05/12/2022

Kwalitatieve materialen beschermen de volledige kringloop

Willen we de kwaliteit van ons water verzekeren, ongeacht of dat leidingwater dan wel tweedecircuitwater is, dan dienen we aandachtig te zijn op de materialen die we gebruiken. Niet alleen in drinkwaterproductie, -distributie en -transport, maar evenzeer in het transport van afvalwater. Tijdens de studienamiddag van AquaFlanders werd de hele kringloop onder de loep genomen én werd een belangrijke stap genomen om ook de binneninstallaties voor de nieuwe Europese Drinkwaterrichtlijn klaar te stomen.

Dat materialen een belangrijke impact hebben op de kwaliteit van het eindproduct, werd meteen geïllustreerd door Eddy Troosters, CEO van Pidpa en clustervoorzitter Technisch & Operationeel bij AquaFlanders. “Je hoeft maar te kijken naar de klachten van eindgebruikers over bruin water wanneer er gietijzeren leidingen gebruikt worden. Of, weliswaar minder zichtbaar, de loodproblematiek.”

De volledige kringloop

Toch gaat het niet alleen over de rechtstreekse impact van het materiaal op het water. “Je wilt bijvoorbeeld niet dat bodemverontreinigingen door ondergrondse leidingen heen naar het drinkwater migreren. Of, omgekeerd, dat afvalwater vanuit de rioleringsbuizen in de bodem sijpelt en zo onze natuurlijke bronnen verontreinigt.”

Francine Van Moorter van certificatie-instelling Rat.con betrok ook opslagtanks in het verhaal. “In de drinkwaterproductie worden wel wat chemicaliën gebruikt. Ook die mogen natuurlijk niet zomaar lekken. In Vlarem II is er vooralsnog echter weinig sprake van kwaliteitscontrole. Hoewel daar in 2023 verandering in komt, zijn wij voorstander om gebruik te maken van BENOR. Dat is namelijk van toepassing op alle tank én het volledige Belgische niveau.”

Europese certificatie?

Ook Karel Goos van Pidpa benadrukte het belang van een overkoepelende certificatie. “De materiaaleisen voor België liggen vandaag vast in Hydrocheck, maar zo zijn er in Europa nog talrijke andere certificaties. Dat maakt het soms moeilijk om materialen met de juiste, of gelijkwaardige, certificatie te vinden. Met Artikel 11 van de Europese richtlijn 2020/2184 komt daar echter verandering in en binnen vijf jaar zullen we normaal een sterk Europees instrument hebben. De eisen zullen zo wellicht wat strenger of complexer worden, maar het zal ook beter wetenschappelijk onderbouwd zijn.”

Naar loodvrije installaties

Ondertussen noopt de nieuwe Europese Drinkwaterrichtlijn de sector om nog sterker in te zetten op loodarme en loodvrije installaties. “Zelfs wanneer er gebruik gemaakt wordt van kunststof, zien we dat bijvoorbeeld messing koppelingen nog voor loodvervuiling zorgen”, merkte Eddy Troosters al op. Gunter Mathieu, diensthoofd Assettechnologie bij De Watergroep, richtte zijn pijlen vooral op de minibi. “De nieuwe drempelconcentratie van 5 µg/l vormt een belangrijke uitdaging bij de opstelling van nieuwe steekkaarten, en zeker voor de minibi zijn we volop op zoek naar alternatieven. Dat kan een volledig kunststoffen uitvoering zijn, maar bijvoorbeeld ook brons, rvs of een interne coating. Tegen eind 2022 hopen we een eerste draft te hebben voor een loodvrije, of op z’n minst loodarme, minibi.”

Aansluitend op de studiedag nodigde AquaFlanders voorzitter Brecht Vermeulen vertegenwoordigers van Bouwunie, Embuild, Fesah vzw, NAV, ORI en WTCB rond de tafel uit voor de ondertekening van een engagementsverklaring loodvrij en -arme materialen in drinkwaterinstallaties. “In 2017 kozen de Vlaamse waterbedrijven er al voor om loodarme metaallegeringen te gebruiken bij de aanleg van drinkwaterleidingen. Nu gaan ook de verenigingen van aannemers, architecten, onderzoeksinstellingen en studiebureaus een engagement aan om loodarme materialen te gebruiken in binneninstallaties.”

www.aquaflanders.be

Door Elise Noyez

Kwalitatieve materialen beschermen de volledige kringloop

Willen we de kwaliteit van ons water verzekeren, ongeacht of dat leidingwater dan wel tweedecircuitwater is, dan dienen we aandachtig te zijn op de materialen die we gebruiken. Niet alleen in drinkwaterproductie, -distributie en -transport, maar evenzeer in het transport van afvalwater. Tijdens de studienamiddag van AquaFlanders werd de hele kringloop onder de loep genomen én werd een belangrijke stap genomen om ook de binneninstallaties voor de nieuwe Europese Drinkwaterrichtlijn klaar te stomen.

Dat materialen een belangrijke impact hebben op de kwaliteit van het eindproduct, werd meteen geïllustreerd door Eddy Troosters, CEO van Pidpa en clustervoorzitter Technisch & Operationeel bij AquaFlanders. “Je hoeft maar te kijken naar de klachten van eindgebruikers over bruin water wanneer er gietijzeren leidingen gebruikt worden. Of, weliswaar minder zichtbaar, de loodproblematiek.”

De volledige kringloop

Toch gaat het niet alleen over de rechtstreekse impact van het materiaal op het water. “Je wilt bijvoorbeeld niet dat bodemverontreinigingen door ondergrondse leidingen heen naar het drinkwater migreren. Of, omgekeerd, dat afvalwater vanuit de rioleringsbuizen in de bodem sijpelt en zo onze natuurlijke bronnen verontreinigt.”

Francine Van Moorter van certificatie-instelling Rat.con betrok ook opslagtanks in het verhaal. “In de drinkwaterproductie worden wel wat chemicaliën gebruikt. Ook die mogen natuurlijk niet zomaar lekken. In Vlarem II is er vooralsnog echter weinig sprake van kwaliteitscontrole. Hoewel daar in 2023 verandering in komt, zijn wij voorstander om gebruik te maken van BENOR. Dat is namelijk van toepassing op alle tank én het volledige Belgische niveau.”

Europese certificatie?

Ook Karel Goos van Pidpa benadrukte het belang van een overkoepelende certificatie. “De materiaaleisen voor België liggen vandaag vast in Hydrocheck, maar zo zijn er in Europa nog talrijke andere certificaties. Dat maakt het soms moeilijk om materialen met de juiste, of gelijkwaardige, certificatie te vinden. Met Artikel 11 van de Europese richtlijn 2020/2184 komt daar echter verandering in en binnen vijf jaar zullen we normaal een sterk Europees instrument hebben. De eisen zullen zo wellicht wat strenger of complexer worden, maar het zal ook beter wetenschappelijk onderbouwd zijn.”

Naar loodvrije installaties

Ondertussen noopt de nieuwe Europese Drinkwaterrichtlijn de sector om nog sterker in te zetten op loodarme en loodvrije installaties. “Zelfs wanneer er gebruik gemaakt wordt van kunststof, zien we dat bijvoorbeeld messing koppelingen nog voor loodvervuiling zorgen”, merkte Eddy Troosters al op. Gunter Mathieu, diensthoofd Assettechnologie bij De Watergroep, richtte zijn pijlen vooral op de minibi. “De nieuwe drempelconcentratie van 5 µg/l vormt een belangrijke uitdaging bij de opstelling van nieuwe steekkaarten, en zeker voor de minibi zijn we volop op zoek naar alternatieven. Dat kan een volledig kunststoffen uitvoering zijn, maar bijvoorbeeld ook brons, rvs of een interne coating. Tegen eind 2022 hopen we een eerste draft te hebben voor een loodvrije, of op z’n minst loodarme, minibi.”

Engagementsverklaring loodvrij en -arme installaties

Aansluitend op de studiedag nodigde AquaFlanders voorzitter Brecht Vermeulen vertegenwoordigers van Bouwunie, Embuild, Fesah vzw, NAV, ORI en WTCB rond de tafel uit voor de ondertekening van een engagementsverklaring loodvrij en -arme materialen in drinkwaterinstallaties. “In 2017 kozen de Vlaamse waterbedrijven er al voor om loodarme metaallegeringen te gebruiken bij de aanleg van drinkwaterleidingen. Nu gaan ook de verenigingen van aannemers, architecten, onderzoeksinstellingen en studiebureaus een engagement aan om loodarme materialen te gebruiken in binneninstallaties.”

www.aquaflanders.be

Door Elise Noyez