23/06/2021

Ontwateringsinstallatie voor een van Europa’s grootste biogascentrales

Sinds vorig jaar staat de titel voor grootste vergistingsinstallatie van België, en potentieel Europa, op conto van de Kempense gemeente Grobbendonk. Met een verwerkingscapaciteit van jaarlijks maximum 250.000 ton biologisch afval kan de biogascentrale Albertstroom, onder beheer van BiogasTec/Trevi, namelijk zo’n 80.000 MWh aan groene energie produceren. Door tussenkomst van onder meer Duits fabrikant Hiller, krijgt verder ook het digestaat dat na de vergisting overblijft een functionele toepassing.

De focus van biogascentrale Albertstroom ligt op de verwerking van industriële afvalstromen. Op basis van deze stromen wordt in de vergister biogas opgewekt, dat vervolgens via een WKK verder gevaloriseerd wordt tot groene energie. De nevenstroom van het vergistingsproces, een slibstroom rijk aan nutriënten en bacteriën, wordt continu ontwaterd en afgevoerd, zodat de vaste stoffen een tweede leven kunnen beginnen als bodemverbeteraar of meststof. Het water zelf wordt verder behandeld en tot slot geloosd.

Zorgeloos

“Voor het ontwateringsproces wordt in dergelijke toepassingen bijna altijd gebruikgemaakt van decanters”, weet Gert Snijders, sales manager bij Hiller. “Die technologie is immers heel goed in staat om zelfs fijne stoffen te scheiden en dus een droog concentraat en relatief zuivere waterige afvalstroom op te leveren. Bij andere oplossingen, zoals bijvoorbeeld een schroefpers, zou er nadien nog een veel verregaandere nabehandeling van het water nodig zijn.”

Dat de ene decanter daarom de andere niet is, had uitbater Trevi echter ook al ondervonden. “Enkele jaren eerder waren we door Trevi al aangesteld om een decanter in hun biogascentrale in Ardooie te vervangen. Daar moesten ze namelijk regelmatig ingrijpen voor onderhoud, met als gevolg dat ze minder aandacht konden besteden aan hun core business. Na onze tussenkomst waren die problemen van de baan en konden de onderhoudsintervallen aanzienlijk verlengd worden. Die positieve ervaring heeft ertoe geleid dat we ook in Grobbendonk onze DecaPress decanters mochten plaatsen.”

Grote capaciteit

Niet alleen is de biogasinstallatie op vlak van vermogen een recordhouder, ook voor Hiller is het tot op heden een van de grootste installaties die het ooit in de biogassector mocht realiseren. Wanneer de centrale op vollast draait, moeten de decanters in totaal 70 m3 slib per uur kunnen verwerken. Daarvoor werden twee exemplaren geplaatst, elk met een capaciteit van ruim 35 m3/u.

“Ruim 35 m3/u,” benadrukt Snijders, “want we hebben de installatie bewust wat overgedimensioneerd. Zo vermijden we dat de decanters constant tegen hun grens aan draaien, wat enkel maar negatieve gevolgen zou hebben voor zowel de kwaliteit van het concentraat als de levensduur en onderhoudsintervallen van de installatie. Het was van groot belang dat hier een robuuste, onderhoudsvriendelijke installatie kwam te staan.”

Ongekende slibstroom

Bij het ontwerp van de installatie werd Hiller geconfronteerd met één grote onbekende: de samenstelling en kwaliteit van het voedingsmateriaal. “Bij het project in Ardooie konden we onze installatie en bijvoorbeeld de dosering van polymeren mooi afstemmen op het daadwerkelijk gebruikte digestaat, maar in dit geval ging het om een volledig nieuwe installatie. Op basis van onze ervaringen bij andere biogascentrales konden we wel een inschatting maken over het aandeel droge stoffen, maar uiteindelijk bleef het toch in zekere mate een ongekende factor. Ook daarom was het essentieel om een robuuste en veelzijdige technologie aan te leveren, die zich ook automatisch en voldoende vlot aan de verschillende variabelen aanpast.”

Het hele ontwerp van de binneninrichting van de DecaPress decanters is erop gericht om voor een brede range aan dichtheidsverschillen een optimaal scheidingsrendement te behalen, verstoppingen te vermijden en energieverbruik en slijtage te beperken. Dankzij de hydraulisch aangedreven schroef en de sterke trommelaandrijving kunnen krachten tot 3.000 g gegenereerd worden, waardoor de installatie ook bij erg kleine dichtheidsverschillen, dik digestaat of een hoog aandeel droge stoffen moeiteloos blijft fungeren, en op basis van de ondervonden weerstand wordt het verschiltoerental tussen trommel en schroef automatisch geregeld.

“Dankzij de expertise van de uitbater, die zelf bijzondere aandacht schenkt aan de stabiliteit en kwaliteit van het voedingsmateriaal, kunnen we er bovendien van op aan dat abrasieve grondstoffen zoals bijvoorbeeld zand in principe nooit in het digestaat en dus de decanters zullen terechtkomen.”

Uitdagende locatie

De Hiller decanters staan naast elkaar opgesteld, bovenin een grote hal van de biogascentrale. Geen alledaagse locatie, als je Snijders mag geloven.

“In dit soort grote installaties heb je natuurlijk altijd te maken met relatief grote afstanden tussen de verschillende onderdelen, zoals voedingspomp en decanter. Dat is hier niet anders, en dat vroeg dan ook de nodige aandacht bij het instellen van de automatische regeling. Je moet er immers rekening mee houden dat een aanpassing in de regeling niet meteen effect heeft.”

“De grote uitdaging was hier echter vooral de plaatsing. Omdat de decanters op een hoger gelegen niveau staan, met een beperkte vrije hoogte en daarvoor nog eens een opvangbekken voor groenafval, was er een bijzondere kraan nodig om de zware onderdelen ver genoeg te kunnen transporteren. Dat was geen sinecure. Als je daarenboven weet dat het zware roterende deel voor groot onderhoud op dezelfde manier weer verwijderd moet worden, dan begrijp je nog maar eens hoe belangrijk het is dat deze installatie met zo min mogelijk onderhoud kan blijven functioneren.”

“Omdat het een nieuwe installatie betrof, was de samenstelling van de slibstroom een onbekende factor.”

Gert Snijders, Hiller

TEKST: ELISE NOYEZ

FOTO’S: HILLER

Ontwateringsinstallatie voor een van Europa’s grootste biogascentrales

Sinds vorig jaar staat de titel voor grootste vergistingsinstallatie van België, en potentieel Europa, op conto van de Kempense gemeente Grobbendonk. Met een verwerkingscapaciteit van jaarlijks maximum 250.000 ton biologisch afval kan de biogascentrale Albertstroom, onder beheer van BiogasTec/Trevi, namelijk zo’n 80.000 MWh aan groene energie produceren. Door tussenkomst van onder meer Duits fabrikant Hiller, krijgt verder ook het digestaat dat na de vergisting overblijft een functionele toepassing.

De focus van biogascentrale Albertstroom ligt op de verwerking van industriële afvalstromen. Op basis van deze stromen wordt in de vergister biogas opgewekt, dat vervolgens via een WKK verder gevaloriseerd wordt tot groene energie. De nevenstroom van het vergistingsproces, een slibstroom rijk aan nutriënten en bacteriën, wordt continu ontwaterd en afgevoerd, zodat de vaste stoffen een tweede leven kunnen beginnen als bodemverbeteraar of meststof. Het water zelf wordt verder behandeld en tot slot geloosd.

Zorgeloos

“Voor het ontwateringsproces wordt in dergelijke toepassingen bijna altijd gebruikgemaakt van decanters”, weet Gert Snijders, sales manager bij Hiller. “Die technologie is immers heel goed in staat om zelfs fijne stoffen te scheiden en dus een droog concentraat en relatief zuivere waterige afvalstroom op te leveren. Bij andere oplossingen, zoals bijvoorbeeld een schroefpers, zou er nadien nog een veel verregaandere nabehandeling van het water nodig zijn.”

Dat de ene decanter daarom de andere niet is, had uitbater Trevi echter ook al ondervonden. “Enkele jaren eerder waren we door Trevi al aangesteld om een decanter in hun biogascentrale in Ardooie te vervangen. Daar moesten ze namelijk regelmatig ingrijpen voor onderhoud, met als gevolg dat ze minder aandacht konden besteden aan hun core business. Na onze tussenkomst waren die problemen van de baan en konden de onderhoudsintervallen aanzienlijk verlengd worden. Die positieve ervaring heeft ertoe geleid dat we ook in Grobbendonk onze DecaPress decanters mochten plaatsen.”

Grote capaciteit

Niet alleen is de biogasinstallatie op vlak van vermogen een recordhouder, ook voor Hiller is het tot op heden een van de grootste installaties die het ooit in de biogassector mocht realiseren. Wanneer de centrale op vollast draait, moeten de decanters in totaal 70 m3 slib per uur kunnen verwerken. Daarvoor werden twee exemplaren geplaatst, elk met een capaciteit van ruim 35 m3/u.

“Ruim 35 m3/u,” benadrukt Snijders, “want we hebben de installatie bewust wat overgedimensioneerd. Zo vermijden we dat de decanters constant tegen hun grens aan draaien, wat enkel maar negatieve gevolgen zou hebben voor zowel de kwaliteit van het concentraat als de levensduur en onderhoudsintervallen van de installatie. Het was van groot belang dat hier een robuuste, onderhoudsvriendelijke installatie kwam te staan.”

Ongekende slibstroom

Bij het ontwerp van de installatie werd Hiller geconfronteerd met één grote onbekende: de samenstelling en kwaliteit van het voedingsmateriaal. “Bij het project in Ardooie konden we onze installatie en bijvoorbeeld de dosering van polymeren mooi afstemmen op het daadwerkelijk gebruikte digestaat, maar in dit geval ging het om een volledig nieuwe installatie. Op basis van onze ervaringen bij andere biogascentrales konden we wel een inschatting maken over het aandeel droge stoffen, maar uiteindelijk bleef het toch in zekere mate een ongekende factor. Ook daarom was het essentieel om een robuuste en veelzijdige technologie aan te leveren, die zich ook automatisch en voldoende vlot aan de verschillende variabelen aanpast.”

Het hele ontwerp van de binneninrichting van de DecaPress decanters is erop gericht om voor een brede range aan dichtheidsverschillen een optimaal scheidingsrendement te behalen, verstoppingen te vermijden en energieverbruik en slijtage te beperken. Dankzij de hydraulisch aangedreven schroef en de sterke trommelaandrijving kunnen krachten tot 3.000 g gegenereerd worden, waardoor de installatie ook bij erg kleine dichtheidsverschillen, dik digestaat of een hoog aandeel droge stoffen moeiteloos blijft fungeren, en op basis van de ondervonden weerstand wordt het verschiltoerental tussen trommel en schroef automatisch geregeld.

“Dankzij de expertise van de uitbater, die zelf bijzondere aandacht schenkt aan de stabiliteit en kwaliteit van het voedingsmateriaal, kunnen we er bovendien van op aan dat abrasieve grondstoffen zoals bijvoorbeeld zand in principe nooit in het digestaat en dus de decanters zullen terechtkomen.”

Uitdagende locatie

De Hiller decanters staan naast elkaar opgesteld, bovenin een grote hal van de biogascentrale. Geen alledaagse locatie, als je Snijders mag geloven.

“In dit soort grote installaties heb je natuurlijk altijd te maken met relatief grote afstanden tussen de verschillende onderdelen, zoals voedingspomp en decanter. Dat is hier niet anders, en dat vroeg dan ook de nodige aandacht bij het instellen van de automatische regeling. Je moet er immers rekening mee houden dat een aanpassing in de regeling niet meteen effect heeft.”

“De grote uitdaging was hier echter vooral de plaatsing. Omdat de decanters op een hoger gelegen niveau staan, met een beperkte vrije hoogte en daarvoor nog eens een opvangbekken voor groenafval, was er een bijzondere kraan nodig om de zware onderdelen ver genoeg te kunnen transporteren. Dat was geen sinecure. Als je daarenboven weet dat het zware roterende deel voor groot onderhoud op dezelfde manier weer verwijderd moet worden, dan begrijp je nog maar eens hoe belangrijk het is dat deze installatie met zo min mogelijk onderhoud kan blijven functioneren.”

“Omdat het een nieuwe installatie betrof, was de samenstelling van de slibstroom een onbekende factor.”

Gert Snijders, Hiller

TEKST: ELISE NOYEZ

FOTO’S: HILLER