Nieuwe functie: watermakelaar
Nieuwe functie: watermakelaar
We kampen met steeds langere, intensere droogteperiodes. Onder meer voor land- en tuinbouwers vormt dat een uitdaging. Provincie West-Vlaanderen wil daar iets aan doen. Zo creëerde ze onlangs een innovatieve functie: watermakelaar. Die streeft ernaar zij die een aanbod hebben van water in contact te brengen met zij die er nood aan hebben.
Dominique Huits is onderzoeksleider bodem, bemesting en water bij Inagro vzw. “In West-Vlaanderen”, begint ze, “hebben we drie opeenvolgende, heel droge zomers gehad: in ´17, ´18 en ´19. Dat terwijl we in onze provincie geen Schelde hebben, geen Maas, bijna geen Leie. We hebben enkel de IJzer, die heel klein is. We hebben dus weinig aanvoer van water. Dat terwijl tegelijk veel goed, zoet water via beken en rivieren richting de zee stroomt.”
Om te vermijden dat kwalitatief water verdwijnt terwijl boeren en tuinders kreunen onder de droogte, creëerde Inagro de job van watermakelaar. Dominique Huits is al ruim twintig jaar bezig met thema’s gelinkt aan water op het land- en tuinbouwbedrijf en heeft mee de nieuwe job helpen definiëren. “Er zijn drie pijlers waarop de watermakelaar zal inzetten. Ten eerste: effluenten van bedrijven. Ten tweede: regenwateropvang van verharde oppervlaktes. En ten derde de slimme combinaties in het landschap, waarbij alternatieven worden gezocht voor het eenvoudig grote overstromingsgebieden aanleggen.” Op 1 oktober is Dries Mergaert voor deze functie aangeworven.
Eerste pijler
Dominique Huits geeft meer uitleg bij de eerste pijler: effluenten van bedrijven. Ze meldt dat Inagro zoekt naar bedrijven die gezuiverd afvalwater ter beschikking kunnen stellen van land- en tuinbouwers. “Onder meer zijn er intussen enkele eerste contacten geweest met bedrijven die, in het kader van captatiebeperkingen, met de provincie of met ons contact opnamen. Ze melden dat ze tientallen, honderden kubieke meter per dag ter beschikking hebben, en dat ze die tot vandaag eenvoudig lozen. Ze willen dat eventueel ter beschikking stellen van land- en tuinbouw. We zullen die bedrijven benaderen en dit nagaan. Wat is de waterkwaliteit? Over hoeveel water gaat het? Waar ligt het lozingspunt? Wat is haalbaar qua transport? Ook trachten we er een financieringskader rond te creëren.”
Een voorbeeld van een project dat die insteek illustreert, is het waterbassin dat diepvriesgroentebedrijf Ardo in 2018 bouwde. Daarin komt tot 150 000 kuub gezuiverd afvalwater. Ardo verdeelt dat onder de circa 50 vennoten van landbouwerscoöperatie Inero.
“Veel bedrijven doen bijna niks met de regen die op hun dak of parkeerterrein valt.”
Tweede pijler
Dan is er nog de tweede pijler: regenwateropvang van verharde oppervlaktes. Dominique Huits: “Veel bedrijven, met name zij die technologie als focus hebben, doen bijna niks met de regen die op hun dak of parkeerterrein valt. Ze sturen dat water dan bijvoorbeeld richting een kanaal. Maar zouden ze dat water niet beter een andere richting opsturen? Naar naburige land- en tuinbouwers? In het kader daarvan kijken we ook naar de West-Vlaamse gemeentes en Intercommunales. Zij hebben er zicht op welke nieuwe bedrijventerreinen in ontwikkeling zijn. Zo willen we reeds bij de start ervan met hen rond tafel kunnen zitten om na te gaan welke landbouwbedrijven zich in de omgeving bevinden. Om daarna eventueel bij hen te horen wat hun waterbehoefte is.”
Regenwater van een dak is in principe echt wel van voldoende kwaliteit om te beregenen, verzekert ze. “Maar of ook het water van de parking in aanmerking komt, zullen we van geval tot geval bekijken. Bij nieuwe bedrijventerreinen is die kans groter, daarom gaat onze aandacht vooral daarheen, en niet naar terreinen uit de jaren zeventig of tachtig. Op oude terreinen wordt afval- en regenwater slechts zelden gescheiden afgevoerd, wat we een minder goede optie vinden.”
Derde pijler
Dan is er de derde pijler: slimme combinaties in het landschap. “Dat gaat over publiek-private samenwerking rond water, buffering en beheersing van wateroverlast”, legt Dominique Huits uit. “We doen dat samen met de dienst Waterlopen. In het kader daarvan zullen een aantal private spaarbekkens aangelegd worden op het terrein van landbouwers. Een stuk van het bekken zal dan een spaarfunctie hebben voor irrigatiewater. Maar tegelijk zal dat bekken bufferend werken en wateroverlast tegengaan. Intussen hebben al enkele geïnteresseerde bedrijven zich gemeld en zijn er al enkele afspraken daaromtrent gemaakt.”
Ze geeft wat extra duiding. “Er is een problematiek van wateroverlast. Om problemen daarmee te vermijden, creëert de provincie soms grote gebieden waar gecontroleerde overstroming mogelijk is. Meestal is dat lager gelegen weiland. Als het veel regent, kan het water daar zijn plaats vinden. En als het stopt met regenen, gaat het water terug weg, uiteindelijk richting de zee.”
Maar tegelijk creëert de provincie sedert 2000 ook spaarbekkens ten behoeve van watervoorziening voor land- en tuinbouwers: “Dan laat ze soms heel grote bekkens uitgraven. Ze voorzien er een tapmogelijkheid voor de boeren en tuinders. Daar blijft altijd een stuk water staan. Deze bekkens hebben in de meeste gevallen ook een bufferfunctie tegen wateroverlast. Maar ze bevinden zich vaak op enige afstand van de landbouwers en hun percelen. Om dit water te kunnen gebruiken, is watertransport op wielen nodig en dat is duur.”
“We zouden overstromingsgebieden stroomopwaarts aanleggen, daar waar landbouwers water nodig hebben.”
De bedoeling is te komen tot een combinatie van overstromingsgebied en spaarbekken. Dominique Huits: “Dus overstromingsgebieden stroomopwaarts aanleggen, daar waar landbouwers water nodig hebben. Dan krijg je een waterloop die daar snel uit zijn oevers treedt. Voor de landbouwer wordt dan in de gracht een stuw geplaatst zodat het water, als het wat meer regent, opgestuwd wordt en stroomt richting een waterput op private grond van het landbouwbedrijf, in plaats van stroomafwaarts landerijen of woningen te bedreigen. Als later, na de regenbuien, het waterniveau in de gracht zakt, is er geen tegendruk meer en loopt het water weer weg, behalve een hoeveelheid die achterblijft in de private put. En als dan in de zomerperiode de put vrij leeg staat en het regent, zal die stuw er ook voor zorgen dat het opgestuwd wordt en zal het water vlotter in de put terechtkomen.”
Derden
Kunnen andere spelers een rol spelen in het project? Dominique Huits en Dries Mergaert melden dat ze openstaan voor nieuwe ontwikkelingen ter zake, bijvoorbeeld op het vlak van onder meer filtersystemen, ontsmettingstechnologieën en koolwaterstofafscheiders. Sommigen hebben misschien ervaring met gelijkaardige initiatieven in het buitenland en zijn bereid die kennis te delen. Of studiebureaus zijn bezig met bedrijventerreinen en zien een mogelijkheid water ter beschikking te stellen. Dominique Huits en Dries Mergaert benadrukken wel dat ze sterk rekening houden met het kostenplaatje: beregenen is sowieso al een vrij duur gegeven en mag niet veel duurder worden.
Toekomst
Hoe zal Dries Mergaert’s job er uitzien? “In eerste instantie”, stelt hij, “denk ik vooral aan het begeleiden en ondersteunen van concrete projecten. Maar de kans bestaat ook dat een deel van mijn taak erin zal bestaan mensen op ideeën te brengen, hen te sensibiliseren te stimuleren, waarbij ze dan vooral zelf actie ondernemen. De toekomst zal het uitwijzen.”
Door Koen Vandepopuliere


