17/03/2020

Kennisuitwisseling over de grenzen heen maximaliseren

Belgisch-Nederlands event nieuwe sanitatie

Eind vorig jaar vond in het Nederlandse Hoeven een grensoverschrijdend kennisevent plaats over nieuwe sanitatie, georganiseerd door het Belgische Vlakwa/Vito, en de Nederlandse organisaties Stichting Rioned en Stowa. Tientallen sprekers deelden er hun kennis met het publiek.

Op het kennisevent rond nieuwe sanitatie kwamen vragen zoals deze aan bod. Centraal of decentraal zuiveren van afvalwater? Is een andere aanpak in buitengebied of in stedelijk gebied zinvol? Hoe kunnen we duurzamer omgaan met grondstoffen? Het zijn vragen waar nog niet altijd een pasklaar antwoord op is. In een poging er een antwoord op te vinden, wordt in Vlaanderen en Nederland ervaring opgedaan met ‘Nieuwe Sanitatie’-projecten. Het event had als doel de kennisuitwisseling ter zake over de grenzen heen te maximaliseren.

Nieuwe sanitatie

Een van de eerste sprekers die dag was Jules van Lier, professor aan TU Delft: “Wat nieuwe sanitatie betreft, is er niet één scherpe definitie en niet één nieuw type van toepassing. Het betreft een heel scala toepassingen: dat hebben we ook die dag gezien. Sommige zijn alleen gericht op hergebruik van grijs water, andere op het terugwinnen van grondstoffen uit zwart water, nog andere op het terugwinnen van warmte uit grijs water, er zijn er die het zwarte water willen vergisten om methaan terug te winnen,… De drijfveren verschillen per toepassing.”

Vaak gaat het over decentrale oplossingen. “Dat is omdat, als je uitgaat van scheiden van stromen, je bijna altijd op een decentrale toepassing zit. Want als je centraal gaat scheiden, ben je afhankelijk van een nieuw netwerk.”

En: “Als wij in Nederland die paar boerderijen die in buitengebieden liggen willen aansluiten op een centrale riolering en de persleiding kost een miljoen euro per kilometer, kan je je de vraag stellen: welke milieuwinst heeft dat? We weten intussen in Nederland dat er geen milieuwinst is. Persleidingen brengen vrij agressief rioolwater in het hoofdriool, waardoor je meer corrosie hebt. Dus als je op decentrale wijze kan voorkomen dat buitengebieden aangesloten hoeven te worden, heb je al een belangrijk doel van decentralisatie te pakken.”

“We kunnen fosfaat uit afvalwater recupereren en opschonen – eigenlijk zouden we meer moeten betalen voor fosfaaterts.”

Jules van Lier, professor aan TU Delft

Dan is er nog het stedelijk gebied. “Bij decentrale zuivering heb je altijd te maken met transport van kleine hoeveelheden. Die zijn zo klein dat ze het economisch lastig maken om grondstoffen te verwaarden of die op een goede manier na transport elders in te zetten. Dan heb ik het natuurlijk niet over hele kleine toepassingen. Bijvoorbeeld als je een groepje huizen hebt en je hebt gestabiliseerd slib dat je, als de wet het toelaat, over het land gooit.”

In Nederland zijn de waterschappen verantwoordelijk voor de rioolwaterzuiveringen. Ze winnen grondstoffen terug zoals fosfor, cellulose, polymeren,… Jules van Lier: “Daar wordt niet veel geld mee verdiend, maar als we in staat zijn enkele zaken terug te winnen en te vermarkten, kunnen we de totale kosten van die zuivering naar beneden bijstellen, waardoor het toch een economisch gunstig plaatje wordt.”

Hugo Gastkemper, directeur bij Stichting Rioned: “We hebben in Nederland veel drukriolering aangelegd, in tegenstelling tot Vlaanderen. Die systemen zijn 30 à 40 jaar oud, ze komen aan het eind van hun levensduur. Vraag is: wanneer moeten die vervangen worden? En moeten die vervangen worden door een nieuw drukrioleringssysteem of door kleinschalige zuivering? Die vraag is niet beantwoord. Maar ik zie wel, bij grootschalige systemen, door technologische innovatie steeds meer terugwinning van stoffen en een verbeterde energie-efficiëntie. Overwegingen van doelmatigheid, beheersbaarheid en relatief beperkt ruimte-inname leiden tot de keuze voor grote zuiveringen. Ik ben wel nieuwsgierig naar de ontwikkelingen bij de kleinschalige systemen.”

Parallelsessies: inzameling

Er waren ongeveer dertig presentaties, in diverse lokalen. Onder meer sessies over inzameling. Het ouderwetse spoeltoilet, al dan niet voorzien van waterzuinige spoelknoppen, luidde het tijdens die sessie, is wijdverbreid. Het heeft één groot nadeel: voor het spoelen van een enkele deciliter feces of urine gebruikt het tenminste enkele liters water. Alternatieve technieken zijn op komst, zoals vacuümsystemen, blaassystemen, verbrandings- en composttoiletten.

Transport

Ook transport kwam aan bod. Paul Telkamp (Tauw) verwacht een grote toename van projecten met vacuümtoiletsystemen. Hij stelt zich de vraag hoe de infrastructuur op die nieuwe schaalgrootte afgestemd kan worden. Daarvoor moet onder meer ingezet worden op hybride varianten.

Twee sprekers hadden het over een straat in Bernheze, aangesloten op vacuümriolering. Bewoners klagen over geluids- en stankoverlast daardoor. Vraag is hoe ze dit kunnen voorkomen. Is er een exploitatieplan voor vrijvervalriolering nodig, of een volledige renovatie?

Ook sprak Adithya Radhakrishnan, van TU Delft. In zijn doctoraatsonderzoek bekeek hij de flow van geconcentreerd slib afkomstig van keukenafval, zwart water en urine om binnen nieuwe sanitatie-projecten het transport daarvan beter te kunnen organiseren. Hij constateerde dat die stromen een heel andere flow volgen dan de afvalwaterstroom bij klassieke sanitatie.

Natuurlijke systemen

Helofytenfilters zijn al decennialang bekend als beproefde concepten voor decentrale afvalwaterzuivering. De laatste paar jaar komen er in België en Nederland veel meer variaties. Op het event kwamen aan bod: beluchte helofytenfilters, een mobiele helofytenfilter (voor festivals), wilgenfilters, en een gevel- of muurtuin om water te zuiveren.

Afvalwater tot drinkwater

Ton Koekkoek (AkaNova) had het over ‘Waterlab Flevoland’, dat als doelstelling heeft lokale zuiveringssystemen doelmatig, autonoom en circulair te maken. Toegepaste technologie daarbij: IBA (type SBR: Sequencing Batch Reactor), zandfiltratie, nanofiltratie en sensortechnologie. De ervaringen tot nu toe zijn dat de streefwaarden haalbaar zijn, maar dat er toch een aantal uitdagingen blijven.

Pieter Derboven (Bosaq) werkte bij een restaurant grijs en zwart water lokaal op tot tafelwater (zie eerder verschenen projectreportages in Aquarama 85 en 86). En Wim Bossaerts (water-link) gaf aan dat vanuit hun organisatie naast centrale productie ook gekeken wordt naar de decentrale productie van drinkwater, uit hemelwater en grijs water.

Compacte systemen

Ook kwamen de specifieke eisen van compacte, decentrale systemen aan bod. Aangezien die doorgaans slechts een beperkt aantal huishoudens of personen dienen, moeten bijvoorbeeld ook de investerings- en onderhoudskosten beperkt worden. Dat betekent onder meer dat de membraantechnologie in die systemen eenvoudiger moet (Joris de Grooth, Universiteit Twente).

Voorts is inzicht nodig in de werking van decentrale zuiveringen en IBA’s, meer bepaald in hoeveelheid, kwaliteit en samenstelling van het afvalwater. Ton Koekkoek (Akanova) besprak in dat verband niveaumeting, chemische controle van de verontreiniging, en kwaliteitscontrole van het effluent.

Harro van de Zande (Copier) had het over de decentrale afvalwaterzuivering bij een afgelegen boerderij annex eventlocatie die een hoge belasting kent in de zomer, maar een lage in de winter. Daar wordt afvalwater gezuiverd volgens het SBR-principe.

Terugwinning grondstoffen

Project WOW! wil meer grondstoffen doen recupereren: pyrolyse gas, een zure fractie, pyrolyse olie en een as/koolfractie. Ook kwam tijdens de sessies de terugwinning van struviet en cellulose aan bod.

“De volgende stap is inzetten op acceptatie, op regelgeving, om ontwikkelingen ingang te laten vinden.”

Wendy Francken, directeur Vlario

High-tech

Elektrocoagulatie is een zuiveringstechniek die reeds in diverse sectoren toegepast wordt. Volgens Dries Parmentier (Noah Water Solutions) is er ook potentieel in de sanitatie, met als voordelen onder meer dat de zuivering heel snel gebeurt (waardoor water en warmte quasi onmiddellijk gerecupereerd kunnen worden), en dat het proces volledig geautomatiseerd en opgevolgd kan worden.

Om zowel water als grondstoffen optimaal te kunnen valoriseren, stelde Lex van Dijk (Blue-Tec) een systeem voor om grijs afvalwater met behulp van forward osmose lokaal te behandelen en hergebruiken, terwijl de supergeconcentreerde zwarte afvalstroom centraal verzameld en verwerkt zou worden.

Toepassingen

Welke afvalstromen lenen zich het best tot opwerking tot drinkwater? Is het bijvoorbeeld interessanter om, zoals bij project De Nieuwe Dokken in Gent, naar proceswater toe te werken, dat een veel groter aandeel van ons watergebruik vertegenwoordigt? Dat hangt af, klonk het, van de omstandigheden.

Leen Van den Bosssche (Aquafin) stelde demoproject ‘Kruitfabriek’ voor. Via een rietveld en nanofiltratie wordt grijs water afkomstig van een restaurant en een evenementenhal voort opgezuiverd tot water voor toepassingen zoals poetsen en spoelen van de toiletten. Ook fosfor, onder de vorm van struviet, wordt teruggewonnen.

Erik Kerssies (InfraCampus) stelde een ‘duurzaam huis’ voor dat maximaal inzet op opvangen en opslag van warmte, elektriciteit en water, en behandelen en hergebruik van hemel- en afvalwater.

Sofie Van Ermen (Vito) gaf de meerwaarde aan van het inzetten van designsoftware en toetsingsindicatoren, dat aan de hand van het Vlaanderen Circulair project WateronStage.

Debat

Het kennisevent eindigde met een panelgesprek. Jules van Lier wees erop dat eigenlijk de prijs voor grondstoffen niet hun echte kost weerspiegelt. “Met de ontginning van fosfaaterts exploiteren we de natuur om fosfaat te exploiteren. Dat zit niet in de prijs verdisconteerd. Vandaag kunnen we fosfaat uit afvalwater recupereren en opschonen: het is logisch dat dit duurder is dan fosfaaterts ontginnen. Eigenlijk zouden we nu al meer moeten betalen voor fosfaaterts.”

Wendy Francken wees op enkele uitdagingen. “Een uitdaging is de lage zuiveringsgraad in Vlaanderen. We hebben nog een hele inhaaloperatie voor de boeg. Net daar ligt de opportuniteit om zaken anders te gaan aanpakken en goed af te wegen wat best is, centraal of decentraal.” Ze vermeldde ook de uitdagingen van droogte, lintbebouwing en klimaatverandering.

Wendy Francken brak een lans voor sensibilisatie. “We staan reeds ver qua onderzoek, ontwikkeling en technologie. De volgende, meest belangrijke stap is inzetten op acceptatie, op regelgeving, om ontwikkelingen ingang te laten vinden.” En “niet iedere toepassing heeft dezelfde waterkwaliteit nodig. Het is belangrijk burgers wat dat betreft te sensibiliseren, zodat acceptatie ook van onderuit ontstaat.”

Door Koen Vandepopuliere

www.vlakwa.be

vito.be

www.rioned.nl

www.stowa.nl

Exposant
Bekijk de company profile en ontdek alles over hun producten en diensten.
Laat je inspireren!

Kennisuitwisseling over de grenzen heen maximaliseren

Belgisch-Nederlands event nieuwe sanitatie

Eind vorig jaar vond in het Nederlandse Hoeven een grensoverschrijdend kennisevent plaats over nieuwe sanitatie, georganiseerd door het Belgische Vlakwa/Vito, en de Nederlandse organisaties Stichting Rioned en Stowa. Tientallen sprekers deelden er hun kennis met het publiek.

Op het kennisevent rond nieuwe sanitatie kwamen vragen zoals deze aan bod. Centraal of decentraal zuiveren van afvalwater? Is een andere aanpak in buitengebied of in stedelijk gebied zinvol? Hoe kunnen we duurzamer omgaan met grondstoffen? Het zijn vragen waar nog niet altijd een pasklaar antwoord op is. In een poging er een antwoord op te vinden, wordt in Vlaanderen en Nederland ervaring opgedaan met ‘Nieuwe Sanitatie’-projecten. Het event had als doel de kennisuitwisseling ter zake over de grenzen heen te maximaliseren.

Nieuwe sanitatie

Een van de eerste sprekers die dag was Jules van Lier, professor aan TU Delft: “Wat nieuwe sanitatie betreft, is er niet één scherpe definitie en niet één nieuw type van toepassing. Het betreft een heel scala toepassingen: dat hebben we ook die dag gezien. Sommige zijn alleen gericht op hergebruik van grijs water, andere op het terugwinnen van grondstoffen uit zwart water, nog andere op het terugwinnen van warmte uit grijs water, er zijn er die het zwarte water willen vergisten om methaan terug te winnen,… De drijfveren verschillen per toepassing.”

Vaak gaat het over decentrale oplossingen. “Dat is omdat, als je uitgaat van scheiden van stromen, je bijna altijd op een decentrale toepassing zit. Want als je centraal gaat scheiden, ben je afhankelijk van een nieuw netwerk.”

En: “Als wij in Nederland die paar boerderijen die in buitengebieden liggen willen aansluiten op een centrale riolering en de persleiding kost een miljoen euro per kilometer, kan je je de vraag stellen: welke milieuwinst heeft dat? We weten intussen in Nederland dat er geen milieuwinst is. Persleidingen brengen vrij agressief rioolwater in het hoofdriool, waardoor je meer corrosie hebt. Dus als je op decentrale wijze kan voorkomen dat buitengebieden aangesloten hoeven te worden, heb je al een belangrijk doel van decentralisatie te pakken.”

“We kunnen fosfaat uit afvalwater recupereren en opschonen – eigenlijk zouden we meer moeten betalen voor fosfaaterts.”

Jules van Lier, professor aan TU Delft

Dan is er nog het stedelijk gebied. “Bij decentrale zuivering heb je altijd te maken met transport van kleine hoeveelheden. Die zijn zo klein dat ze het economisch lastig maken om grondstoffen te verwaarden of die op een goede manier na transport elders in te zetten. Dan heb ik het natuurlijk niet over hele kleine toepassingen. Bijvoorbeeld als je een groepje huizen hebt en je hebt gestabiliseerd slib dat je, als de wet het toelaat, over het land gooit.”

In Nederland zijn de waterschappen verantwoordelijk voor de rioolwaterzuiveringen. Ze winnen grondstoffen terug zoals fosfor, cellulose, polymeren,… Jules van Lier: “Daar wordt niet veel geld mee verdiend, maar als we in staat zijn enkele zaken terug te winnen en te vermarkten, kunnen we de totale kosten van die zuivering naar beneden bijstellen, waardoor het toch een economisch gunstig plaatje wordt.”

Hugo Gastkemper, directeur bij Stichting Rioned: “We hebben in Nederland veel drukriolering aangelegd, in tegenstelling tot Vlaanderen. Die systemen zijn 30 à 40 jaar oud, ze komen aan het eind van hun levensduur. Vraag is: wanneer moeten die vervangen worden? En moeten die vervangen worden door een nieuw drukrioleringssysteem of door kleinschalige zuivering? Die vraag is niet beantwoord. Maar ik zie wel, bij grootschalige systemen, door technologische innovatie steeds meer terugwinning van stoffen en een verbeterde energie-efficiëntie. Overwegingen van doelmatigheid, beheersbaarheid en relatief beperkt ruimte-inname leiden tot de keuze voor grote zuiveringen. Ik ben wel nieuwsgierig naar de ontwikkelingen bij de kleinschalige systemen.”

Parallelsessies: inzameling

Er waren ongeveer dertig presentaties, in diverse lokalen. Onder meer sessies over inzameling. Het ouderwetse spoeltoilet, al dan niet voorzien van waterzuinige spoelknoppen, luidde het tijdens die sessie, is wijdverbreid. Het heeft één groot nadeel: voor het spoelen van een enkele deciliter feces of urine gebruikt het tenminste enkele liters water. Alternatieve technieken zijn op komst, zoals vacuümsystemen, blaassystemen, verbrandings- en composttoiletten.

Transport

Ook transport kwam aan bod. Paul Telkamp (Tauw) verwacht een grote toename van projecten met vacuümtoiletsystemen. Hij stelt zich de vraag hoe de infrastructuur op die nieuwe schaalgrootte afgestemd kan worden. Daarvoor moet onder meer ingezet worden op hybride varianten.

Twee sprekers hadden het over een straat in Bernheze, aangesloten op vacuümriolering. Bewoners klagen over geluids- en stankoverlast daardoor. Vraag is hoe ze dit kunnen voorkomen. Is er een exploitatieplan voor vrijvervalriolering nodig, of een volledige renovatie?

Ook sprak Adithya Radhakrishnan, van TU Delft. In zijn doctoraatsonderzoek bekeek hij de flow van geconcentreerd slib afkomstig van keukenafval, zwart water en urine om binnen nieuwe sanitatie-projecten het transport daarvan beter te kunnen organiseren. Hij constateerde dat die stromen een heel andere flow volgen dan de afvalwaterstroom bij klassieke sanitatie.

Natuurlijke systemen

Helofytenfilters zijn al decennialang bekend als beproefde concepten voor decentrale afvalwaterzuivering. De laatste paar jaar komen er in België en Nederland veel meer variaties. Op het event kwamen aan bod: beluchte helofytenfilters, een mobiele helofytenfilter (voor festivals), wilgenfilters, en een gevel- of muurtuin om water te zuiveren.

Afvalwater tot drinkwater

Ton Koekkoek (AkaNova) had het over ‘Waterlab Flevoland’, dat als doelstelling heeft lokale zuiveringssystemen doelmatig, autonoom en circulair te maken. Toegepaste technologie daarbij: IBA (type SBR: Sequencing Batch Reactor), zandfiltratie, nanofiltratie en sensortechnologie. De ervaringen tot nu toe zijn dat de streefwaarden haalbaar zijn, maar dat er toch een aantal uitdagingen blijven.

Pieter Derboven (Bosaq) werkte bij een restaurant grijs en zwart water lokaal op tot tafelwater (zie eerder verschenen projectreportages in Aquarama 85 en 86). En Wim Bossaerts (water-link) gaf aan dat vanuit hun organisatie naast centrale productie ook gekeken wordt naar de decentrale productie van drinkwater, uit hemelwater en grijs water.

Compacte systemen

Ook kwamen de specifieke eisen van compacte, decentrale systemen aan bod. Aangezien die doorgaans slechts een beperkt aantal huishoudens of personen dienen, moeten bijvoorbeeld ook de investerings- en onderhoudskosten beperkt worden. Dat betekent onder meer dat de membraantechnologie in die systemen eenvoudiger moet (Joris de Grooth, Universiteit Twente).

Voorts is inzicht nodig in de werking van decentrale zuiveringen en IBA’s, meer bepaald in hoeveelheid, kwaliteit en samenstelling van het afvalwater. Ton Koekkoek (Akanova) besprak in dat verband niveaumeting, chemische controle van de verontreiniging, en kwaliteitscontrole van het effluent.

Harro van de Zande (Copier) had het over de decentrale afvalwaterzuivering bij een afgelegen boerderij annex eventlocatie die een hoge belasting kent in de zomer, maar een lage in de winter. Daar wordt afvalwater gezuiverd volgens het SBR-principe.

Terugwinning grondstoffen

Project WOW! wil meer grondstoffen doen recupereren: pyrolyse gas, een zure fractie, pyrolyse olie en een as/koolfractie. Ook kwam tijdens de sessies de terugwinning van struviet en cellulose aan bod.

“De volgende stap is inzetten op acceptatie, op regelgeving, om ontwikkelingen ingang te laten vinden.”

Wendy Francken, directeur Vlario

High-tech

Elektrocoagulatie is een zuiveringstechniek die reeds in diverse sectoren toegepast wordt. Volgens Dries Parmentier (Noah Water Solutions) is er ook potentieel in de sanitatie, met als voordelen onder meer dat de zuivering heel snel gebeurt (waardoor water en warmte quasi onmiddellijk gerecupereerd kunnen worden), en dat het proces volledig geautomatiseerd en opgevolgd kan worden.

Om zowel water als grondstoffen optimaal te kunnen valoriseren, stelde Lex van Dijk (Blue-Tec) een systeem voor om grijs afvalwater met behulp van forward osmose lokaal te behandelen en hergebruiken, terwijl de supergeconcentreerde zwarte afvalstroom centraal verzameld en verwerkt zou worden.

Toepassingen

Welke afvalstromen lenen zich het best tot opwerking tot drinkwater? Is het bijvoorbeeld interessanter om, zoals bij project De Nieuwe Dokken in Gent, naar proceswater toe te werken, dat een veel groter aandeel van ons watergebruik vertegenwoordigt? Dat hangt af, klonk het, van de omstandigheden.

Leen Van den Bosssche (Aquafin) stelde demoproject ‘Kruitfabriek’ voor. Via een rietveld en nanofiltratie wordt grijs water afkomstig van een restaurant en een evenementenhal voort opgezuiverd tot water voor toepassingen zoals poetsen en spoelen van de toiletten. Ook fosfor, onder de vorm van struviet, wordt teruggewonnen.

Erik Kerssies (InfraCampus) stelde een ‘duurzaam huis’ voor dat maximaal inzet op opvangen en opslag van warmte, elektriciteit en water, en behandelen en hergebruik van hemel- en afvalwater.

Sofie Van Ermen (Vito) gaf de meerwaarde aan van het inzetten van designsoftware en toetsingsindicatoren, dat aan de hand van het Vlaanderen Circulair project WateronStage.

Debat

Het kennisevent eindigde met een panelgesprek. Jules van Lier wees erop dat eigenlijk de prijs voor grondstoffen niet hun echte kost weerspiegelt. “Met de ontginning van fosfaaterts exploiteren we de natuur om fosfaat te exploiteren. Dat zit niet in de prijs verdisconteerd. Vandaag kunnen we fosfaat uit afvalwater recupereren en opschonen: het is logisch dat dit duurder is dan fosfaaterts ontginnen. Eigenlijk zouden we nu al meer moeten betalen voor fosfaaterts.”

Wendy Francken wees op enkele uitdagingen. “Een uitdaging is de lage zuiveringsgraad in Vlaanderen. We hebben nog een hele inhaaloperatie voor de boeg. Net daar ligt de opportuniteit om zaken anders te gaan aanpakken en goed af te wegen wat best is, centraal of decentraal.” Ze vermeldde ook de uitdagingen van droogte, lintbebouwing en klimaatverandering.

Wendy Francken brak een lans voor sensibilisatie. “We staan reeds ver qua onderzoek, ontwikkeling en technologie. De volgende, meest belangrijke stap is inzetten op acceptatie, op regelgeving, om ontwikkelingen ingang te laten vinden.” En “niet iedere toepassing heeft dezelfde waterkwaliteit nodig. Het is belangrijk burgers wat dat betreft te sensibiliseren, zodat acceptatie ook van onderuit ontstaat.”

Door Koen Vandepopuliere

www.vlakwa.be

vito.be

www.rioned.nl

www.stowa.nl