Meer inzicht in overstromingen dankzij standalone radarmetingen
Meer inzicht in overstromingen dankzij standalone radarmetingen
De eerste helft van 2024 was nat. Heel nat. Rivieren traden herhaaldelijk buiten hun oevers en verschillende regio’s in Vlaanderen kampten, soms meerdere malen, met wateroverlast en overstromingen. In de toekomst wordt verwacht dat dergelijke weersgerelateerde incidenten zich enkel maar vaker – en extremer – zullen voordoen. Om daarop te anticiperen houdt de Vlaamse Milieumaatschappij het niveau van de waterlopen onder haar bevoegdheid steeds nauwer in de gaten. Dat gebeurt onder meer met radarmetingen van VEGA.
Wateroverlast en overstromingen vermijden, kan de VMM niet zomaar. De gevolgen beperken, daarentegen, is wel een centrale strategie. “We zetten sterk in op beheer”, vertelt Johan Eylenbosch, industrieel ingenieur bij VMM. “Dat houdt in dat we kijken waar water gebufferd kan worden, waar lozen of verpompen nodig is, enzovoort. Als je een dorpskern kan vrijwaren door tijdig een overstromingsgebied onder water te zetten of een wachtbekken te vullen, dan heb je heel wat schade beperkt.”
Op het moment van een overstroming is er doorgaans echter maar weinig speelruimte. Zeker in de zomer, wanneer onweders voor heel plotse wateroverlast kunnen zorgen, is het volgens Eylenbosch zaak om meteen te reageren. “Net omdat het zo snel gaat, moet je heel precies weten welke gevolgen een bepaalde ingreep heeft. Tijd om bij te sturen is er vaak immers niet. En dat vergt een heel goed inzicht in het hydrologisch systeem.”
Uitgebreid meetnetwerk
Om dat hydrologisch systeem en de situatie bij zowel wateroverlast als droogte in kaart te brengen, investeerde de VMM de voorbije jaren in een aanzienlijke uitbreiding van haar meetnetwerk. Over het volledige Vlaamse grondgebied heeft de VMM vandaag meer dan 500 automatische peilmeters staan; een meerderheid daarvan zijn radarmetingen afkomstig van VEGA. “Inmiddels ziet iedereen de voordelen van radar ten opzichte van ultrasoon wel in”, meent Kris Voet van VEGA. “De meting wordt bijvoorbeeld niet beïnvloed door mist of begroeiing, waardoor de resultaten veel betrouwbaarder zijn. In combinatie met de hoge precisie is dat voor dergelijke kritische metingen van groot belang.”
Betrouwbaarheid, ook in afgelegen gebied
Concreet staan er in het meetnetwerk van de VMM heel wat VEGA-sensoren type VEGAPULS C11, VEGAPULS C21 en VEGAPULS Air 41. De keuze voor het ene of het andere type is afhankelijk van de situatie. Waar voeding aanwezig is, worden vooral de VEGAPULS C11 en C21 geïnstalleerd; de batterijgevoede VEGAPULS Air 41 is vooral van toepassing in meer afgelegen gebied. Voet: “De VEGAPULS Air 41 werkt volledig autonoom en is zodanig ontwikkeld dat de batterij eenvoudig door het eigen technisch personeel vervangen kan worden. In de VMM-meters wordt de sensor daarenboven met een pv-paneel gecombineerd, zodat de batterij bij wijze van spreken eindeloos mee kan. We spreken hier dan ook van een erg onderhoudsarme oplossing.”
Nog een belangrijke feature is volgens Eylenbosch de recente communicatietechnologie. “De data van onze nieuwste IoT-meetposten worden via LTE-M communicatie naar een eigen MQTT-server doorgestuurd. Dat is een moderne, uitermate betrouwbare communicatiestrategie die bovendien maar weinig energie verbruikt. Als je weet dat er gemiddeld elk kwartier een meting wordt gedaan en verzonden, dan is ook dat een belangrijk aandachtspunt.”
Flexibiliteit zonder risico
Het interval van vijftien minuten geldt vooral bij referentiemetingen die bijdragen aan het hydrologisch inzicht. Op erg kritieke plaatsen, waar de overschrijding van een bepaalde drempelwaarde directe actie vereist, wordt continu gemeten. Voet: “Het voordeel van de VEGAPULS radarmetingen is dat het meetinterval heel eenvoudig via Bluetooth ingesteld kan worden. Ook wanneer je in de winter elk kwartier, maar in de zomer slechts om de twee uur wil meten, bijvoorbeeld, pas je dat in een handomdraai op je smartphone of vanop afstand via de computer aan.”
Voor Eylenbosch betekent de Bluetooth-koppeling, in combinatie met het compacte design van de radarmodules, een enorme verademing op het terrein. “Waar we vroeger een aannemer moesten inschakelen om graafwerken te doen, beton te storten, bekabeling te leggen, stalen constructies te lassen, enzovoort, hebben we nu eigenlijk een heel eenvoudige plug-and-playoplossing. De toestellen kunnen gemakkelijk geplaatst en eventueel zelfs verplaatst worden, en alle instellingen gebeuren via de smartphone. Zelfs wanneer er zich in het meetbereik van de sensor een obstakel bevindt, kan je dat eenvoudig via de app aanduiden en ervoor zorgen dat die gegevens niet geïnterpreteerd worden. Allemaal zonder de computer uit te halen of tot bij de sensor te kruipen om op een lokaal display te zitten prutsen. Dat is niet alleen een heuse vereenvoudiging, maar maakt ons werk ook heel wat veiliger.”
waterinfo.be
Alle metingen en voorspellingen die door de VMM en andere instanties aangeleverd worden, zijn samengebracht op een website van de Vlaamse overheid: waterinfo.be. “Deze gegevens zijn vrij toegankelijk en niet alleen belangrijk voor ons eigen hydrologisch inzicht, maar kunnen ook voor architecten, studiebureaus en onderzoeksinstellingen relevant zijn”, aldus Eylenbosch. “Daarenboven dragen ze bij aan de algehele bewustwording rond wateroverlast en -tekorten. Burgers die zich afvragen of hun tuin of woning op een bepaald moment risico loopt, bijvoorbeeld, kunnen zo de vinger aan de pols houden en boeren kunnen dankzij de gegevens misschien wel anticiperen op een voorspelde droogteperiode.”
Tekst: Elise Noyez
Beeld: Vega



