06/02/2026

Studiedag over waterproblematiek in de Vlaamse textielindustrie

De Vlaamse textielsector staat vandaag voor grote uitdagingen op het vlak van waterbeheer en milieunormen. Om kennisuitwisseling en innovatie te bevorderen, organiseerde Centexbel en Fedustria recent een studiedag waarin professionals uit productie, waterbeheer, milieu en duurzaamheid samenkwamen. Tijdens de namiddag werden praktijkvoorbeelden, nieuwe technologieën en actuele regelgeving rond waterzuivering en PFAS-verwijdering toegelicht.

Matthias
Vanheerentals

Waterbeheer wordt steeds crucialer voor textielbedrijven. Nieuwe technologieën, strengere lozingsnormen en de PFAS-problematiek zetten ondernemingen aan tot duurzame en innovatieve oplossingen. Van de installatie van geavanceerde waterzuiveringssystemen bij tapijtenfabrikant Lano tot innovatieve proefprojecten in de industriële wasserij, de studiedag bood een helder overzicht van de oplossingen en aandachtspunten die bedrijven vandaag moeten aanpakken om zowel aan strengere normen te voldoen als duurzaam te produceren. Tijdens de sessies kregen bezoekers concrete voorbeelden te zien, ontdekten ze hoe PFAS zo goed mogelijk uit afvalwater kan worden verwijderd en vernamen ze hoe bedrijven omgaan met een steeds complexer regelgevend kader. Experts van Lano, TREVI, FBT en Witteveen+Bos deelden hun ervaringen en brachten waardevolle kennis mee uit de praktijk.

Nieuwe waterzuiveringsinstallatie

Tapijtenfabrikant Lano plaatste recent een nieuwe waterzuiveringsinstallatie. Stijn Vandeginste gaf tijdens de studiedag een helder overzicht van de voorbereiding, bouw, opstart en exploitatie van deze biologische installatie in Harelbeke. Hij lichtte ook toe hoe de impactbeoordeling van de nieuwe zuivering verschilt van de vroegere situatie. “Vroeger loosden we op de riolering. Sinds 2020 is er echter een gescheiden rioleringsstelsel, waardoor de investering in een eigen zuiveringsinstallatie haalbaar werd,” aldus Vandeginste.

Proefproject

Lano startte met een proefopstelling om verschillende zuiveringstechnieken te testen. De uiteindelijke installatie combineert onder andere een biologische zuivering (aerobe en anaerobe zone), een zandfilter en actieve kool. Het bedrijf verbruikt jaarlijks ongeveer 75.000 m³ water, terwijl de nieuwe installatie een capaciteit heeft van 135.000 m³ per jaar. Intensief (voor)overleg met verschillende overheidsinstanties – waaronder de VMM – bleek van groot belang voor een vlotte realisatie. Door de nieuwe installatie worden de lozingsnormen ruim gehaald. In de toekomst wil het bedrijf gaan inzetten op hergebruik na opzuivering met UF/RO. Door de verstrenging van de impactbeoordeling en het opconcentreren van de lozingsstroom, kan dit echter problemen geven.

Impactbeoordeling

Voor de bouw van de nieuwe waterzuiveringsinstallatie van Lano werd in 2023 de impactbeoordeling uitgevoerd. Met de komst van een vernieuwd beoordelingskader werd deze analyse onlangs geactualiseerd. Janne Schoonbaert van adviesbureau TREVI verduidelijkte tijdens haar presentatie de belangrijkste verschillen tussen beide beoordelingsmethodes. “Wij hebben in 2023 de impactbeoordeling uitgevoerd voor de nieuwe waterzuivering van Lano,” vertelt Schoonbaert. “Dat gebeurde nog volgens de oude methodiek. Met het oog op de toekomst hebben we dezelfde oefening ook gemaakt volgens de vernieuwde impactbeoordeling, die sinds 1 juni 2025 van kracht is. We zien dat voor een aantal parameters de nieuwe beoordeling strenger uitvalt. Mocht de vergunningsaanvraag vandaag opnieuw worden ingediend, dan zouden de normen strenger zijn dan nu, maar aan de meeste van deze normen wordt momenteel wel al voldaan.”
De nieuwe impactbeoordeling is verplicht voor alle vergunningsaanvragen. Daarom raadt Schoonbaert aan om tijdig advies in te winnen: “Het kader is strenger dan vroeger, en overleg met onder andere de VMM is essentieel”, zegt Schoonbaert. “Het is echt specialistenwerk.” Tijdens haar presentatie ging ze dieper in op parameters die in de toekomst mogelijk kritischer worden, op aandachtspunten rond het hergebruik van afvalwater en op de nieuwe tool voor maatregelen-evaluatie, die ze kort toelichtte.

centexbel
Janne Schoonbaert
centexbel
Bruno Eggermont
centexbel
Emmanuel Van Acker
centexbel
Emmanuel Van Acker
centexbel
Frederik Dormaels

Nieuwe tools

Naast de bijdragen uit de textielsector waren er ook interessante presentaties voor de wasserijbranche. Frederik Dormaels, expert Textielverzorging bij de Federatie van de Belgische Textielverzorging (FBT), lichtte de ontwikkeling en demonstratie van een nieuw proces toe: MembRIX-WAS, een technologie voor PFAS-verwijdering uit bedrijfsafvalwater. Deze methode combineert regenereerbare ionenuitwisseling met membraantechnologie en richt zich specifiek op de uitdagingen van de industriële wasserijsector. Momenteel loopt een proefproject waarbij de techniek getest wordt in drie industriële wasserijen. “We testen momenteel tal van nieuwe technieken samen met KiS, het kenniscentrum voor Innovatieve Saneringstechnieken,” zegt Frederik Dormaels. “We onderzoeken wat technisch mogelijk is en wat het kost. We proberen kennis uit te wisselen tussen bedrijven. Actieve kool werkt, maar is erg duur. Bovendien bevatten veel kledingstukken PFAS, net als bepaalde kleurstoffen.”
PFAS blijft een hot topic. Steeds meer bedrijven installeren een tertiaire PFAS-zuivering, maar de gebruikte adsorbentia — zoals granulaire actief kool (GAC) — worden in de praktijk vaak niet optimaal benut. Vooral (ultra)korte keten PFAS worden daardoor onvoldoende efficiënt uit het water verwijderd. Tegelijkertijd worden de lozingsnormen almaar strenger, waarbij rapportagegrenzen steeds vaker als richtwaarde gelden.
Tijdens de sessie van Emmanuel Van Acker (Witteveen+Bos) lag de nadruk op het opvolgen en optimaliseren van GAC-filters, maar ook op de laatste evoluties in regelgeving en technologie. “In veel bedrijven is nog een aanzienlijke efficiëntiewinst te halen, zowel qua kosten als kwaliteit,” aldus Van Acker. “Er zijn belangrijke besparingen mogelijk.” Een correcte installatie en afstelling van de filters is daarbij cruciaal. “Het tegenstroomprincipe moet zo goed mogelijk geoptimaliseerd worden. Dat helpt niet alleen om efficiënter te werken, maar leidt ook tot kostenbesparing. Veel bedrijven gaan ervan uit dat een extra koolfilter meer kost, maar dat is niet altijd zo: extra filters kunnen net zorgen voor een langere standtijd, een betere benutting van de kool en dus een hogere kostenefficiëntie.”
Van Acker (Witteveen+Bos) waarschuwde voor een instabiele watermatrix of procescondities. Dergelijke schommelingen — bijvoorbeeld in pH-waarden of chlorideconcentraties — kunnen evenwichten verstoren en zo leiden tot desorptie of uitloging van eerder verwijderde stoffen. “Het is daarom cruciaal om het systeem zo stabiel mogelijk te houden. Goede opvolging en regelmatige metingen zijn noodzakelijk voor controle en inzicht,”. Daarnaast kan uitloging bij de first flush ook leiden tot normoverschrijdingen, gezien er metalen uit de kool kunnen vrijkomen.
Volgens hem is actief kool op dit moment de meest gangbare en kostenefficiënte techniek, maar met een belangrijke kanttekening: “Actieve kool kan de ultrakorte keten PFAS voorlopig nauwelijks verwijderen. Die blijven een grote uitdaging.” Daarom worden nieuwe technologieën onderzocht om ook deze fracties beter aan te pakken. Een veelbelovende piste is de combinatie van gestimuleerde schuimfractionering en actief kool. “We bekijken welke meerwaarde deze combinatie kan bieden,” zegt Van Acker. “Schuimfractionering kan de competitie op de actief kool sterk verminderen, wat de absorptiecapaciteit en de standtijd kan verlengen en kostenbesparend werken. De kans is echter reëel dat ook deze techniek TFA niet (volledig) kan verwijderen.”
Ook Maarten Everaert, medewerker van het kabinet Brouns, was aanwezig. Hij benadrukte vooral het belang van samenwerking met de industrie om uitdagingen aan te pakken. “Laten we de problemen samen oplossen. Om onze doelstellingen te halen, moeten we met de industrie samenwerken. Europa verwacht dat er geen verdere achteruitgang meer is, en dat is cruciaal.”
Bruno Eggermont van Fedustria sprak zijn waardering uit voor Everaerts toespraak. “Er is duidelijk een wil tot samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en de overheid. Het is belangrijk dat er oplossingen komen binnen het kader van de doelfasering, zodat bedrijven kunnen blijven opereren. Als dat niet gebeurt, krijgen we problemen. Vanuit de overheid zal men er alles aan doen om bij Europa een uitzondering te verkrijgen.”

Door Matthias Vanheerentals - foto's: Matthias Vanheerentals

Meer informatie >