

Bianca Lefevere, innovation manager Flanders’ Food

Dan komt pakket twee. “Daarbij gaat het vooral over de cases. In samenspraak met de watertechnologieleveranciers en de aardappelverwerkers gaan we na welke waterbehandelingstechnologieën we het best kunnen toepassen en optimaliseren? We willen minstens drie cases realiseren waarbij we telkens één aardappelverwerker en één watertechnologieleverancier koppelen aan een case en waarbij die technologieën kunnen worden geoptimaliseerd.”

Dan het derde werkpakket. “Dat is de valorisatie. Er zijn twee zaken die we gaan valoriseren. Enerzijds heb je de technologie zelf, die ook van toepassing kan zijn in andere sectoren. In de groentesector wordt eveneens geblancheerd, in de zuivelindustrie hebben ze eveneens suikerrijke stromen. Dus we kunnen kijken hoe we de technologieën ook in andere sectoren kunnen toepassen? Anderzijds is er nog de suikerrijke, zetmeelrijke nevenstroom. Ook die heeft veel valorisatiepotentieel. Universiteit Gent zal nagaan wat die nevenstroom juist inhoudt en uitvissen welke valorisatietrajecten mogelijk zijn. Dat kan gaan van veevoeding, over bioverpakking, tot allerlei andere zaken. Ik wil wel meegeven dat dit gaat over de karakterisering van die nevenstroom. Ook zal er een aanzet zijn tot valorisatie. Maar de effectieve valorisatie, die zal eerder voor een vervolgtraject zijn.”

Er is nog een vierde werkpakket. Die van de kennisverspreiding met nieuwsbrieven, een best practices guide, workshops en andere evenementen, om generische kennis te verspreiden.

Waarom deelnemen?

Wat hebben bedrijven eraan deel te nemen aan dat project? Bianca Lefevere: “Voor de watertechnologieleveranciers gaat het vooral over nieuwe afzetmarkten ontdekken. De aardappelindustrie is voor de meeste watertechnologieleveranciers bekend, maar het gaat hier wel over een nieuwe uitdaging. Dat is interessant om te bekijken, ook weer collectief. En via die cases ga je een probleem kunnen oplossen, maar ga je tevens je technologie op een laagdrempelige manier kunnen aanbieden aan andere afzetmarkten. Tenslotte is het netwerken met die mogelijke businesspartners interessant om die relatie op te bouwen.”

Dan zijn er nog de aardappelverwerkers. “Voor hen is het interessant dat je je water kan hergebruiken en je energie kan recupereren. Je zal ook nevenstromen kunnen valoriseren, wat een gesloten cirkel creëert. En je zal meteen, vanaf het begin van het project, in connectie raken met mogelijke businesspartners. Zo zal je ook een relatie kunnen opbouwen met andere watertechnologieleveranciers. Bovendien zal je kunnen leren van de andere aardappelverwerkers.”

En de anderen zoals groente- en zuivelverwerkende bedrijven? “Er is de technologie waar men veel kan van leren. Het is zo dat in die nevenstromen veel valorisatiepotentieel zit. Je kan van die cases leren hoe men dat in de sector kan toepassen en wat men daaruit kan leren.”

Twee voorwaarden

Bedrijven kunnen nog altijd deelnemen aan het project, laat Bianca Lefevere weten. “Er zijn twee voorwaarden. Het bedrijf moet lid zijn van Flanders’ Food of van watercircle.be. Dan is er nog de prijs. Voor een kmo is die 1.500 euro per jaar, voor een grote onderneming 3.000.”

“Er zijn preliminaire resultaten. We hebben nog een uitgebreide stalencampagne nodig om alle resultaten te bevestigen.”

Akram Sayed, doctoraatsstudent aan Universiteit Gent

Eerste stappen

Akram Sayed, doctoraatsstudent aan Universiteit Gent, onderzoeksgroep VEG-i-TEC, speelt een belangrijke rol tijdens het vooronderzoek. “We zijn nu bezig met het eerste werkpakket”, vertelt hij. “We zijn stalen gaan nemen om het water zelf te karakteriseren.”

Hij benadrukt dat het zeer belangrijk is voldoende info te krijgen van de bedrijven waar ze stalen nemen. “Als het resultaat niet is wat we ervan verwachtten, kunnen we terugkoppelen en de informatie vanuit het bedrijf gebruiken om de resultaten te verklaren of te ondersteunen. Niet alleen dat, maar ook specifieke gebeurtenissen zoals of er problemen zijn geweest of iets heeft stilgelegen. Dat zijn allemaal dingen die een invloed kunnen hebben op de resultaten. We hebben dat allemaal zeer confidentieel behandeld.”

De projectpartners hebben in het kader van het stalen nemen en analyseren een checklist opgesteld. Akram Sayed: “We noteren antwoorden op volgende vragen. Waar en wanneer hebben we de stalen genomen? Wat is de temperatuur van het water bij staalname? Wat is de verblijftijd van het product in de blancheur? Hoeveel kilo frieten of aardappelen worden verwerkt in een bepaald tijdsinterval? Wat is het totale volume van water in de blancheur? Wat is de verversingratio van dat water? Dan, indien er blancheurs zijn waarbij een externe druk wordt aangebracht: wat is de druk? Voorts komen we bij de aardappelen die verwerkt worden: welke variëteiten worden verwerkt? Als het bewaaraardappelen zijn: hoelang zijn die bewaard geweest? Daarnaast vragen we wanneer het water van de blancheur voor de laatste keer volledig is ververst. Ook het vragen van de resultaten van de ingangscontroles kan heel interessant zijn voor verdere verklaring. Dat is onze checklist, zoals die er op dit moment uitziet.”

De eerste testen zitten erop. Daarbij zijn telkens twee stalen genomen van blancheur 1 en 2, om een verkennende analyse te doen. Het zijn preliminaire resultaten. “We hebben nog een uitgebreide stalencampagne nodig om alle resultaten te bevestigen”, benadrukte Akram Sayed.

Door Koen Vandepopuliere

watercircle.be/projecten/sucreau/

Sucr’eau pakt uit met eerste resultaten

De Sucr’eau-projectpartners willen op een kostenefficiënte manier komen tot de juiste waterbehandelingstechnologieën om suikers en zetmeel uit blancheerwater te halen. Hun eerste open event vond plaats op 21 januari.

Bianca Lefevere is innovation manager bij Flanders’ Food. “De meeste aardappelbedrijven blancheren één of twee keer”, geeft ze aan. “Dat blancheerwater is nog redelijk proper water. Vooral suikers en zetmeel zitten erin. We gaan dit na. Hoe kunnen we dat karakteriseren? Hoe kunnen we dat blancheerwater in dezelfde stap hergebruiken om op die manier water te besparen maar ook energie te recupereren? Uiteindelijk hebben we besloten over te gaan tot een COOCK-project. COOCK staat voor Collectief Onderzoek & Ontwikkeling en Collectieve Kennisverspreiding/-transfer, en is een nieuw soort project van Vlaio. Het duurt drie jaar en zal waarschijnlijk verlengd worden met vier maanden. Het is een project met Universiteit Gent, Flanders’ Food en watercircle.be. We krijgen ook steun van Belgapom.”

Werkpakketten

Ze schetst ze in een notendop het project. “Het eerste werkpakket is de karakterisering met technologieverkenning, met oog op waterrecuperatie. Dat is het werkpakket dat de kennisopbouw bevat. Universiteit Gent stelt zich daarbij volgende vragen. Wat zit in het blancheerwater? Over welke concentratie spreken we? We kijken naar de conventionele parameters maar ook de waterspecifieke, en gaan die koppelen met procesparameters en met seizoensgebonden variatie. We zoken ook uit welke aardappelvariëteiten worden gebruikt. We doen een benchmarking van vooropgestelde watertechnologieën en maken een kosten-batenanalyse om een eerste selectie te maken van een aantal watertechnologieën.”

“De technologie kan ook van toepassing zijn in andere sectoren. In de groentesector wordt eveneens geblancheerd, in de zuivelindustrie hebben ze tevens suikerrijke stromen.”

Bianca Lefevere, innovation manager Flanders’ Food

Dan komt pakket twee. “Daarbij gaat het vooral over de cases. In samenspraak met de watertechnologieleveranciers en de aardappelverwerkers gaan we na welke waterbehandelingstechnologieën we het best kunnen toepassen en optimaliseren? We willen minstens drie cases realiseren waarbij we telkens één aardappelverwerker en één watertechnologieleverancier koppelen aan een case en waarbij die technologieën kunnen worden geoptimaliseerd.”

Dan het derde werkpakket. “Dat is de valorisatie. Er zijn twee zaken die we gaan valoriseren. Enerzijds heb je de technologie zelf, die ook van toepassing kan zijn in andere sectoren. In de groentesector wordt eveneens geblancheerd, in de zuivelindustrie hebben ze eveneens suikerrijke stromen. Dus we kunnen kijken hoe we de technologieën ook in andere sectoren kunnen toepassen? Anderzijds is er nog de suikerrijke, zetmeelrijke nevenstroom. Ook die heeft veel valorisatiepotentieel. Universiteit Gent zal nagaan wat die nevenstroom juist inhoudt en uitvissen welke valorisatietrajecten mogelijk zijn. Dat kan gaan van veevoeding, over bioverpakking, tot allerlei andere zaken. Ik wil wel meegeven dat dit gaat over de karakterisering van die nevenstroom. Ook zal er een aanzet zijn tot valorisatie. Maar de effectieve valorisatie, die zal eerder voor een vervolgtraject zijn.”

Er is nog een vierde werkpakket. Die van de kennisverspreiding met nieuwsbrieven, een best practices guide, workshops en andere evenementen, om generische kennis te verspreiden.

Waarom deelnemen?

Wat hebben bedrijven eraan deel te nemen aan dat project? Bianca Lefevere: “Voor de watertechnologieleveranciers gaat het vooral over nieuwe afzetmarkten ontdekken. De aardappelindustrie is voor de meeste watertechnologieleveranciers bekend, maar het gaat hier wel over een nieuwe uitdaging. Dat is interessant om te bekijken, ook weer collectief. En via die cases ga je een probleem kunnen oplossen, maar ga je tevens je technologie op een laagdrempelige manier kunnen aanbieden aan andere afzetmarkten. Tenslotte is het netwerken met die mogelijke businesspartners interessant om die relatie op te bouwen.”

Dan zijn er nog de aardappelverwerkers. “Voor hen is het interessant dat je je water kan hergebruiken en je energie kan recupereren. Je zal ook nevenstromen kunnen valoriseren, wat een gesloten cirkel creëert. En je zal meteen, vanaf het begin van het project, in connectie raken met mogelijke businesspartners. Zo zal je ook een relatie kunnen opbouwen met andere watertechnologieleveranciers. Bovendien zal je kunnen leren van de andere aardappelverwerkers.”

En de anderen zoals groente- en zuivelverwerkende bedrijven? “Er is de technologie waar men veel kan van leren. Het is zo dat in die nevenstromen veel valorisatiepotentieel zit. Je kan van die cases leren hoe men dat in de sector kan toepassen en wat men daaruit kan leren.”

Twee voorwaarden

Bedrijven kunnen nog altijd deelnemen aan het project, laat Bianca Lefevere weten. “Er zijn twee voorwaarden. Het bedrijf moet lid zijn van Flanders’ Food of van watercircle.be. Dan is er nog de prijs. Voor een kmo is die 1.500 euro per jaar, voor een grote onderneming 3.000.”

“Er zijn preliminaire resultaten. We hebben nog een uitgebreide stalencampagne nodig om alle resultaten te bevestigen.”

Akram Sayed, doctoraatsstudent aan Universiteit Gent

Eerste stappen

Akram Sayed, doctoraatsstudent aan Universiteit Gent, onderzoeksgroep VEG-i-TEC, speelt een belangrijke rol tijdens het vooronderzoek. “We zijn nu bezig met het eerste werkpakket”, vertelt hij. “We zijn stalen gaan nemen om het water zelf te karakteriseren.”

Hij benadrukt dat het zeer belangrijk is voldoende info te krijgen van de bedrijven waar ze stalen nemen. “Als het resultaat niet is wat we ervan verwachtten, kunnen we terugkoppelen en de informatie vanuit het bedrijf gebruiken om de resultaten te verklaren of te ondersteunen. Niet alleen dat, maar ook specifieke gebeurtenissen zoals of er problemen zijn geweest of iets heeft stilgelegen. Dat zijn allemaal dingen die een invloed kunnen hebben op de resultaten. We hebben dat allemaal zeer confidentieel behandeld.”

De projectpartners hebben in het kader van het stalen nemen en analyseren een checklist opgesteld. Akram Sayed: “We noteren antwoorden op volgende vragen. Waar en wanneer hebben we de stalen genomen? Wat is de temperatuur van het water bij staalname? Wat is de verblijftijd van het product in de blancheur? Hoeveel kilo frieten of aardappelen worden verwerkt in een bepaald tijdsinterval? Wat is het totale volume van water in de blancheur? Wat is de verversingratio van dat water? Dan, indien er blancheurs zijn waarbij een externe druk wordt aangebracht: wat is de druk? Voorts komen we bij de aardappelen die verwerkt worden: welke variëteiten worden verwerkt? Als het bewaaraardappelen zijn: hoelang zijn die bewaard geweest? Daarnaast vragen we wanneer het water van de blancheur voor de laatste keer volledig is ververst. Ook het vragen van de resultaten van de ingangscontroles kan heel interessant zijn voor verdere verklaring. Dat is onze checklist, zoals die er op dit moment uitziet.”

De eerste testen zitten erop. Daarbij zijn telkens twee stalen genomen van blancheur 1 en 2, om een verkennende analyse te doen. Het zijn preliminaire resultaten. “We hebben nog een uitgebreide stalencampagne nodig om alle resultaten te bevestigen”, benadrukte Akram Sayed.

Door Koen Vandepopuliere

watercircle.be/projecten/sucreau/